Nooit meer de glans van Berlijn

Christopher Isherwood valt niet mee zoals hij zich voordoet in de biografie van Peter Parker: niet als persoon, niet als schrijver en niet als onderwerp voor een biografie. Het kan een hele teleurstelling worden voor mensen die hem sinds lang, misschien wel tientallen jaren, een middelgrote glansrol hebben toegekend in de Engelse literatuur van de twintigste eeuw. Enkele van de alleroudsten zullen zich nog herinneren hoe hij begon te glanzen in de jaren dertig, toen na zijn weinig opgemerkte eerste romans de verhalen ontleend aan zijn Berlijnse ervaring verschenen: Mr Norris Changes Trains in 1935, en in 1937 Sally Bowles, dat in 1939 opgenomen werd in Goodbye to Berlin.

De Berlijnse boeken legden de grondslag voor Isherwoods reputatie. Hij was in 1929 naar Duitsland vertrokken waar zijn vriend de dichter W.H. Auden al een paar maanden woonde. Zij deelden een belangstelling voor Berlijnse jongens, die bekend stonden als ruimer beschikbaar dan hun Londense tijdgenoten voor seksuele diensten aan heren. Toen in 1933 Hitler aan de macht kwam, was de aardigheid er al gauw af. Tot zolang had Isherwood zich druk beziggehouden met de jongens, en geleefd van de opbrengst van conversatielessen. Teruggekeerd in Londen kon hij standhouden met de nog geringe inkomsten uit zijn schrijfwerk, en in noodgevallen met toelagen van zijn moeder.

In 1939, toen hij bijna vijfendertig was, kwam de grote cesuur in zijn leven. Hij nam samen met Auden de boot naar New York, waar hij maar moest kijken hoe hij zich in leven kon houden. Hun wegen gingen na enkele maanden uiteen. Auden is aan de oostkust gebleven; Isherwood trok naar Californië, waar hij tot zijn dood in 1986 heeft geleefd, vaak gefinancierd door tekstopdrachten van de filmstudio's – werk dat meer opbracht dan romans en verhalen.

Waarom hij graag zijn hele verdere leven in Californië gevestigd wilde blijven wordt maar half begrijpelijk voor de lezer van Parkers biografie. Behalve om het geld ook omdat de jongens in Los Angeles makkelijker ter beschikking stonden dan in Londen? Waarom zei hij op bezoek in Engeland in 1959 hartgrondig dat hier goddank zijn geboortegrond was, en meteen er achteraan: `Thank God, on my knees, that I got out of it'? Had hij zich zo beklemd gevoeld als aankomend homoseksueel?

Zijn schrijven kan het geen goed gedaan hebben. Er is een gesprek genoteerd van hem met de Engelse schrijver Henry Green over zijn moeilijkheid om Amerikaanse dialogen Amerikaans te laten klinken: zij waren altijd van herkenbaar Engelse afkomst. Het deed er in zoverre weinig toe dat zijn boeken meestal over hemzelf gingen. Zeker is alleen dat er bij zijn latere boeken, al komen er uitstekende passages met heldere ideeën en scherpe waarnemingen in voor, geen een is waarvan iemand zou zeggen: kijk, hier is de briljante jonge auteur van 1930 tot volle rijpheid gekomen. A Single Man, van 1964, vonden heel wat lezers goed; wie het nu inkijkt zal het verdienstelijk vinden en er tegelijk een geluid van schrijven uit gewoonte in horen. Zoals er liefhebbers zijn van The World in the Evening (1954), Down There on a Visit (1962), Kathleen and Frank (1971) en zelfs van Christopher and his Kind (1976), de strijdkreet om homoseksuelen mee aan te moedigen tot zelfbevestiging. En een enkeling zal de volledige Diaries zijn gaan bestuderen, enigszins ingekort en vervolgens in drie dikke delen gepakt.

Na Isherwoods dood werden de Diaries bewerkt door Don Bachardy, zijn dertig jaar jongere minnaar die van 1953 af met enkele tussenpozen bij hem gewoond heeft. Er waren eerdere minnaars geweest die langer bleven dan een uur of een nacht; na een maand of zo verdwenen die weer. Bachardy was de levensgezel, afgezien van de perioden wanneer hij door andere belangstellingen en vrienden werd afgeleid: net zomin als Isherwood zelf liet hij zich vlugge nummertjes met voorbijgaande andere minaars ontgaan wanneer de gelegenheid zich voordeed. Het lijkt wel of zij geen van beiden ooit op een feest of partijtje kwamen zonder zich in de loop van de avond af te zonderen met sekspartners. Voor de seksuele energie van Isherwood zullen vele lezers hun pet afnemen. Belangwekkend om te lezen is het niet langer wanneer na een aantal voorbeelden de frequentie geen verrassing meer is.

Bachardy heeft Isherwood begeleid tot zijn laatste uur in het ziekenhuis. Parker had best iets meer aandacht mogen besteden aan zijn gedrag en zijn karakter, dat zou de relatie aan beide kanten verduidelijkt hebben. Wat wij nu van hem te weten komen zijn, afgezien van zijn toewijding, voornamelijk zijn buien en stemmingen, plus het onvoorziene talent voor portrettekenen dat hij onder de hoede van Isherwood op den duur ontwikkelde.

Aan het doorzien en samenvatten van karakters besteedt Parker in het algemeen weinig tijd, ook wanneer het Isherwood zelf betreft die wij maar oppervlakkig leren kennen. Een van de weinige duidelijke karakteristieken is dat Isherwood een hekel had aan zijn moeder, en dat doet zijn beeld geen goed. Geldnood was er niet; de familie was vermogend genoeg. Wat er ontbrak in de relatie was enige beminnelijkheid van Christopher, die altijd bleef klagen dat hij moe werd van de praatjes van zijn moeder, en intussen tot op gevorderde leeftijd (zij stierf pas toen hij vijf-en-vijftig was) gebruikmaakte van haar logeerkamer en van haar financiële hulp. Zij viel hem ook nooit lastig over zijn homoseksualiteit, waarvan zij als ouderwetse bourgeoise weinig begreep. De bejegening van zijn moeder laat Isherwood op zijn smalst zien, en daar staat weinig breeds tegenover.

Misschien ligt dat voor het grootste deel aan de visie van Peter Parker, die zich te weinig heeft voorgesteld wat de massa van zijn documentatie voor indruk van zijn onderwerp zou geven. Wie deze biografie heeft doorgewerkt, zal meteen een paar goede aanbevelingen kunnen bedenken. De eerste zou zijn om de lengte te halveren; 830 pagina's is veel te veel voor zo'n tamelijk eentonig leven. Tweede aanbeveling: meer laten weten wat Isherwood vond van de mensen met wie hij te maken had: vrienden, vrijers, uitgevers, cineasten, tekstschrijvers, en een selectie uit de komende en gaande passanten. Derde aanbeveling: proberen op te helderen wat Isherwoord vond van zijn eigen overzadiglijke seksuele behoefte. Tenslotte, het moeilijkst misschien: wat is er te begrijpen van van zijn religieuze bevliegingen, van zijn relaties met de in Californië gevestigde swami Prabhavananda, zijn periodes van retraite en contemplatie.

Dan had Parkers boek misschien de definitive biography kunnen worden. Nu moeten wij het definitieve boek maar zelf proberen op te roepen aan de hand van zijn gegevens. Al glansde Isherwood niet zo mooi als wij vroeger dachten, er zal meer kleurverschil in hem uit te beelden zijn dan hier aan het licht komt.

Peter Parker: Isherwood. A life. Picador, 914 blz. €49,95

</RE>