Strijdtoneel is weer van pelgrims

Opstandige shi'itische strijders hebben zich vanmorgen teruggetrokken uit de Imam Ali-moskee in Najaf waarin ze zich hadden verschanst.

Sommigen verwisselen hun zwarte gevechtspakken voor gewone kleren en maken zich op om weer aan de slag te gaan als visverkoper, slager of monteur. Drie weken hebben ze onder aanvoering van hun geestelijk leider Muqtada Sadr strijd geleverd tegen de Amerikaanse troepen. Nu blazen ze de aftocht, al blijft het de vraag voor hoe lang.

Onder luid gezang en gejuich van tienduizenden shi'ieten verlaten de militante strijders het mausoleum van Imam Ali in Najaf en aarzelend beginnen ze hun wapens in te leveren. De moskee in de heilige stad, het heiligste heiligdom van de shi'itische islam, komt weer beschikbaar voor de shi`itische pelgrims die zich de afgelopen dagen steeds ongeruster toonden over de escalatie van de strijd in Najaf.

De opstandelingen geven gehoor aan de dramatische oproep van hun nog jonge leider Sadr, die afgelopen nacht overstag is gegaan tijdens overleg met de hoogste Iraakse shi`itische geestelijk leider, groot-ayatollah Ali Sistani. Sistani kreeg vanmorgen de sleutel van de moskee.

Sadrs aanhangers, veelal teenagers, zoeken een heenkomen in de talrijke straatjes die naar het heiligdom leiden. Sommigen lachen en verwelkomen de bedevaartgangers.

Veel volgelingen die Sistani gisteren na diens onverwachte terugkeer uit een Londens ziekenhuis hebben vergezeld op zijn vredesmissie naar Najaf, worden overmand door emoties. Sommigen kussen de muren van de Imam Ali-moskee waarin Sadrs strijders zich de afgelopen drie weken hadden verschanst.

,,Ik ga gauw weer aan het werk. Ik geef les in de Arabische taal op een middelbare school'', zegt een man die zich bedient van de schuilnaam Abu Muqtada. ,,Maar ik ben bereid om de strijdbijl op elk gewenst moment weer op te graven. Muqtada Sadr hoeft ons maar een seintje te geven en we zullen weer vechten in Najaf of waar dan ook.''

Sadr stemde gisteravond in met een vredesregeling met de Verenigde Staten en de Iraakse regering na tussenkomst van de gematigde Sistani. Het akkoord voorziet in ontruiming van het bezette heiligdom, ontwapening van Sadrs strijdmacht in Najaf en het naburige Kufa en terugtrekking van de buitenlandse troepen uit Najaf en omgeving.

Het lot van de overwegend jonge opstandelingen is onlosmakelijk verbonden met de vraag of de Iraakse interim-premier Iyad Allawi en zijn regering erin zullen slagen orde te houden. Sadrs strijders zijn weliswaar slechts licht bewapend, maar met hun vastberadenheid vormen ze toch een serieuze uitdaging voor een Iraaks bewind dat ze laken omdat het zwaar leunt op de Amerikaanse troepen en niet bij machte is om zijn eigen politie- en veiligheidstroepen de orde te laten bewaren.

,,Oh Muqtada, oh Muqtada, het martelaarschap wacht'', roepen aanhangers van Sadr. Ze duwen een houten kar vol mortieren en geweren door de menigte pelgrims die sandwichborden ophoudt met posters van Sistani. De Sadr-aanhangers willen niet zeggen of ze de wapens gaan inleveren, zoals het akkoord verlangt.

Een magere volgeling van Sadr met een zwarte tulband op, een machinegeweer in zijn handen en een reusachtige kogelriem om zijn nek zegt dat de Amerikaanse bombardementen het moreel van de opstandelingen niet hebben gebroken.

Niemand weet hoeveel doden er de afgelopen weken precies zijn gevallen aan beide kanten, maar de schattingen van een Sadr-aanhanger weerspiegelen de hoop van de opstandelingen die zich bedienen van het motto `de overwinning of de marteldood'. ,,Wij hebben 17 Amerikaanse vliegtuigen neergeschoten en hebben elke dag ongeveer veertig Amerikaanse soldaten gedood. Ook hebben we zeventien tanks vernietigd'', zegt teenager Ahmed.

De anti-Amerikaanse furie zit zo diep dat de opstandelingen zeggen dat ze hun wapens alleen zullen inleveren als de Amerikaanse troepen Irak verlaten. Een rustige maar overtuigde volgeling van Sadr die de wacht houdt in een doodlopende steeg licht de denkwereld van de opstandelingen toe. ,,We kunnen eigenlijk nooit een normaal leven leiden. De meeste mensen gaan aan het werk, ze verdienen geld en hebben een baas. Wij gehoorzamen alleen God'', zegt Abu Mohammed, een 30-jarige technicus en vader van drie kinderen.