Stilstaande emoties

In Arnhem is komend weekeinde het Nederlands kampioenschap standbeeld staan. Bij deze stille vorm van straattheater komen vaak grote emoties los.

Gebronsd, verguld of gewit. In een stijf kostuum staan ze bewegingsloos in weer en wind. Sommige passanten hebben niet eens door dat ze langs een levend standbeeld lopen. Maar vaak genoeg ontstaat tussen de bevroren acteur en het publiek een ,,uniek en intiem contact'', zegt Marga van den Heuvel. Om die wisselwerking is het de regerend Nederlands kampioene standbeeld staan te doen, zegt ze.

In de binnenstad van Arnhem is zondag het achtste Nederlands kampioenschap Living Statues, zoals het toernooi officieel heet. Elf beroepsacteurs zullen in de categorie `professioneel' om de titel strijden. Een dag eerder is er een jeugdcompetitie en ook voor amateurs is er een toernooi. Van den Heuvel, die ook al eens als tweede en als derde eindigde, is wel in Arnhem aanwezig, maar zal haar titel niet verdedigen. ,,Voor mijn gevoel had ik het hoogste al bereikt.''

De levende standbeelden staan in een lange traditie. Bij de commedia dell'arte in de Middeleeuwen versteenden de acteurs vlak voor het hoogtepunt van de voorstelling. Pas als de rondgaande pet voldoende gevuld was, ging het spel weer verder. In de jarige zeventig van de vorige eeuw doken de eerste levende standbeelden in Europa op. Sinds een jaar of tien heeft iedere stad zijn eigen acteurs.

De geschiedenis van deze stille discipline is door Marga van den Heuvel en Eveline Beuman opgetekend in het deze week verschenen boek Leve(n)de beelden! Volgens beide auteurs is dit het ,,eerste standaardwerk over levende beelden''. Dit weekeinde zullen zij het in eigen beheer uitgegeven boek in Arnhem aan de man proberen te brengen.

,,Tien jaar geleden begon ik ermee'', vertelt Van den Heuvel. ,,Met lappen en een krans getooid stond ik als oud-Grieks standbeeld bij de Nijmeegse zomerfeesten. Zo simpel verkleed kan tegenwoordig echt niet meer.'' De verdiensten waren niettemin boven verwachting. Zo hoog zelfs dat zij er haar studie van kon betalen. ,,Op een topdag kan je 50 euro per uur verdienen.'' .

Maar dat zijn de betere dagen. Aan standbeeld staan zijn ook veel ongemakken verbonden. Een jeukende neus bijvoorbeeld. ,,Als je staat heb je altijd het gevoel dat er een enorme pegel aanhangt.'' De pegel voelt alleen maar groot en is niet zichtbaar voor het publiek, ,,maar vervelend is het wel''. Een volle blaas kan een geslaagde sessie voortijdig beëindigen. En soms is het nat en koud. ,,Thermisch ondergoed aan en hopen dat je niet ziek wordt'', zegt Beuman.

Tegenwoordig heeft Beuman, die zich in 1998 Nederlands kampioen mocht noemen, een theaterbureau waar belangstellenden voor feesten en recepties levende standbeelden kunnen inhuren. Zelf treedt ze nog maar af en toe op. Een van haar favoriete rollem is die van maagd Maria. Met een kind in de armen. ,,Nee, geen echt kind, maar de pop lijkt wel heel goed.'' Ze stelt zich bij voorkeur op in een nis. Op de klanken van het Ave Maria in de uitvoering van Nana Mouskouri ondergaat ze dan een metamorfose. ,,Ik voel me een Mariabeeld. Innerlijk rustig, vol liefde en vergevingsgezind. En met gevoel van verantwoordelijkheid voor de mensen die naar me kijken.''

Tijdens een optreden komen wel vaker grote emoties los. Zowel bij het publiek als bij het standbeeld. Ze was eens een engel, herinnert Van den Heuvel zich. Een oude mevrouw kwam naast haar zitten en nam daardoor deel aan de voorstelling. ,,Ik legde een hand op haar schouder. Er gebeurde iets bijzonders, iets heel emotioneels. Samen begonnen we in stilte te huilen. Ook de omstanders hadden door dat er iets gebeurde en werden stil.''

Volgens de twee is `gevoel' de kern van een voorstelling. Als levend standbeeld ,,sta je emotie uit te stralen'', zegt Van den Heuvel. Helaas slagen niet alle acteurs in die opzet. De twee oud-kampioenes hebben gemengde gevoelens over de vlucht die hun vorm van straattheater heeft genomen. Eveline Beuman: ,,Zeker in Amsterdam zie je mindere kwaliteit. Daar zitten te veel robots die vooral snel geld willen verdienen. Ze bewegen slecht en hebben geen schmink achter de oren.''

Door een voorselectie is in Arnhem geen plaats voor beunhazen. Alleen de elf beste standbeelden van Nederland mogen meedoen. Toch is het niet zo dat de elite veel traint, zegt Van den Heuvel. ,,Ik heb een keer gehoord van iemand die voor de spiegel oefende. Daar wordt onderling om gelachen. Het is vooral een kwestie van denken dat je het kan en dan het standbeeld zijn.''