Attali, Montesquieu en de Gouden Eeuw

In zijn column van 18 augustus maakt J.L. Heldring een mooie vergelijking tussen onze Patriottische revolutie tegen de Oranjes, met `Goejanverwellesluis' in 1787 als fluwelen wapenfeit, en de latere Franse revolutie van 1789 tegen het establishment van koning, adel en kerk aldaar, met haar bestorming van de vrijwel lege Bastille.

Onze revolutie is inmiddels nagenoeg verwijderd uit het nationale geheugen, terwijl de Franse werd uitvergroot tot een epos. Vervolgens actualiseert Heldring zijn vergelijking tussen Nederland en Frankrijk door Jacques Attali te citeren, die onze voorouders in de Gouden Eeuw prijst om hun succesvolle innovaties van democratie en markt.

Terloops noemt hij Attali, voormalig adviseur van Mitterrand, een intelligente schavuit.

Terecht, want deze aardige theorie over onze Gouden Eeuw komt van Montesquieu, die haar in 1748 formuleerde in zijn `L'Esprit des Lois' (met name de boeken 9, 11 en 20). Montesquieu prijst onze toenmalige Republiek de hemel in! Dit is des te opmerkelijker, omdat hij eerder (1729) ons land met gemengde gevoelens bezocht (beschreven in `Voyages', deel 3).

Hij ergerde zich over de vele belastingen en steekpenningen van overheidswege, maar bewondert onze bestuurlijke vernieuwing (de gekozen burgemeester!) en slimme handel, zoals verder uitgewerkt in de `L'Esprit'.