Waar ligt het Westen

Is de politieke kloof tussen Europa en Amerika nog te dichten? Timothy Garton Ash meent dat er weinig anders op zit. Europa staat er slechter voor en flink `Euro-gaullisme' is een doodlopende straat.

De schok van 11 september 2001 en de oorlogen die erop zijn gevolgd heeft een vloedgolf van boeken opgewekt die de balans willen opmaken van de tijd waarin we leven en bovendien vragen naar de toekomst. Dat draait al te vaak uit op iets tussen een gelegenheidsboek en een doorwrochte historische beschouwing. De grote greep levert beweringen op die even weids zijn als vlak. De wereld in een weegschaal: dat kan nooit goed gaan.

Het nieuwe boek van de Britse historicus Timothy Garton Ash heeft alle nadelen van het genre. Zo trefzeker als zijn gevoel voor de geschiedenis was in zijn boeken over Midden-Europa (zoals The Uses Of Adversity) zo pathetisch is soms de beeldspraak in Free World. Het boek lijdt onder zwaarwichtigheid, met zinnen als deze over de milieuproblematiek: `Welke argumenten kunnen de vrienden van Amerika gebruiken om het land aan te moedigen? Alleen maar dat het lot van de Aarde van de keuzen van Amerika afhangt'.

Gelukkig zijn er tussen de clichés over het bestrijden van de honger in de wereld belangwekkende waarnemingen te vinden. Vooral de hoofdstukken over Amerika, Groot-Brittannië en de Europese Unie zijn de moeite waard en nodigen uit tot commentaar. De ervaringen die Garton Ash heeft opgedaan in de woelige jaren tachtig in Midden-Europa – lees vooral The uses of adversity – hebben hem geleerd hoe uit de nood een deugd kan worden gemaakt. Dat is zijn eigenlijke project: hoe kan uit de verdeeldheid van het Westen, zoals die is gebleken tijdens de Irak-oorlog, een nieuw elan worden geboren dat Amerika en Europa tot elkaar brengt en de vrijheid in de wereld helpt?

Garton Ash haast zich om duidelijk te maken dat het Westen niet keurig, als een walnoot, in tweeën is gespleten. Europa zelf is verdeeld tussen wat hij omschrijft als `neo-Gaullisme' en `neo-Churchillianisme': een strategie die een eenheid van Europa zoekt in een zo groot mogelijke afstand ten opzichte van Amerika, tegenover een strategie die toenadering zoekt ten opzichte van de enige supermacht in de wereld. Ook Amerika is verdeeld, zoals bleek tijdens de presidentsverkiezingen van 2000 en in de controverse over de oorlog tegen terreur en de inval in Irak. Garton Ash is zeer op dreef in het kritiseren van de `verschrikkelijke simplificaties' aan beide zijden van de oceaan: anti-Amerikanisme noch anti-Europeanisme is aan hem besteed.

Sociale gelijkheid

Garton Ash brengt nuanceringen aan, die de gedachte dat Europa zijn eenheid zou kunnen bouwen op het verschil met Amerika, effectief ondermijnen. Ook in Europa zijn er aanzienlijke verschillen in zaken als de rol van de overheid en sociale gelijkheid, bijvoorbeeld tussen Groot-Brittannië en Zweden. Bovendien blijkt uit een vergelijking dat de publieke uitgaven voor de gezondheidszorg in Amerika en Groot-Brittannië elkaar nauwelijks ontlopen. Hij kritiseert ook de gedachte dat de Europese samenleving beter is dan de Amerikaanse. Hij haalt Clinton aan: zorgt een economie die veel meer mensen aan het werk helpt, niet op een andere manier voor sociale gelijkheid? En wat betreft de religie: kent Europa niet nog steeds een aantal landen met een staatskerk?

Nee, het Euro-gaullisme loopt op niets uit, cultureel noch politiek. Amerika zal zeker in de komende twintig jaar in militair, maar ook economisch en cultureel opzicht een globale dominantie uitoefenen. Verder wil Garton Ash niet kijken, want op langere termijn zijn met de opkomst van vooral China de machtsverhoudingen in de wereld onvoorspelbaar.

Tegenover het Euro-gaullisme bepleit Garton Ash een `Euro-atlanticisme', waarvan Groot-Brittannië de natuurlijke pleitbezorger zou kunnen zijn en onder Blair ook is geworden, zij het met weinig succes. Zo knap als de Britse premier het Amerikaanse publiek heeft bespeeld, zo zwak was zijn benadering van het Europese continent.

Dat komt ook omdat de Britten in de ogen van Garton Ash een zeer verdeelde natie zijn geworden. Aan de ene kant ziet hij er een tegenstelling tussen `eiland' en `wereld' de nadruk op soevereiniteit en patriottisme versus een werkelijkheid die steeds multicultureler is geworden (`de wereld is naar het eiland gekomen, omdat het eiland eerst naar de wereld is gegaan'). Aan de andere kant is er de tegenstelling tussen Europa en Amerika die dwars door de samenleving en de politieke klasse loopt en waarbij de vijandigheid van de meeste dagbladen jegens Europa een belangrijke rol speelt.

Uit deze constellatie trekt Garton Ash de slotsom dat Groot-Brittannië een bijzondere rol in de wereld van na 1989 te vervullen heeft, zoals Duitsland dat deed als meest verdeelde natie vóór 1989: `Het is een plek waar de gevolgen van een van de grote potentiële conflicten van deze eeuw – `the West versus the Rest' – duidelijk zichtbaar zijn en die van een ander – Europa versus Amerika – het scherpst worden gevoeld'.

Voor dat laatste valt veel te zeggen, in elk geval is de afwijzing van Europa nergens zo sterk als in Groot-Brittannië en is de wil om de banden met Amerika te koesteren nergens zo uitgesproken. Maar dat in Groot-Brittannië de spanning tussen `the West' en `the Rest' – onder meer door de komst van migranten – in het bijzonder zichtbaar zou zijn, berust nergens op. Sterker nog: Garton Ash prijst de pragmatische omgang van de Britten met deze problematiek, die in tal van andere Europese landen veel meer weerslag heeft gehad op het politieke en maatschappelijke leven.

Hoe moeten we nu oordelen over het pleidooi voor Euro-atlanticisme? De gedachte van Garton Ash dat Amerika nog maar een paar decennia de primaire rol in de wereld zal spelen, geeft urgentie aan de belangengemeenschap die het Westen is. Europa kan niet op eigen benen staan: hij wordt niet moe te benadrukken dat Europa geen centrale rol in de wereld meer zal spelen en ook niet moet proberen om een grootmacht te worden. En er zijn oog in oog met de grote vragen van de wereldpolitiek – zoals de democratische modernisering van het Midden-Oosten – inderdaad veel redenen waarom Europa en Amerika veel te verliezen hebben bij onderlinge verdeeldheid.

Waarschijnlijk heeft Europa meer te verliezen dan Amerika, en niet alleen door het verschil in macht. Wie de economische omgeving van Amerika vergelijkt met die van Europa, moet concluderen dat de Pacific, mede door de Chinese groei, veel meer mogelijkheden biedt dan het Middellandse-Zeegebied, waar Europa omringd is door landen die in een diepe crisis zijn blijven steken: `Als Europa niet meer welvaart en vrijheid naar deze jonge Arabieren brengt dan zullen deze jonge Arabieren naar Europa komen'.

Macht indammen

Maar wie zoals Garton Ash zoekt naar een nieuw compromis, moet veel concreter worden. Een transatlantisch contract waarin duidelijk wordt wat Amerika en Europa van elkaar verwachten, is onontbeerlijk. De Amerikanen verlangen van Europa dat de eenwording in het teken staat van samenwerking, en omgekeerd moet het voor de Amerikanen duidelijk zijn dat steun aan de eenwording van Europa een eigenbelang is, maar niet altijd tot gemakkelijk vergelijk zal leiden. Bovendien wil Amerika dat de Europese landen de Verenigde Naties niet voortdurend gebruiken als een manier om hun macht in te dammen.

Een nieuw Euro-atlanticisme vraagt ook om concrete doelstellingen. Wie in de komende jaren wil blijven vertrouwen op het verband met Amerika zal bereid moeten zijn om in ieder geval verantwoordelijkheid voor de eigen veiligheid te dragen. Een nieuw vergelijk kan nooit betekenen dat de Amerikanen de macht garanderen en de Europeanen het recht waarborgen. Europa kan alleen een duurzame band met Amerika instandhouden als het bijvoorbeeld wil nadenken over staten die zichzelf buiten de internationale rechtsorde plaatsen.

Over zulke kwesties is Garton Ash niet duidelijk genoeg. Eigenlijk blijft hij steken in een moreel pleidooi dat – hoe terecht ook – een wat machteloze indruk maakt: `Als je denkt dat de wereld een stad is, dan is het Westen van de eenentwintigste eeuw een `gated community' van rijken, omringd door arme buurten en verschrikkelijke achterbuurten'. Hij hekelt de hypocrisie van de westerse landen die met minimale hulp aan de armere landen en maximale steun aan de eigen boeren, de economische ongelijkheid alleen maar groter maken.

Door te wijzen op de grote noden en dreigingen in de wereld `de nieuwe rode legers' zoals hij ze noemt probeert Garton Ash de meningsverschillen tussen en binnen Amerika en Europa in hun juiste proporties te zien. De realist in hem zegt dat we moeten leren leven met het verdeelde Europa en het verdeelde Amerika. Europa zal blijven worstelen met de schaduwen van De Gaulle en Churchill. Daarnaast krijgt het de enorme opgave om de uitbreiding een goed vervolg te geven, zeker als de Unie naast Turkije ook nog de raad van Garton Ash opvolgt en de Oekraïne, Moldavië en Wit-Rusland in haar midden opneemt.

Free World laat zich in zijn beste delen lezen als een hartstochtelijk pleidooi om het Westen bijeen te houden. Maar die wens gaat niet makkelijk samen met Gartron Ash' andere wens om nu de stap te zetten van `de vrije wereld' naar `een vrije wereld'. De verbreiding van de democratie ver buiten het Westen biedt een historische kans: `Is het niet beter om te aanvaarden dat het Westen nu het zo ver buiten zijn historische kern is gereikt, in een wezenlijk opzicht niet meer het Westen is?'

Dat is een belangrijke vraag. Maar in welke mate een zelfrelativering van het Westen – Garton Ash spreekt over het `post-Westen' – de verspreiding van democratie zal bespoedigen is onduidelijk. Vooralsnog zijn er geen instituties die deze belangengemeenschap van de democratieën in de wereld werkelijk gewicht kunnen geven.

Timothy Garton Ash: Free World. Why a crisis of the West reveals the opportunity of our time. Allen Lane, 308 blz. €29,83

</RE>