Zwaarbewolkte opening Theaterfestival

In Gent begon gisteren de Vlaamse helft van het Theaterfestival. Zondag is de Nederlandse opening in Amsterdam. Directeur Arthur Sonnen is somber over het voortbestaan van het festival. ,,Er viel niets te lobbyen. Alles ligt al vast.''

Is directeur Arthur Sonnen ontslagen? Waarom is het Toneelhuis woedend op curator Martin Schouten? En haalt het Theaterfestival 2005?

De opening van het Theaterfestival gisteren in Gent geschiedde onder een onbestemde, maar zwaarbewolkte hemel. Zondag volgt in Amsterdam de Nederlandse opening, met een toespraak van oud-burgemeester Schelto Patijn en de monoloog Gümüs, over de Turkse kleermaker die in 1997 het land werd uitgezet. Dit wordt waarschijnlijk de laatste editie van het festival; zowel de Raad voor Cultuur als de Amsterdamse Kunstraad adviseerden in het voorjaar om de jaarlijkse subsidie van ruim 2,4 ton in te trekken.

Volgens Sonnen wijst alles erop dat staatssecretaris M. van der Laan (Cultuur) het advies gaat opvolgen, en dat de Amsterdamse wethouder H. Belliot (Cultuur) haar zal volgen. Het ministerie heeft het bestuur gesommeerd om maatregelen voor de liquidatie te treffen. Het bestuur heeft ontslagvergunningen aangevraagd voor Sonnen en zijn staf. In het voorjaar klonk Sonnen nog flegmatisch over het naderende einde, en noemde hij het advies ,,een uitnodiging tot lobbyen''. Nu is hij erachter ,,dat er niets te lobbyen viel. Alles ligt al vast.''

En dat terwijl het festival, waarop de `Toneel Top 12' van het afgelopen seizoen wordt getoond, volgens hem net met een nieuw elan was begonnen, met bijvoorbeeld de serie Septemberkoninkjes; jonge experimentele theatermakers. Na aanhoudende Vlaamse kritiek op de vakjury, die tot vorig jaar de selectie bepaalde, werd deze dit jaar vervangen door twee curatoren: de Vlaamse Nicole Petit bepaalde de jeugdselectie, en de Nederlandse journalist Martin Schouten maakte de selectie voor grote mensen. Schouten publiceerde zijn bevindingen in het toneeldagboek Een jaar in het duister.

De curatoren moesten het festival vernieuwen, maar Schoutens lijst wijkt niet veel af van die van vakjury's. Hij koos voor experimenteel toneel voor gevorderden, met veel weinig bekend, klein Vlaams werk als van tg Stan en Ceremonia, en uit Nederland vaste festivalgangers als Dood Paard en Toneelgroep Amsterdam. Sonnen: ,,Je kiest toch uit de eredivisie, en die is niet zo groot.''

Schouten had graag avontuurlijker gekozen, maar ,,dit waren nu eenmaal de besten''. Een samenhang in de selectie heeft hij niet nagestreeft, ,,maar je kunt eruit concluderen dat de theatervernieuwing van de jaren tachtig en negentig in Nederland nu de grote zalen heeft bereikt. Vlaanderen loopt tien jaar achter. De oprichting van Percevals Toneelhuis in Antwerpen in 1998 kun je vergelijken met die van Rijnders' Toneelgroep Amsterdam in 1987. Maar dat heeft wel tot gevolg dat in Vlaanderen nu de interessante dingen gebeuren. Nederland heeft een constant hoog, maar voorspelbaar peil. Vlamingen zijn extremer en fanatieker. Dat kan prachtige voorstellingen opleveren, maar ook vreselijke missers.''

In Een jaar in het duister beschrijft Schouten niet alleen nauwgezet zijn theaterbezoek, maar ook de logeerpartijen van zijn kleindochter Roos, zijn jichtige voet en veel horecabezoek met theatervolk, waar hij gretig de laatste roddels optekent. Dat laatste heeft in Vlaanderen tot een relletje geleid. Uitgebreid staat Schouten stil bij het ontslag van acteur Han Kerckhoff bij het Toneelhuis, en schrijft hij over vermeende schulden en het absenteïsme van artistiek leider Luk Perceval. Zakelijk leider Stefaan de Ruyck van het Toneelhuis hekelt deze week in een brief Schoutens ,,bedenkelijke insinuaties'', en eist rectificatie van de ,,manifeste verdraaiïngen van feiten''. Schouten is dit niet van plan, maar wil de brief in de eventuele tweede druk van zijn boek opnemen.

Heeft Schouten journalistieke regels overtreden door roddels te publiceren zonder ze te controleren? ,,Nee. In dit boek ben ik geen toneeljournalist, ik schrijf een kroniek van een toneeljaar. Daar horen ook de roddels bij. Dat is de lol van het boek.''

Opmerkelijk is ook dat Schoutens baan als curator hem kennelijk niet belet om doorlopend te lunchen, dineren en drinken met bevriende acteurs, regisseurs en programmeurs, ook na voorstellingen die hij gaat selecteren. Van zijn `vriendin F.' (Hollandia-actrice Frieda Pittoors) zette hij twee toneelstukken op de longlist: Tim van Athene en Richard III. Streefde hij als eenmansjury geen onfhankelijkheid na? ,,Toen ik recensent van de Volkskrant was, nog wel. Maar nu ben ik toch vrij? Ik geef toe, ik zit vol onzuivere argumenten. Maar ik vertel het er allemaal eerlijk bij.''