Alles is geoorloofd

De vele tegenstanders van president Bush in New York zijn bijzonder actief aan de vooravond van de Republikeinse Conventie: ze demonstreren, manipuleren, infiltreren.

Zo wordt in de film `This Revolution', met Gert Van Langendonck in een bijrol, fictie vermengd met werkelijkheid. Op pad met links in New York.

De oudere dame zegt dat ze zich ,,o zo veel veiliger'' voelt sinds president George W. Bush Irak is binnengevallen. Ze gaat opnieuw voor Bush stemmen op 2 november, zeker weten. Hoe kan u dat nu zeggen, vraag ik? Bush heeft in Irak een heel leger nieuwe terroristen gecreëerd.

Excuses voor het gebruik van de ik-vorm, maar de oudere dame en ik zijn figuranten voor de film This Revolution, die deze week in New York wordt gedraaid met Rosario Dawson (Kids, Men in Black II, 25th Hour) in een van de hoofdrollen. De oudere dame en ik spelen onszelf, mediamensen op een cocktailparty op een sjieke loft in TriBeCa. De loft is eigendom van de ouders van acteur Nathan Crooker. Die speelt een cameraman die door zijn tv-zender is teruggeroepen uit Irak om de protesten rond de Republikeinse Nationale Conventie (RNC) te verslaan.

This Revolution is een remake van een cultfilm uit de jaren zestig, Medium Cool van Haskell Wexler. Medium Cool was in zijn tijd revolutionair omdat Hexler werkte met acteurs die hun rollen speelden tegen de echte achtergrond, met rellen, van de Democratische Conventie in Chicago in 1968. Regisseur Stephen Marshall (36) zegt graag dat zijn keuze voor een dergelijke aanpak van pragmatische aard is. ,,Begin deze maand hebben we in Boston gefilmd tijdens de Democratische Conventie. Al die veiligheidsmaatregelen, de robocops... Dat in scène zetten zou mij minstens honderdduizend dollar hebben gekost.''

Maar natuurlijk is er een dieperliggende reden om nu een remake te maken van Medium Cool. Marshall: ,,Die film is altijd een voorbeeld geweest voor mij door de manier waarop Wexler met fictie en realiteit speelt. En de politieke conventies van dit jaar deden mij terugdenken aan wat Wexler in 1968 in Chicago had gedaan.''

1968, het jaar waarin Marshall werd geboren, was het hoogtepunt van de bijna-revolutie van de jaren zestig: de Vietnam-oorlog was in volle gang, Martin Luther King was pas vermoord. De Democratische Conventie in Chicago werd het toneel voor de zwaarste rellen in de Verenigde Staten sinds mensenheugenis, en de tv-beelden van het straatgeweld shockeerden de Amerikanen zodanig dat ze in november van dat jaar Richard Nixon tot president kozen. Zesendertig jaar later is Amerika opnieuw verwikkeld in een onpopulaire oorlog. De kranten staan dag na dag vol met sensationele berichten over het te verwachten geweld tijdens de Republikeinse Conventie, die voor het eerst in de geschiedenis wordt gehouden in het hart van het rabiaat Democratische New York. (Voor elke Republikein zijn er in New York vijf Democraten.)

Vergelijkingen tussen Chicago '68 en New York '04 zijn legio in de aanloop naar de conventie, die maandag van start gaat in Madison Square Garden. Maar de vergelijking gaat niet helemaal op, zegt Marshall. ,,In 1968 was er een generatieoorlog aan de gang. Jongeren waren bijna unaniem anti-regeringsgezind, wegens de tijdgeest, maar vooral wegens van de dienstplicht voor Vietnam. Vandaag is de realiteit veel complexer. Je hebt achttienjarigen die linkse activisten zijn, maar je hebt er even goed die van plan zijn om straks op Bush te stemmen.''

Uitgerekend de FBI bezorgde Marshall deze maand een geschenk uit de hemel. The New York Times berichtte op 16 augustus dat federale agenten vredesbewegingen hebben geïnfiltreerd in Missouri, Kansas en Colorado – in het kader van terrorismebestrijding. Jonge activisten die van plan waren om naar Boston of New York te reizen om er tegen de regering-Bush te demonstreren werden urenlang op het rooster gelegd. Ouders en buren werden ondervraagd. Vredesbewegingen werden geïnfiltreerd door undercover-agenten, zonder dat er aanleiding was om te geloven dat zij illegale activiteiten planden.

Dat sluit mooi aan op de plot van de film. In het origineel Medium Cool is het hoofdpersonage een cynische cameraman die de rellen moet filmen, en erachter komt dat zijn tv-zender een geheime deal heeft gesloten om zijn beelden van de demonstranten door te spelen aan het FBI. In de remake This Revolution is het hoofdpersonage een cameraman die erachter komt dat zijn station een geheime deal heeft gesloten om zijn beelden van Black Bloc-activisten door te spelen aan het Department of Homeland Security, de binnenlandse veiligheidsdienst die naar aanleiding van `9/11' werd opgericht. ,,Stranger than fiction'', zegt Marshall over het Times-verhaal. ,,We leven in tijden waarin de realiteit zo fucked up is dat je het zelf niet zou kunnen verzinnen.''

Grassprietjes in Central Park

Donna Lieberman heeft geen tijd om zich met fictie bezig te houden. Lieberman geeft leiding aan de New Yorkse afdeling van de American Civil Liberties Union (ACLU). Haar realiteit is die van de nakende protesten rond de conventie en, vooral, het vrijwaren van de demonstranten tegen eventueel politiemisbruik. Haar organisatie heeft speciaal voor de conventie een winkelruimte gehuurd op Eighth Avenue ter hoogte van de 36ste straat, twee blokken ten noorden van Madison Square Garden, waar zondag naar verwachting een kwart miljoen anti-Bush-betogers voorbij stromen.

,,Dit is een kritiek moment in de geschiedenis van ons land op elk mogelijk vlak'', zegt Lieberman, terwijl jonge vrijwilligers de winkelruimte een laatste schoonmaakbeurt geven. Ze dragen zwarte T-shirts met het opschrift `Dissent is Patriotic' (protest is vaderlandslievend).

De laatste keer dat er massa's in beweging kwamen is hun dat niet zo goed bekomen. In februari 2003 ging een half miljoen mensen in New York de straat op in een ultieme poging de oorlog in Irak af te wenden. Dat eindigde in geweld en honderden arrestaties. De organisatie van Lieberman heeft sindsdien verschillende rechtszaken gewonnen tegen de politie van New York over de tactieken die toen werden gebruikt: het afsluiten van de toegangswegen naar de betoging, verhinderen dat reeds aanwezige betogers konden vertrekken, het ondervragen van de arrestanten over hun activistisch verleden.

Het grote verschil met toen is dat protesteren tegen de regering-Bush opnieuw sociaal aanvaardbaar is geworden, tenminste in New York. ,,In februari vorig jaar beschouwde het stadsbestuur iedereen die tegen de oorlog wilde betogen nog als een potentiële misdadiger. De campagne van Democratisch presidentskandidaat Howard Dean, eind vorig jaar, heeft veel geholpen om de ontevredenheid over de regering-Bush te legitimeren.''

In een kantoor aan de 38ste straat zit Bob Wing (53) op het puntje van zijn stoel. Wing, een Chinese Amerikaan, is de vice-voorzitter van United for Peace and Justice, de organisator van de voornaamste betoging, zondag. Elk moment wordt de definitieve uitspraak verwacht in de rechtszaak tegen de stad New York over het gebruik van Central Park als eindpunt voor de mars. ,,Als we het park niet krijgen, kan dat een verschil van honderdduizend mensen betekenen'', zegt Wing.

Het debat over Central Park houdt de New Yorkers nu al weken bezig. De stad wilde de betogers aanvankelijk verbannen naar de buitenwijk Queens, en later naar de West Side Highway, aan de oostelijke rand van Manhattan. Maar de organisatoren stapten naar de rechter om de mars toch in Central Park te laten eindigen. Het argument van de stad is dat de betogers de grassprietjes van de Great Lawn zullen vertrappelen, ook al werd het grasperk in de jaren negentig speciaal ontworpen om dergelijke grote manifestaties te kunnen doorstaan.

United for Peace and Justice vertegenwoordigt de brave betogers; radicaal links demonstreert twee dagen later. Maar Wing toont zich behoorlijk radicaal wanneer hij zich opwindt over de media die mensen zoveel angst aanjagen dat ze niet naar New York zullen durven komen. Hij heeft het over voorpaginafoto's van politiemannen in oproerkledij onder de slogan `We're ready!', de verklaring van openbaar aanklager Robert Morgenthau dat zijn diensten klaar zijn om zonodig duizend arrestaties per dag te verrichten tijdens de conventie, en de stroom van verhalen die anarchistisch straatgeweld en terreuraanslagen voorspellen.

,,Activisten zoals ik zullen zich daardoor niet laten afschrikken. Maar wij zijn in heel Amerika hooguit met zijn honderdduizend. Alles daarboven zal moeten komen van gewone mensen. Ik heb het over mensen die nog nooit in hun leven naar een betoging zijn geweest maar die gewoon kwaad zijn op de regering-Bush. Ik heb het over moeders met kinderen. Zou u uw moeder of dochter zondag naar New York laten komen na al die onheilsberichten?'' De organisatoren van de betoging van zondag zijn op de valreep met de stad overeengekomen de mars te laten eindigen op Union Square, maar ze vragen de deelnemers om daarna toch naar Central Park te gaan, in weerwil van het verbod.

Feel good in East Village

Voor de concertzaal Webster Hall in de East Village staat een groepje mannen en vrouwen in smokings en baljurken. Met Texaanse accenten geven ze uiting aan hun pro-Bush-standpunten. Een oudere vrouw probeert hun een button te verkopen met de slogan `New York says no to Bush'. Het groepje weigert beleefd.

Het zijn geen echte Bush-aanhangers uit Texas, maar de Billionaires for Bush, een links collectief van kunstenaars die zich voordoen als rijke Republikeinen. Ze duiken op aan de ingang van belastingskantoren om de `kleine mensen' te bedanken omdat ze in hun plaats belastingen betalen. Of ze laten reclamespots uitzenden onder het thema Leave No Billionaire Behind, een parodie op het sociale programma van Bush, Leave No Child Behind.

Binnen in de concertzaal is de laatste `feel good'-manifestatie van links voor de grote betoging van zondag bezig. De East Village, het bolwerk van links Amerika, mag de laatste jaren dan onherkenbaar veranderd zijn door de stijgende huurprijzen en de pletwals van hippe bars. Maar deze week voelt links Amerika zich goed in zijn vel: ze spelen op eigen terrein tegen een vijand die voor een keer veruit in de minderheid is.

Ina Howard (29), die overdag voor het linkse magazine The Nation werkt, probeert aan een tafeltje anti-Bushboeken te slijten aan een bij voorbaat overtuigd publiek. De verkoop loopt niet echt lekker. Er is te veel concurrentie deze week, zegt ze. Zo is het niet altijd geweest. Links Amerika is de laatste maanden ontwaakt uit de lange winterslaap waarin het na 9/11 was beland. Ina Howard werkte toen als assistente voor Gregg Palast, de auteur van een van de eerste anti-Bushboeken, The Best Democracy Money Can Buy. ,,Toen ik voor Gregg een boektournee moest organiseren, werden we in veel winkels geweigerd, en als ze al toezegden, werden de signeersessies gepland op uren waarop er geen klanten waren.''

Maar de tijden veranderen. Het was rond de periode dat Howard Dean campagne voerde dat Ina Howard plots het ene telefoontje na het andere begon te krijgen van de grote uitgevers. Of zij niet eens kon langskomen om hun advies te geven over manieren om het progressief linkse publiek te bereiken?

,,De uitgevers hadden ingezien dat al die linkse mensen potentiële klanten waren, dat er een enorme markt bestond voor anti-Bushboeken. Ik heb hun gezegd dat ze vooral geen agressieve marketingtechnieken moesten gebruiken, want dat ruiken wij van een kilometer afstand. In de plaats heb ik hun aangeraden boeken weg te geven aan linkse radiostations, die ze dan konden gebruiken voor hun ledenwerving. Zo geef je een boek de juiste geloofsbrieven mee.''

Ina Howard is ook lid van The Yes Men, een collectief van activisten die aan ,,actieve desinformatie'' doen. The Yes Men zagen het licht toen een linkse organisatie in 1999 de domeinnaam www.gwbush.com in handen kreeg omdat de Bush-campagne had verzuimd de naam te laten registreren. Andy Bichlbaum en Mike Bonanno maakten een nepwebsite die er krek uitzag als de echte, www.georgewbush.com, maar die iets andere accenten legde in het curriculum vitae van de Texaanse gouverneur. Die site was zo succesvol dat de Bush-campagne tevergeefs een rechtszaak begon, en duizenden dollars spendeerde om andere domeinnamen op te kopen.

Vervolgens deden de Yes Men hetzelfde met de eveneens beschikbare domeinnaam www.gatt.org, de voorloper van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Die zag er zo echt uit dat The Yes Men vanuit de hele wereld uitnodigingen begonnen te krijgen om in naam van de WTO te komen spreken. Ze gingen daar gretig op in, en slaagden er zelfs in om namens de wereldhandelsorganisatie op televisiezender CNBC te komen. Tijdens een conferentie in Australië kondigden Bichlbaum en Bonanno zelfs het einde van de WTO aan ,,gezien het effect van een beleid dat oorspronkelijk bedoeld was om meer welvaart en vrede teweeg te brengen''. De nieuwe WTO, zo vertelde Bichlbaum aan een verbouwereerd gehoor van zakenlui, zou als uitgangspunt het VN-handvest voor de rechten van de mens hebben.

,,Wij leven in een wereld waarin de meeste mensen hun beslissing al genomen hebben'', zegt Mike Bonanno, ,,dus vinden wij het nodig om een beetje verwarring te zaaien in de hoofden van de mensen. In een wereld die verzadigd is door de massamedia is het nodig een beetje van de mediaruimte terug te eisen. Ik bedoel: de andere kant liegt ons voortdurend voor via de media, wat wij doen is onze eigen leugens creëren met als uiteindelijke doel de waarheid te vertellen. Of dat ethisch verantwoord is? Wij vinden van wel, omdat wij de mening vertolken van mensen die doorgaans niet gehoord worden.''

Komende week willen The Yes Men `Republikeinse make-overs' aanbieden aan linkse betogers. ,,We gaan hen scheren en een net pak aandoen'', zegt Bonanno. ,,En dan sturen we hen naar de hotels van de Republikeinen die ze dan een rondleiding-met-gids door New York aanbieden. Maar dan een rondleiding langs alle plaatsen die te lijden hebben gehad onder het bewind-Bush.''

Intussen laat ook rechts zich niet onbetuigd. Een groep Republikeinse actievoerders, die zich de Protest Warriors noemt, is van plan om zich zondag onder de linkse betogers te mengen. Hun tactiek: linkse betogingen infiltreren met afwijkende slogans. Tijdens eerdere anti-oorlogsbetogingen droegen ze spandoeken mee met opschriften als `Saddam Hussein vermoordt zijn eigen landgenoten. Waarom zou dat ons een zorg wezen?'

Moeder in Harlem

Rosario Dawson en Nathan Croker zitten op de brandtrap achter het productiehuis Co-Op aan de 21ste straat. Dawson speelt in This Revolution een alleenstaande moeder uit Harlem die zich na de dood van haar man Cruz in Irak bij de antiglobalisten heeft vervoegd. Ze heeft Nathan (Jake) net gered van een pak slaag door Black Bloc'ers die de aanwezigheid van ,,de bourgeoispers'' niet op prijs stelden. Ze probeert Jake te overtuigen van de zaak.

,,Weet je Jake, toen ik Cruz was verloren, ben ik echt begonnen na te denken over wat ik zelf kon doen. Want de rijken zullen altijd vechten voor meer land en olie en goedkope werkkrachten, en wij zullen altijd degenen in de frontlinie zijn. Of het nu mijn echtgenoot is of de vader van een of ander kind in Italië of de Filippijnen of Egypte of Saoedi-Arabië. Wanneer zie je dat ooit op het journaal, Jake? Huh?''

,,Wow, dat was geweldig. Ze heeft het echt perfect neergezet.'' Charles Maol (27) is tevreden na het zien van de rushes. Maol is de contactpersoon tussen de filmploeg van This Revolution en radicale antiglobalisten. Hij moet ervoor zorgen dat Jake, de fictieve cameraman, op zondag een echte radicale actie zal kunnen filmen terwijl hij zelf gefilmd wordt door Stephen Marshall. Dat is geen gemakkelijke taak. De radicale antiglobalistische beweging werd wereldwijd, maar vooral in Amerika, een bijna dodelijke slag toegebracht na 9/11, en is meer dan ooit paranoïde over elke vorm van aandacht.

,,We zitten in een moeilijke positie'', zegt Maol. ,,We zitten gevangen tussen twee groepen: de ene is doodsbenauwd dat we mislukken door infiltratie van buitenaf, de andere is bang dat we verlamd gaan worden door paranoia.'' Wat er van de beweging is overgebleven, zegt Maol, is zelfs voor de activisten een raadsel. ,,Deze week is de test. Volgende week weten we of de beweging nog bestaat, of er nog hoop is, of dat de autoriteiten gewoon te sterk zijn geworden om tegen te vechten.''