Opera als marathon

De Deense tenor Stig Andersen zingt `Siegfried' bij de Nederlandse Opera. ,,Er schuilt voor mij een sportieve aantrekkings- kracht in Wagners muziekdrama's.''

De Nederlandse Opera is hem wel iets verschuldigd. In 1998 viel de Deense tenor Stig Andersen op stel en sprong in voor zijn collega Heinz Kruse, wiens arm tijdens een van de voorstellingen van Wagners opera Siegfried uit de kom was geschoten. Andersen, een internationaal veelgevraagd Wagner-tenor, was toevallig bereikbaar omdat hij thuis op de kinderen paste. Het Amsterdamse publiek moest tussen de bedrijven door iets langer pauzeren opdat Andersen met spoed de meest basale regieaanwijzingen kon doornemen, maar dat euvel was snel vergeten. ,,Andersen ís Siegfried'', schreef deze krant na zijn optreden.

Voor de nieuwe voorstellingenreeksen van Siegfried en Götterdämmerung, de delen drie en vier uit Richard Wagners operavierluik Der Ring des Nibelungen, heeft de Nederlandse Opera Stig Andersen dit seizoen niet als invaller, maar als `vaste' Siegfried geëngageerd. ,,Dat maakt nogal een verschil'', vindt hij. ,,Als invaller kun je je misschien net de essentie van het regieconcept eigen maken, maar voor de details moet je terugvallen op je ervaring uit eerdere producties van dezelfde opera.''

Andersen heeft nu wel de tijd om te repeteren. ,,Nu kan ik alle bewegingen invullen zoals regisseur Pierre Audi dat wil. De wilde improvisatie van toen wordt nu in goede banen geleid. Maar nooit zomaar. Ik vraag altijd door tot ik begrijp waarom een regisseur iets wil. Want als ik niet in de regie geloof, gelooft het publiek straks niet in mij.''

Zijn eerste Siegfried zong Stig Andersen tien jaar geleden in het Deense Aarhus. Sindsdien volgden er vele. ,,Ik zing de rol erg graag'', zegt hij. ,,Het cliché dat Siegfried door de omvang en de duur van de opera een loodzware, doodvermoeiende rol is, ervaar ik niet zo. De schaal van Wagners opera's heeft me juist altijd ontzettend aangetrokken. Als kind was ik al een fanatiek lange-afstandsroeier. Nog steeds ben ik, als ik een wandeling maak, pas na een hele dag lopen echt vermoeid en bevredigd. Zo werkt het met zingen ook. Afgezien van de muzikale en theatrale kwaliteit schuilt er voor mij ook een sportieve aantrekkingskracht in het zingen van Wagners muziekdrama's. Vijf uur pure vocale en fysieke inspanning kosten ongelooflijk veel energie, maar die energie krijg je ook weer terug.''

Niet klaar

Andersen voelde zich altijd al tot dramatische rollen aangetrokken, maar begon zijn loopbaan in het lyrische `vak', met rollen als Tamino in Mozarts Die Zauberflöte, of Nemorino in Donizetti's L'elisir d'amore. ,,Noodzaak'', vat hij samen. ,,Op het conservatorium zong ik aanvankelijk muziek voor tenor én bariton. Daarna vond ik werk aan het operatheater van Kopenhagen, en beet me vast in de dramatische partijen. Maar ik stuitte op vocale moeilijkheden, en ontdekte dat ik technisch nog helemaal niet klaar was voor dat repertoire. Toen heb ik de intendant gevraagd om lichter werk te mogen zingen, en dat accepteerde hij – mokkend. Maar het was een goede beslissing. Die lyrische rollen waren broodnodig om me klaar te maken voor het dramatische werk. In mijn achterhoofd heb ik altijd geweten dat ik uiteindelijk Wagner-tenor zou worden.''

Op de grond van de grote repetitiestudio van het Muziektheater wacht het zwaard van Siegfried op actie. De Amerikaanse sopraan Linda Watson (Brünnhilde) zit met Stig Andersen op een oefenplankier. Onderwerp van gesprek: de bewegingen waarmee Siegfried en Brünnhilde toenadering zoeken. ,,Ik heb eens in een productie gezongen waar de regisseur eiste dat Siegfried zich letterlijk bovenop Brünnhilde stortte'', zegt Watson lachend. Onder het wakend oog van regisseur Pierre Audi verloopt de scène hier ingetogener. ,,Siegfried is hier nog maar een jongen'', zegt Audi tegen Andersen. ,,Laat dat zien, deins terug. Hij wil wel, maar hij is ook een beetje bang voor die vrouw.''

Tijdens een pauze vertelt Andersen: ,,Ik heb veel verschillende producties van Siegfried en Götterdämmerung gezongen, een actualiserende, een ironiserende – noem maar op. Pierre Audi stelt in deze productie de tijdloosheid van de mythe centraal, zonder een schreeuwerig eigen stempel op te dringen aan de handeling. Daardoor kan alle aandacht uitgaan naar de relaties tussen de verschillende personages. En laten we wel zijn: daar gáán Wagners opera's over.''

Als de jonge Siegfried moet Andersen veel bewegen. Hij smeedt het gebroken zwaard Nothung aaneen, verslaat de draak Fafner, mept een speer uit de handen van `der Wanderer' (Wotan), en wekt de door vuren omringde Brünnhilde. Stig Andersen rent, springt en knielt – voorzover zijn fysieke vermogens dat toestaan. ,,Mag ik hier alsjeblieft even op mijn knieën zitten?'' vraagt hij Audi tijdens de repetitie. ,,Als ik zo in elkaar gezakt moet neerzijgen, houd ik geen stem meer over.''

Na afloop legt hij uit: ,,Soms moet je grenzen aangeven, maar ik ga in het acteren altijd zover als ik kan. Wanneer ik alleen mijn best doe om mooi te zingen, ontstaat er geen theater. En zonder theater is opera geen opera. Zeker in Wagner kun je je daarin niet het minste compromis veroorloven. Wagner beschouwde zichzelf in de eerste plaats als een muziektheaterhervormer, daarna pas als `componist'. De tekst en de handeling zijn net zo belangrijk als de muziek.'' Wagner ontwikkelde Der Ring des Nibelungen vanuit het personage Siegfried. Schetsen voor Siegfrieds Tod mondden uit in de opera Götterdämmerung, die uiteindelijk het slotdeel werd van de zeventien uur durende operatetralogie.

Het derde deel heette eerst Der junge Siegfried. ,,Veelzeggend'', beaamt Stig Andersen. ,,Siegfried vertelt een ontwikkelingsverhaal. Een kind groeit op tot man en leert zichzelf kennen wanneer de liefde op zijn pad komt.''

De rol van Siegfried geldt als een van de grootste rollen voor `heldentenor', maar voor Andersen is Siegfried geen held. ,,Een held is iemand die handelt terwijl hij weet wat er op het spel staat. Siegfried is een naïeveling die in het woud is opgevoed in onwetendheid. Angst kent hij niet, omdat hij die nooit heeft leren kennen. Zijn brute kracht is meer een kwestie van onnozelheid dan van heroïek – dat laat Wagner heel duidelijk horen. Zelfs als Siegfried de draak verslaat, blijft de muziek aarzelend. De meeste mensen associëren de rol van Siegfried met veel krachtig en heroïsch tenorgezang, maar ik zing nooit zachter dan juist in deze rol. In het grote machtsspel om Der Ring des Nibelungen is Siegfried een pion.''

Gebrek aan ruggengraat zie je ook bij de volwassen Siegfried in de vervolgopera Götterdämmerung, vindt Andersen. Siegfried wordt door zijn geliefde Brünnhilde op pad gestuurd (,,Zu neuen Taten!''), en belandt in de geraffineerde samenleving der Gibichungen. ,,Hagen, Gunther, Gutrune – allemaal steken ze Siegfried in hun zak als het op doortraptheid aankomt'', zegt Andersen.

Corrumperen

Met hulp van een liefdesdrank vergeet Siegfried zijn liefde voor Brünnhilde en wordt zo gemanipuleerd tot een huwelijk met Gutrune. ,,Maar pas op: in de opera vertellen liefdesdrankjes altijd maar een deel van het verhaal'', nuanceert Andersen. ,,Denk maar aan Tristan und Isolde. Geloof je nu echt dat die opera anders was afgelopen als ze water hadden gedronken? Drankjes kunnen mensen corrumperen, maar daar zijn ze altijd zelf bij.''

,,Siegfried wil dolgraag bewonderd worden. Brünnhilde begroette hem als `gezegende, lachende held', en ook Gunther en Gutrune praten hem naar de mond. En je weet hoe het gaat; als mensen aardig tegen je doen, wil je bij ze horen. Dat is Siegfrieds échte zwakke plek. Hij blijft in die zin onvolwassen, tot de laatste woorden voor zijn dood. Dat is droevig, maar voor mij is het essentieel dat hij zijn laatste adem uitblaast met de gedachte aan zijn liefde voor Brünnhilde, die puur was, en goed. Sommige mensen worden honderd zonder dat gevoel van echte liefde gekend te hebben. Nou, geef mij die seconde maar.''

`Siegfried' en `Götterdämmerung' van R. Wagner door de Nederlandse Opera o.l.v. Hartmut Haenchen met o.a. Stig Andersen (Siegfried). Tussen 4 en 22/9 in het Muziektheater, Amsterdam. Er zijn nog enkele kaarten beschikbaar. Inl.: www.dno.nl, 020 6255455 of 0900 0191. Götterdämmerung: 29/1 t/m 17/2/2005. Reserveren vanaf 29/10.