President Panama bedreigd na gratie

Cuba heeft gisteren alle diplomatieke betrekkingen met Panama verbroken en de Panamese president Mireya Moscoso uitgemaakt voor ,,handlanger en beschermer van het terrorisme''. Dat gebeurde direct nadat Moscoso vier Cubaanse ballingen gratie had verleend die door Havana worden beschuldigd een moordaanslag op de Cubaanse president Fidel Castro te hebben beraamd. De amnestie kwam enkele dagen voordat de conservatieve Moscoso haar functie zou overdragen aan haar opvolger, Martin Torrijos, die bevriend is met Castro.

De Panamese president zei dat ze om humanitaire redenen tot de gratie had besloten. Ze wees erop dat de vier ballingen in april van dit jaar door een Panamese rechtbank voor relatief kleine misdaden zijn veroordeeld. Ze kregen celstraffen, variërend van zeven tot acht jaar, voor vervalsen van documenten en het in gevaar brengen van de openbare veiligheid. Voor de tenlastegelegde poging tot moord was niet genoeg bewijs.

Moscoso zei dat ze de vier mannen een uitlevering aan Cuba of Venezuela had willen besparen, waar ze ,,zeker ter dood zouden worden gebracht''. Ze ontkende dat ze had gehandeld op aandrang van de Verenigde Staten. Ze zei dat ze na de gratieverlening met de dood was bedreigd. ,,Ik heb anonieme telefoontjes gekregen dat ze me zullen doden, maar ik ben niet bang'', verklaarde de president.

Cuba is ervan overtuigd dat de ballingen vier jaar geleden een bom hebben geprobeerd te plaatsen in het auditorium van de Universiteit van Panama, waar Castro een toespraak zou houden. Drie van de ballingen hebben een Amerikaans paspoort. Na de gratieverlening zijn ze onmiddellijk per vliegtuig naar Miami overgebracht. De vierde vrijgelatene is de 76-jarige Luis Posado, die door Cuba wordt gezien als volksvijand nummer één. Hij is eerder in Venezuela veroordeeld als het brein achter een aanslag op een Cubaans lijnvliegtuig in 1976 waarbij 73 mensen werden gedood.

Cuba noemde de vrijlating ,,een belediging voor de slachtoffers van het terrorisme''. Havana zei dat de Panamese president ,,de historische verantwoordelijkheid moet dragen voor haar verachtelijke en verraderlijke actie''.