Verdwalende trekvogels

Trekvogels vinden ons maar gekke trekmensen. Wie gaat er nou in de zómer op vakantie naar het zuiden, vinden ze. Dan is het hier in Nederland óók warm!

Trekvogels zijn veel slimmer. Als de eerste gure stormen over Europa waaien, dan vliegen ze lekker naar warmere streken. Kieviten vliegen naar Spanje en Marokko. Ooievaars en boerenzwaluwen vliegen zelfs helemaal over de Sahara heen, die grote woestijn in Afrika.

Maar de beste trekvogel is de noordse stern. Dat zijn van die vogels die je aan zee naar visjes ziet duiken. Die bouwen hun nest in Europa. Ook in Nederland. Als het hier koud wordt, dan vliegen ze helemaal naar de zuidpool. Want als het hier winter is, is het daar zomer. In zomerse poolzeeën sterft het van de verse vis.

Van pool tot pool. En terug. Dat is vijf-en-dertig-duizend kilometer! Daar doet een straalvliegtuig bijna twee hele dagen vliegen over!

Toch zijn er onder al die miljoenen trekvogels ieder jaar wel weer een paar sufferds die het slimme imago van de rest verpesten. Nu weer een roodpootvalk. In plaats van naar het zuiden te vliegen was hij bij Engeland rechtsaf geslagen. De wind woei hem naar IJsland. En toen naar Groenland. En even later zat hij in Amerika. Daar zit hij nu. Als enige roodpootvalk van Amerika ooit. Dat dan weer wel.

In Nederland verdwalen ook weleens suffe trekvogels. Soms is het een Amerikaanse eend. Een andere keer een Siberische snip.

Een paar jaar geleden was hier zelfs een keer een monniksgier verdwaald. Die was vanuit Spanje hierheen gevlogen. Gieren eten dode dieren. Het liefst dode dieren die een paar weken hebben liggen rotten. Maar in Nederland héb je geen rondslingerende dode dieren. Want iedereen moet hier altijd zijn dode beesten netjes opruimen. Ja, ook die geplette egels langs de snelweg.

Dus die arme gier cirkelde en cirkelde. Tot hij uitgeput op de Maasvlakte bij Rotterdam neerstreek. Weet je wat er toen gebeurde? Er kwam een slager – ja jij, slager Piet van der Waal uit Brielle! – en die ging ballen gehakt neerleggen voor dat beest. Alsof een wilde gier gehaktballen als eten herkent. Hongerig en moe vloog het dier richting Engeland. Daar is hij nooit aangekomen. Domme gier. En nog dommere slager.