`We zijn echt de 16 domste mensen van de wereld'

Woede om de onverwacht verloren olympische finale overheerste gisteravond bij de speelsters van het Nederlandse hockeyteam.

Kort na afloop van de als dramatisch ervaren nederlaag van de Nederlandse hockeysters in de olympische finale tegen Duitsland (1-2) kwam de ontlading. ,,We speelden zo ontzettend angstig, het was schandalig zoals wij vanavond op het veld stonden'', zei aanvoerster Mijntje Donners, in de hitte van de emotie. Woedend was ze, en niet zo'n beetje ook. ,,We hebben echt alles verkeerd gedaan. Toen we twee jaar geleden de WK-finale van Argentinië verloren, zeiden we tegen elkaar: dit was eens maar nooit meer. Dat is gelukt, tot vandaag. Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan. We zijn echt de zestien domste mensen van deze wereld.''

Nederlandse topsporters staan niet bekend om hun zelfkritiek. Als ze het al doen, dan zelden of nooit in het openbaar. Het maakt hen week en kwetsbaar, met alle gevolgen van dien voor de nabije toekomst. Hockeyers daarentegen gaan doorgaans niet gebukt onder een gebrek aan zelfkennis. In een vlaag van woede over de eigen onmacht nagelden de speelsters zichzelf én elkaar gisteren, na het demasqué tegen `laagvlieger' Duitsland, in ongemeen harde en vlijmscherpe bewoordingen aan het kruis. ,,Weer een finale verloren, het heeft puur met mentaliteit te maken'', concludeerde de eveneens door emoties bevangen verdedigster Ageeth Boomgaardt.

Het was een bijna aan zelfhaat grenzende klaagzang, die zich meester maakte van de selectie. ,,Dit laat je toch niet gebeuren?'', mopperde Boomgaardt. ,,Het is nota bene de belangrijkste hockeywedstrijd uit je leven. Dan moet je er volledig staan. Maar in de halve finale tegen Argentinië zat het al niet goed en in de finale kwam het er weer niet uit. Ongelooflijk! Je kunt wel acht jaar blijven trainen, maar zonder de juiste mentaliteit win je nooit grote finales.''

Het was deels de ontgoocheling, deels het besef dat sommigen, onder wie de routiniers Donners (234 interlands) en Boomgaardt (192), hun rijke en lange loopbaan in mineur afsloten. Bondscoach Marc Lammers bleek zo aangeslagen dat hij amper besefte wat zijn elftal kort daarvoor was overkomen. Hij voelde slechts ,,een waas van woede'', maar ,,kon het filmpje nu even niet terugdraaien''.

De nederlaag paste niet in het beeld dat de hockeysters, onder Lammers uitgegroeid tot semi-professionals, van zichzelf hadden, en in de aanloop naar de finale zo nadrukkelijk hadden opgeroepen. Nederland lag op koers, dat had iedereen in de voorronde kunnen zien. Twintig jaar na dato (Los Angeles 1984) zouden de hockeysters opnieuw goud winnen.

Lammers herhaalde na afloop nog maar eens wat de voltallige selectie tot gisteren met zoveel overtuiging had uitgedragen: ,,Wij zijn hier gewoon de beste ploeg.''

NACHTMERRIE: PAGINA 16