`De overheid denkt niet na over musea'

De Raad voor Cultuur wil alle musea met 2,5 procent korten en zo de lasten eerlijk verdelen. ,,We waren met handen en voeten gebonden'', zegt Riemer Knoop van de Raadcommissie Musea.

,,We hebben streng, doch rechtvaardig gehandeld.'' Riemer Knoop, voorzitter van de commissie Musea bij de Raad voor Cultuur, verdedigt het Raadsadvies om de museumsector in 2005-2008 met 2,5 procent te korten als de beste oplossing in een beroerde situatie. ,,We waren met handen en voeten gebonden aan de vermindering van het totale cultuurbudget met vier procent.'' Knoop is gepromoveerd archeoloog, en is buiten zijn werk voor de raad verbonden aan een commercieel adviesbureau voor musea en andere culturele instellingen.

Voor de Cultuurnota 2005-2008 kwamen 71 aanvragen voor de sector `musea' binnen, voor een totaalbedrag van 143 miljoen per jaar. 32 Musea en ondersteunende instellingen werden door de raad van nationaal belang geacht en positief beoordeeld. Knoop: ,,In de periode 2001-2004 hadden we 123 miljoen euro per jaar te verdelen, nu was dat 120 miljoen. De musea gaan er dus als groep op achteruit. Ook als we positief oordeelden over een museum en de subsidie kon worden gehandhaafd of zelfs verhoogd, ging daar nog die algemene korting vanaf. Maar door dat vaste percentage van 2,5 procent werden de lasten wel eerlijk verdeeld. Een paar kleine musea werden van de ondergang gespaard.''

Een speciale categorie vormen de voormalige rijksmusea. Veel van hen verkeren in geldnood, zo werd eerder deze maand duidelijk. Zestien van hen kregen van de raad een positief advies. Knoop: ,,Het kan goed gaan, dat toont het stralende voorbeeld van het Van Gogh Museum wel aan. Maar andere hebben een jaarlijks tekort van een miljoen.'' Ze heten nog rijksmusea omdat dat zo in hun statuten staat, maar staan op zichzelf sinds 1995, toen de overheid onder de toenmalige staatssecretaris van Cultuur Aad Nuis twee grote verzelfstandigingsoperaties uitvoerde. De meeste hebben een dertigjarige beheersovereenkomst met de overheid: de overheid is eigenaar van gebouw en collectie, het museum beheert. Knoop: ,,Bij deze musea zit het grootste deel van het budget muurvast. Dat gaat naar de vaste lasten.''

Hij benadrukt dat de raad een museum puur op zijn voor elke bezoeker zichtbare inhoud beoordeelt. ,,We letten op allerlei aspecten, en hoge bezoekersaantallen zijn zeker geen algemene eis. Maar wat er precies achter de schermen speelt, weten wij als raad niet. We zijn geen accountants. Van verbouwingen horen we meestal pas als we het in de krant lezen. In de subsidie-aanvraag worden dan opeens enorm hoge exploitatiekosten opgevoerd. Bij de rijksmusea bestaat ook een gezamenlijk pensioentekort van drie à vier miljoen euro, maar wij vinden dat die claim buiten de Cultuurnota valt. Dat moet de staatssecretaris zelf met de musea uitzoeken.''

Herma Hofmeijer, directeur van de Vereniging van Rijksgesubsidieerde Musea (VRM), die de belangen van in totaal 26 voormalige rijksmusea behartigt, noemt het pensioentekort een ,,slepend probleem'', waarvan de oorzaak ligt in het ,,niet afhechten'' van de verzelfstandiging in 1995. De VRM is over de kwestie ,,in gesprek'' met het ministerie van OCW. Hofmeijer verwacht niet dat er rond Prinsjesdag al een oplossing zal zijn gevonden.

Daarnaast is het tijd voor een ,,strategische discussie'' over de rijksmusea, aldus Hofmeijer: wat kunnen ze eigenlijk van de overheid verwachten? Hofmeijer: ,,In 1995 werd hen gezegd: ga op je eigen benen staan. Dus werden de musea autonomer, gingen ze de markt op, richtten ze zich meer naar buiten. Er werd flink geïnvesteerd in de gebouwen en in pr. Vaak leverde dat extra inkomsten op, maar er kwamen ook hogere kosten. Een groter gebouw kan meer bezoekers verwerken, maar is duurder in het beheer. Moet de overheid zich dan terugtrekken, of juist steun geven?''

Knoop: ,,De roep om groter, beter, voor meer publiek is prima, maar de rekening wordt nu bij de Raad voor Cultuur op tafel gelegd. Niemand bij de overheid heeft ooit bedacht hoeveel geld en moeite het zou kosten om rijksgesubsidieerde instellingen opeens als cultureel ondernemer te laten opereren. Het laatste inhoudelijke debat over de musea dateert van twintig jaar geleden. Nu worden ze blij gemaakt met een dode mus. Je zegt: ga maar lekker winkeltje spelen, maar geeft ze niet het geld om risico's te nemen en om hun personeel aan te passen. Want niet alle medewerkers zijn geschikt voor zo'n museum nieuwe stijl.'' Hofmeijer: ,,Wij vinden dat de verantwoordelijkheid van de overheid verder strekt dan het financieren van de gebouwen. Musea zijn geen pakhuizen. Ze zijn een deel van het nationale erfgoed.''