Pas op voor te veel flexibiliteit

De mantra van flexibiliteit klinkt te pas en te onpas, maar vooral bij innovaties moet hard worden gewerkt aan duurzame relaties, vindt Bart Nooteboom.

Alles moet flexibel. Flexibiliteit is goed voor innovatie, en innovatie moet. Dat is de nieuwe hype. CAO's moeten minder algemeen verbindend verklaard worden, mensen moeten gemakkelijker ontslagen kunnen worden, onderdelen van bedrijven moeten gemakkelijker verkocht kunnen worden, organisaties moeten zich constant omturnen, en er moet meer marktwerking komen. Daar zit wel wat in. Flexibiliteit is nodig om verstarring tegen te gaan en om ruimte te maken voor innovatieve nieuwe combinaties.

Maar flexibiliteit kan ook te ver gaan. Duiventilrelaties waar mensen constant in en uit vliegen, zijn niet goed. Voor een vruchtbare relatie, binnen en tussen bedrijven, moet men investeren, en dat kost tijd. Die investering is vaak specifiek voor die relatie, en valt elders niet terug te verdienen, zodat de relatie voldoende lang moet duren om die investering de moeite waard te maken. Anders wordt die investering niet gemaakt en blijven relaties oppervlakkig.

Dat soort investering is nodig wanneer men hoogwaardige, gespecialiseerde producten maakt, met unieke combinaties van eigenschappen. Om ons te onderscheiden van lagelonenlanden moeten we ons richten op dat soort producten met hoge toegevoegde waarde.

Flexibilisering gaat ook vaak, zie de Verenigde Staten, gepaard met juridisering van relaties. Kortere relaties zijn minder persoonlijk, minder gebaseerd op persoonlijk vertrouwen. Dat leidt tot een meer contractuele beheersing van risico's. Die juridisering verhoogt de transactiekosten. De ironie is dat zij de flexibiliteit van relaties vermindert.

De bezwaren tegen te ver gaande flexibilisering gelden ook, zelfs vooral, voor innovatie. Ten eerste komt innovatie meestal voort uit verrassende nieuwe combinaties, vaak in relaties tussen mensen of bedrijven met verschillende kennis. Dat betekent ook dat die mensen of bedrijven elkaar niet direct goed verstaan. Zij moeten investeren in voldoende onderling begrip om het verschil in kennis te kunnen benutten. Dat kost even geduld, en dat doet men alleen als men verwacht dat de relatie voldoende lang zal duren. Ten tweede loopt men in relaties ook risico's, en vaak is het nodig om vertrouwen op te bouwen alvorens dat risico te accepteren.

Een mogelijke risico is de onderlinge afhankelijkheid, juist als men veel in elkaar investeert ter wille van hoge toegevoegde waarde. Een tweede risico ligt in het gevaar, vooral bij innovatie, dat men kennis of de innovatie kwijtraakt aan concurrenten.

Vooral bij de onzekerheid die gepaard gaat met innovatie is het moeilijk om die risico's af te dekken met formele middelen, zoals gedetailleerde contracten.

Dat is ten eerste niet goed mogelijk, omdat de onzekerheid te groot is om alle relevante omstandigheden te kunnen vastleggen.

Ten tweede kan een contract te veel een keurslijf vormen dat een initiatief verstikt en geen ruimte biedt voor de verassende wendingen die zich juist bij innovatie kunnen voordoen.

Ten derde wordt de eis van een gedetailleerd contract al gauw gezien als een blijk van wantrouwen, wat weer wantrouwen oproept. Daardoor kan men terechtkomen in een vicieuze cirkel van wantrouwen die moeilijk om te turnen is in het opbouwen van vertrouwen. Dus, geef in innovatie de juristen niet te veel ruimte.

Wanneer contracten meer problematisch zijn, zoals vooral bij innovatie, heeft men meer vertrouwen nodig. Waar vertrouwen niet al vooraf aanwezig is, op grond van eerdere ervaringen of reputaties, moet het vertrouwen binnen de relatie worden opgebouwd. Dat is ook zo'n specifieke investering, die men alleen doet als de relatie een redelijke kans heeft voldoende lang te duren om die investering de moeite waard te maken.

Kortom, vooral bij innovatie moeten we niet streven naar maximale maar naar optimale flexibiliteit, in relaties die voldoende lang duren om een investering in onderling begrip en vertrouwen de moeite waard te maken, maar niet zo lang dat zij verandering en vernieuwing van relaties te veel in de weg zit.

Bart Nooteboom is hoogleraar innovatiebeleid aan de Universiteit van Tilburg.