`De droom ziet er nu fletser uit'

Vandaag verschijnt het tweede album van The Libertines. ,,Een fantastische plaat kun je desnoods op een zinkend schip opnemen.''

,,Where's Pete?'' was de meestgestelde vraag die Carl Barât in de afgelopen maanden moest aanhoren. ,,How's Pete?'' een goede tweede. Barât werd er moedeloos van. Het waren precies de vragen die hem ook bezighielden, terwijl hij met zijn ziel onder zijn arm backstage bij het Glastonbury-festival rondhing, waar zijn band eigenlijk had moeten optreden. Hij kon er geen antwoord op geven. Zijn jeugdvriend Pete Doherty hield zich schuil, misschien wel in hetzelfde Londense kraakpand waar hij eerder laveloos was aangetroffen. Juist nu The Libertines, de groep die ze vijf jaar geleden samen waren begonnen, in een cruciale fase verkeert voor een mogelijke internationale doorbraak.

Vandaag verschijnt hun tweede album The Libertines, een wonder van ongepolijste rock & roll dat in al zijn turbulente schoonheid herinnert aan Exile On Main Street van The Rolling Stones en London Calling van The Clash. De overeenkomst is niet toevallig, want samen hebben Barât en Doherty veel gemeen met de elkaar afstotende magneten die Mick Jagger en Keith Richards vroeger waren. Onderlinge meningsverschillen vechten ze publiekelijk uit, liefst in de vorm van pijnlijk openhartige rocksongs.

Clash-gitarist Mick Jones produceerde The Libertines in het oog van een orkaan, want Doherty verdeelde zijn aandacht tussen muziekmaken en een op hol geslagen drugsverslaving. Dat leidde tot wrijving met Barât, zelf ook geen lieverdje, maar vooral tot een sfeer die creatief vuurwerk opleverde. Songs als `Can't stand me now', `The man who would be king' en `What became of the likely lads' behoren tot het beste dat de Britse popmuziek in de kwarteeuw sinds London Calling heeft opgeleverd.

Voor een man die de onheilstijding komt brengen dat zijn band misschien niet lang meer te gaan heeft, zit Carl Barât ontspannen achter een schaakbord in een Amsterdams viersterrenhotel. ,,Wat kan ik anders? Pete is aan zet. Als hij niet stopt met harddrugs, is er geen toekomst voor The Libertines. Voorlopig hou ik het schip drijvende en doen we optredens met onze gitaarroadie als vervanger. Daarmee probeer ik de droom te vervullen die Pete en ik ooit hadden, van wereldwijd succes met een compromisloze rock & rollband. De droom ziet er alleen wat fletser uit dan toen.''

Barât is teruggekomen van de romantische voorstelling dat een relevante rockband zich te buiten hoort te gaan aan drugs en alcohol. ,,In het begin heb ik daar flink aan meegedaan. Maar het is een mythe dat je drugs nodig hebt om creatief te zijn, vooral wanneer er crack en heroïne in het spel komen. Alle tijd die je voordien had om muziek te maken, gaan op aan het scoren van drugs. Succes en heroïneverslaving lijken op elkaar, in die zin dat ze je hele leven gaan beheersen. Vanaf de dag dat we ons platencontract met Rough Trade tekenden, vonden we dat we het aan onze status van aanstormende rocksterren verplicht waren om er een wilde en onverantwoordelijke levensstijl op na te houden. Bij Pete is dat zo ernstig uit de hand gelopen, dat we hem voor zijn eigen bestwil tijdelijk uit de band hebben gegooid.''

Toch gelooft hij nog steeds dat tijdloze rock & roll eerder geboren wordt uit chaos dan uit gezapigheid. ,,Mijn beste songs heb ik geschreven in periodes van betrekkelijke rust, maar een fantastische plaat kun je desnoods met je voeten in het water op een zinkend schip opnemen. De blues krijg je niet van warme melk met koekjes; daarvoor moet je toch minstens met een kater uit een vreemd bed zijn gerold. Dit album kwam moeizamer tot stand dan het vorige, omdat het langer duurde voordat we in de studio als een hechte band konden functioneren. Mick Jones stimuleerde ons om de nummers net zo lang te spelen tot alles vanzelf op zijn plek viel. Hij moedigde ons aan om het zoveel mogelijk live te doen. Met The Clash heeft hij voldoende chaos meegemaakt om niet op te kijken van twee gitaristen die elkaar in de haren vliegen. Want dat deden we, tot bloedens toe. Waarom? Omdat we van elkaar houden, daarom.''