Buurtaal in de lift

De belangstelling voor de studie Duits is ten opzichte van vorig jaar verdubbeld. Maar ook 51 eerstejaars blijft een mager totaal.

KOMEND studiejaar zullen er in Groningen veertien eerstejaars Duits rondlopen. De tussenstand in Leiden staat op twaalf – cijfers van 23 augustus. Vorig jaar trokken beide universiteiten respectievelijk twee en vijf eerstejaarsstudenten Duits. Landelijk stijgt het totaal van 32 vorig jaar (tussenstand 1 september, resulterend in 24 definitieve aanmeldingen per 1 december) naar 51 voor het collegejaar 2004-2005. Het gaat dan om zes universiteiten: naast Groningen en Leiden bieden ook Nijmegen, Amsterdam (UvA en VU) en Utrecht de studie Duits aan.

Een spectaculaire stijging, maar ook 51 is een mager aantal. Volgens Anthonya Visser, aan de Leidse universiteit hoogleraar Duitse taal en cultuur, zijn achttien à twintig aanmeldingen per universiteit het minimum, daaronder moet er geld bij. Rond 1980 schreven zich jaarlijks nog honderden studenten in voor Duits. Eén voordeel heeft onderwijs in dergelijke kleine groepen wel: de student blijft bij de les.

Duits is onbemind. De grootste boekhandel van Nederland, Donner in Rotterdam, heeft één kast met Duitse boeken. In de evengrote Mayersche Buchhandlungen in Düsseldorf en Keulen staan daarentegen kasten (en tafels) vol 't Hart, Mak, Nooteboom en andere Nederlandse auteurs – al dan niet vertaald. Het Nederlands geldt in Duitsland als een grote cultuurtaal.

In Duitsland trekt de studie Nederlands dan ook duizenden studenten. In een gesprek met deze krant vorig jaar (W&O, 20 september) zei Douwe Breimer, rector van de Universiteit Leiden, zich net zoveel zorgen te maken over het gebrek aan studenten scheikunde als aan dat van studenten Duits: ``Kenniseconomie gaat ook over duurzaamheid en de stabiliteit van samenlevingen. Dan hebben we het over talen en culturen. Ik maak me net zoveel zorgen over het gebrek aan studenten Duits als aan studenten scheikunde. Je moet een goede buur en je grootste handelspartner willen begrijpen.''

In Vlaanderen lopen de aanmeldingen voor Duits uiteen van twintig à dertig tot zeventig per universiteit, meestal in combinatie met Engels. Duits geldt doorgaans als `rationaliteitskeuze', aldus prof.dr. Benjamin Biebuyck uit Gent. Maar tijdens de studie stelt een flink aantal studenten vast dat de taal ook nog eens veel boeiender is dan ze dachten, en kiezen ze het als enige taal of als `hoofdtaal' in de tweede fase. Om de belangstelling in Nederland aan te wakkeren geven Anthonya Visser en haar Groningse collega Marianne Vogel gastlessen op middelbare scholen.

Een sterk argument van beide hoogleraren, gesteund door Joost Kleuters van het Centrum voor Duitslandstudies in Nijmegen (dat met het Zentrum für Niederlande-Studien in Münster samenwerkt), is dat ook in deze economisch minder florissante tijden de banen voor afgestudeerden Duits en Duitslandkunde voor het opscheppen liggen. In het bedrijfsleven, in de journalistiek, bij de overheid, als vertaler en als leraar, overal kunnen afgestudeerden Duits terecht. Duitse studenten Nederlands hebben die garantie niet, al zijn hun vooruitzichten op werk relatief gunstig. Mede daardoor studeren er in Duitsland in totaal 1.900 hoofdvakstudenten en 1.600 bij- en keuzevakstudenten Nederlands.

Kennis van Duitsland is geen overbodige luxe: het gaat immers om onze grootste handelspartner. Duitsers hanteren – net als de Belgen en de Fransen – andere beelden, taalstructuren en denkvormen. Zo verlopen Duitse vergaderingen anders, Duitsers lezen in het algemeen meer en (mannelijke) directeuren rijden er niet in een paarse (een kleur geassocieerd met de vrouwenbeweging) Opel Corsa, zoals ooit een pas aangestelde Nederlandse directeur van een chemisch bedrijf in Regensburg vaststelde. Wie de omgangsvormen en taal van de Duitsers beheerst en hun wereldbeeld kent, is een interessante gesprekspartner en ontdekt dat Duitsers hartelijk en geestig kunnen zijn. Hij of zij leert bovendien relativeren. Of zoals de in Berlijn gestationeerde Nederlandse diplomaat dr. H. Hoefdraad het uitdrukte: ``Niet zij maar wij vormen de uitzonderingen op het Europese patroon.''