Voorzichtig verbeeld

Exotisme en geweld domineren van oudsher de foto's van de Arabische wereld. Een nieuwe generatie Arabische fotografen presenteert poëtische beelden vol versluierde kritiek op religie en ongelijkheid.

De foto is zwart-wit, maar het is niet moeilijk om je de kleuren van de oase voor te stellen. De lucht is onbewolkt en dus knalblauw. De palmbomen steken felgroen af. Op de voorgrond stapt een jongetje, gehuld in tulband en wit gewaad, kordaat door het enkeldiepe water. Achter hem zien we een laag gebouwtje – van geel zandsteen, als ik zou moeten gokken. Alleen de kameel ontbreekt.

Idyllisch en onbedorven, zo toonde het Oostenrijks-Zwitserse fotografenduo Rudolf Lehnert en Ernst Landrock hun zo geliefde Arabische wereld het liefst. Tussen 1904 – het jaar dat de twee mannen elkaar in Zwitserland ontmoetten en besloten om samen naar de Oriënt te reizen – en 1930 maakten ze vele honderden foto's in landen als Tunesië, Algerije, Egypte en Palestina. Ze portretteerden er exotische haremvrouwen en mysterieuze stamhoofden, legden ongerepte woestijnlandschappen en drukbevolkte stadsgezichten vast, en deden verslag van de vele archeologische schatten, zoals de piramides en de pas ontdekte graftombe van Toetanchamon. De foto's verkochten ze onder de naam L & L in hun gezamenlijke winkel, die eerst in Tunis en later in Kairo gevestigd was.

Op de elfde editie van fotomanifestatie Noorderlicht, dit jaar geheel gewijd aan foto's uit en over de Arabische wereld, is een kleine greep uit het oeuvre van Lehnert & Landrock te zien. Het zijn verheerlijkende, soms mierzoete plaatjes van een cultuur die in het westen destijds sterk tot de verbeelding sprak. L & L maakten deze onbekende wereld mooier dan ze was. Armoede en ander sociaal onrecht werden doelbewust buiten beeld gelaten, storende details weggeretoucheerd. Zo is op een van de foto's te zien hoe de mantel van een schaapsherder, die opwaait door de wind en de man er daardoor dikker laat uitzien, netjes met inkt is bijgewerkt totdat hij weer de gewenste proporties had.

In het westen vonden de romantische plaatjes van het leven in de Oriënt gretig aftrek. Rond 1920 raakten Europa en de Verenigde Staten in de ban van de ansichtkaart, waardoor het werk van Lehnert & Landrock in korte tijd wereldwijde bekendheid kreeg. Dat succes duurt tot op de dag van vandaag voort, zo blijkt wel uit de levendige handel in L & L-foto's, -kalenders, en -boeken op internetveiling e-Bay. Ook nu nog zijn veel mensen dol op de sepia-kleurige portretjes van ondoorgrondelijke, halfnaakte oosterse schonen en de handgekleurde prentbriefkaarten. In Kairo, waar de winkel van L & L nog altijd in de oorspronkelijke staat te vinden is, maken Landrocks nazaten steeds weer nieuwe afdrukken van de originele glasnegatieven. Ze worden voor nog geen twintig euro aan toeristen verkocht.

Lijnrecht tegenover de idylle van palmen en piramides staan de beelden die dagelijks op onze voorpagina's te vinden zijn: de foto's van de oorlog in Irak, van slachtoffers van Palestijnse zelfmoordaanslagen en van demonstrerende moslimfundamentalisten. De Arabische wereld wordt tegenwoordig voornamelijk geassocieerd met geweld. Maar hoe representatief is dat imago, als het gaat om een gebied dat zo'n twintig landen omvat en dat zich uitstrekt van Marokko in het westen tot Oman in het oosten, en van Syrië in het noorden tot Soedan in het zuiden? En hoe verhouden die stereotiepe westerse beelden zich tot de blik van binnenuit, die van de Arabieren zelf?

Witte vlek

Al twee keer eerder besteedde het fotofestival Noorderlicht, dat sinds 2000 afwisselend in Groningen en Leeuwarden georganiseerd wordt, aandacht aan fotografie uit een niet-westerse regio. Vier jaar geleden kon het Nederlandse publiek op Africa Inside kennismaken met Afrikaanse fotografen, en in de editie van 2002, getiteld Mundos Creados, vormde Latijns-Amerikaanse fotografie het thema. Dit jaar luidt de titel Nazar, het Arabisch woord voor `zien', `inzicht' of `overdenken'.

De tentoonstelling is opgezet als een drieluik, met hedendaagse Arabische fotografie in het Fries Museum, Arabische foto's van westerse fotografen in De Manege, en historische fotografie uit westerse en Arabische archieven in Het Princessehof. In totaal zijn op de drie locaties circa negenhonderd foto's van ruim vijftig fotografen te zien. Dat maakt deze expositie de grootste tentoonstelling over Arabische fotografie die ooit in het westen georganiseerd is.

Het merendeel van die fotografen is in ons deel van de wereld volslagen onbekend. Want de Arabische wereld mag dan het meest besproken gebied van dit moment zijn, wat fotografie betreft is de regio één grote witte vlek. Er was nog helemaal geen voorwerk gedaan, ontdekte curator Wim Melis bij het samenstellen van de expositie. Onderzoek doen naar de stand van zaken in de Arabische fotografie bleek moeilijk. Er bestaan in het gebied, waar toch 250 miljoen mensen wonen, geen fotomusea, geen foto-opleidingen of fotopersbureaus.

Volgens de Syrische fotografe Issa Touma, organisator van het enige fotofestival in het Midden-Oosten en een van de exposanten op Noorderlicht, heeft dat in de eerste plaats te maken met de geringe status van het medium. Tot het eind van de twintigste eeuw werd fotografie in de Arabische landen niet als autonome kunstvorm erkend. ,,Alleen kunstvormen zoals de traditionele kalligrafie en de traditionele schilderkunst worden gewaardeerd'', schrijft Touma in de Noorderlicht-catalogus. ,,Iemand die kunst probeert te creëren door middel van fotografie kan op weinig enthousiasme rekenen. Over het algemeen is men van mening dat je voor goede fotografie geen artistieke benadering nodig hebt, maar alleen een goede camera.''

Typerend is de manier waarop in Arabische kranten met beeld om wordt gegaan. Foto's, als ze al in de dagbladen verschijnen, hebben een puur dienende en informatieve functie. De naam van de fotograaf zal zelden tot nooit in het bijschrift genoemd worden.

Verontwaardigd

De fotografie bereikte de Arabische wereld al in 1839, hetzelfde jaar waarin Daguerre zijn uitvinding wereldkundig maakte. Frederic Goupil-Fesquet maakte in december de eerste foto van het gebied, in Jeruzalem. In de negentiende eeuw brachten talloze pioniers de Oriënt fotografisch in kaart, in opdracht van de kolonisator of van archeologische of religieuze instellingen. Maar zonder uitzondering waren deze fotografen Europeanen.

Op de tentoonstelling met historische foto's in Museum Het Princessehof is goed te zien hoe fotografie in de Arabische wereld tot diep in de twintigste eeuw een puur westerse aangelegenheid was. Naast de foto's van Lehnert & Landrock hangt hier bijvoorbeeld de serie over de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog, clandestien gefotografeerd door Kryn Taconis, de enige Nederlander die zich ooit Magnum-fotograaf mocht noemen.

Uit dezelfde tijd stamt ook de aangrijpende serie van de Franse fotograaf Marc Garanger, die als dienstplichtig soldaat gestationeerd was in Algerije. In 1960 maakte Garanger in opdracht van de Franse overheid, die bepaald had dat alle Algerijnen een identiteitskaart moesten dragen, zo'n tweeduizend foto's van voornamelijk vrouwen. De mooiste daarvan zijn in Leeuwarden te zien. Omdat ze gedwongen werden hun sluier af te doen, kijken de Algerijnse vrouwen en meisjes stuk voor stuk zwaar verontwaardigd de camera in. Hun ogen, soms met zwarte kohl of henna-tatoeages geaccentueerd, spuwen vuur. Hun woedende gezichten maken ook nu nog diepe indruk.

Arabische fotografie leek zoals gezegd al die tijd niet te bestaan. Op één uitzondering na. In het mondaine Kairo van de jaren veertig maakte een Egyptische fotograaf zich onder het pseudoniem Van Leo onsterfelijk met het produceren van portretten in de beste Hollywood-traditie. Terwijl in Europa de Tweede Wereldoorlog woedde, ontving Van Leo een bonte stoet van weggevluchte rijken, intellectuelen, filmsterren en variété-artiesten in zijn fotostudio. Tot zijn klanten behoorden ook veel Britse soldaten, die er zo mooi mogelijk uit wilden zien op de fotoportretten die ze naar het thuisfront stuurden.

Van Leo toverde ze om tot evenbeeld van Elvis Presley of Clark Gable. Hij smeerde hun gezichten in met vaseline en bestrooide ze met zand, zodat ze een poederzacht gelaat leken te hebben. Hij goochelde met spiegels om lichtvlekken te creëren. En soms kleurde hij zijn zwartwitfoto's in met pastelkleurige inkt, zoals te zien is op een van de tentoongestelde foto's op Noorderlicht. Een jonge vrouw kijkt daar de toeschouwers verleidelijk aan. Haar wimpers zijn er met de hand ingetekend, haar lippen en nagels zwaar aangezet met rode kleurstof. Langs haar hoofddoek loopt een geschilderd gouden biesje, waardoor het portret haast het karakter van een kitscherig bidprentje krijgt.

Wat dat betreft verschilde de wereld van Van Leo – misschien wel de enige Arabische fotograaf die wereldfaam verwierf – weinig van die van Lehnert & Landrock. Ook zijn oeuvre schetst een vertekend, opgesmukt beeld en vertelt feitelijk niets over het dagelijks leven van de Arabieren.

Het blijft een raar idee dat een gebied dat grofweg twee keer zo groot is als Europa, nagenoeg geen fotografisch gedocumenteerde geschiedenis heeft. Dat er van de periode tussen de Eerste Wereldoorlog tot de jaren zeventig, toen nieuwsmedia verslag gingen doen van bijvoorbeeld de burgeroorlog in Libanon, praktisch geen foto's beschikbaar zijn. Niet in archieven en niet in musea.

Om die lacune te vullen, en om tegenwicht te bieden aan het beeld dat zo lang door westerse foto's geschetst is, werd in 1996 in Libanon de Arab Image Foundation (AIF) opgericht. De AIF verzamelt alledaagse, persoonlijke foto's uit de foto-albums van Arabische families. Inmiddels beslaat de collectie zo'n vijftienduizend kiekjes, het merendeel uit de periode 1914-1970. Daarmee heeft de AIF in ieder geval een deel van het Arabische fotografisch erfgoed gered.

Er zitten opmerkelijke, ongedwongen en aandoenlijke beelden tussen, blijkt in Leeuwarden. Beelden van een samenleving die dichter bij de westerse staat dan menigeen zal verwachten. Het Palestina van voor 1948 oogt als een kosmopolitische gemeenschap. En in Jericho droegen de meisjes in 1965 ook minirokken, zo getuigt een foto van drie bakvissen die uitdagend poseren op de motorkap van een BMW.

Intussen is er, sinds een jaar of tien, voorzichtig zoiets als een fotografische traditie aan het ontstaan in de Arabische landen. Met name internationale persbureaus hebben in die ontwikkeling een rol gespeeld. In oorlogsgebieden als Israël of Irak recruteerden zij de afgelopen jaren veel jonge fotografen die hen konden voorzien van een gestage beeldenstroom. Het vak leerden deze lokale verslaggevers vaak in het veld, als assistent van ervaren westerse fotografen. Want hoewel sommige scholen voor journalistiek en kunstacademies inmiddels aparte vakken over fotografie doceren, zijn praktijklessen er wegens de hoge kosten nog altijd schaars.

Deze nieuwe generatie Arabische fotografen, onder wie opvallend veel vrouwen, is goed vertegenwoordigd op Noorderlicht. Vijfentwintig van hen, het merendeel dertigers, tonen hun recente werken in het Fries Museum. En geheel in de traditie van Noorderlicht zijn dat beelden waar in de eerste plaats een verhaal achter schuilt. Foto's die iets te vertellen hebben, over oorlog, over de positie van vrouwen, over religie, over rijkdom en armoede.

Dat dit werk toch een heel eigen signatuur heeft, minder hard en confronterend oogt dan we gewend zijn van documentaire fotografie, heeft alles te maken met de moeilijke omstandigheden waaronder deze fotografen werken. In veel Arabische landen geldt onder druk van dictatoriale regimes nog steeds een strenge censuur. Fotografe Issa Touma vertelt in de catalogus dat ze bijna dagelijks in haar werk gehinderd wordt door de Syrische Ba'athpartij. Gevolg is dat fotografen in deze landen hun mening subtiel moeten overbrengen. Hun kritiek is versluierd, en de werken zijn daardoor vaak wat abstracter of poëtischer dan die van hun westerse collega's.

Als de Marokkaanse Ymane Fakhir ons via haar foto's meeneemt naar een bruiloft in haar geboorteland, zien we eerst een vrolijk feestende massa met de rijkelijk versierde bruid als middelpunt. Fakhir zoomt in op het goud, het kant en de edelstenen. Tegelijkertijd zegt ze met haar reportage, in verhulde termen, iets over de hypocrisie van de situatie. Want waarom een vrouw zo tentoonstellen als ze na het feest toch weer naar de achtergrond moet verdwijnen?

De fotoserie Selfportrait van haar collega Tarek Al-Ghoussein uit Koeweit is vooral een steek onder water naar het westen, en het clichébeeld dat daar bestaat van de Palestijn als stenengooiende terrorist. In de stijl van Marlboro of Caballero maakte hij een fictieve reclamecampagne, met zichzelf in de hoofdrol. Als een lonesome cowboy poseert hij met een Arafatsjaal om zijn hoofd geknoopt voor een boot, bij een meer, naast een kapotgeschoten huis en bij een vliegtuig. De kunstenaar is hier een universeel symbool, een logo haast, voor terrorisme geworden. Je zou denken dat ze daar in het Midden-Oosten wel om kunnen lachen. Toch werd de fotograaf in de Verenigde Arabische Emiraten, waar hij woont, wegens deze fotoserie enige tijd gevangengezet.

Vakantiefolders

Wat verder vooral opvalt in het Fries Museum is dat de wereld die de Arabische fotografen ons voorschotelen zo verschilt van de beelden die we uit vakantiefolders kennen. De Tunesiër Hichem Driss maakte met een antieke camera obscura foto's van de Tunesische kust die zo grimmig en duister zijn dat ze eerder doen denken aan Ierland op een extreem bewolkte dag. Ook de in Frankrijk wonende Bruno Boudjelal koos met zijn serie Jours Intranquilles (1993-2003), waarin hij op zoek ging naar zijn Algerijnse wortels, voor deze anti-ansichtkaarten-esthetiek. Hij beziet Algerije door de voorruit van zijn auto, terwijl de ruitenwissers vechten tegen de regen. Het leverde onscherpe en daardoor des te melancholischer beelden op.

De westerse fotografen, verenigd in een expositieruimte die De Manege heet, tonen daarentegen voornamelijk beelden die we al kennen. Foto's van vervallen huizen, van vrouwen in traditionele klederdracht, van waterpijp rokende mannen langs de kant van de weg. De zwartwitfoto's van bijvoorbeeld Annette den Ouden en Max Pam verschillen, hoe mooi ze ook zijn wat betreft compositie of lichtval, nauwelijks van de toeristische blik die Lehnert & Landrock een kleine eeuw geleden ook al lieten zien. In Jemen poseren drie mannen op een zandweg tegen een achtergrond van palmen. Hun ezels hebben ze ingeruild voor stoere motoren.

Gelukkig zijn er diverse fotografen die aan de clichés weten te ontkomen. In Oman gaan er ook dozen Pringles mee naar de picknick, zo blijkt uit de reportage van de Zweed Lars Tunbjörk. En in Koeweit drinken ze gewoon Heineken op het terras, laat Ed Kashi uit Amerika zien met zijn serie over het moderne leven in de Arabische landen. Prachtig is de foto van een man met tulband die een nieuwe sofa uitprobeert bij een IKEA-vestiging. De inrichting daarvan verschilt nauwelijks van die in Delft of Duiven. Zo anders is het daar nu ook weer niet.

11de Fotomanifestatie Noorderlicht. 5 sept t/m 24 okt in het Fries Museum, De Manege en Museum Het Princessehof, Leeuwarden. Di t/m zo 11-17u. Inl: 050-3182227 of www.noorderlicht.com. Catalogus Nazar, foto's uit de Arabische wereld: €35,-.