Niemand dankbaar

Marga Minco is een levende legende, maar van die status heeft ze zich niets aangetrokken. ,,Ik zou `Het bittere kruid' nu heel anders hebben geschreven.''

ver de tachtig is ze, maar haar verschijning – klein, tenger, levendig – doet eerder meisjesachtig aan dan bejaard. Ook haar literaire activiteit is niet die van een bedaagde dame op leeftijd. Vorig najaar verruilde ze na bijna een halve eeuw haar uitgeverij Bert Bakker voor De Bezige Bij, waar deze week haar verhalenbundel Storing verscheen. Als we in haar zonnige serre zitten, roept ze uitgelaten, ,,Ja, ik heb een overstap gemaakt! Bert Bakker/Prometheus is daar niet blij mee. Maar het ging niet zo best met die uitgeverij; het was een rommeltje; afrekeningen kwamen te laat; ik vond het er gewoon niet prettig meer. Toen dacht ik: laat ik op mijn oude dag eens iets doen wat ik wél prettig vind, gewoon iets aardigs, zoveel dingen kun je niet meer doen. Dus heb ik De Bezige Bij gepolst en die bleken dat wel leuk te vinden.''

Marga Minco is een levende legende, maar van die status trekt ze zich niets aan. Sinds haar debuut in 1957, de bestseller Het bittere kruid, publiceert ze om de paar jaar verhalen, romans en novelles waarin ze zich blijft vernieuwen. Haar thematiek – de ondergang van haar joodse Bredase familie, waarvan zij als enige de Tweede Wereldoorlog overleefde – is nooit veranderd, maar met de vorm bleef ze experimenteren.

Storing is een onthutsende bundel. De twaalf al dan niet eerder gepubliceerde verhalen handelen vrijwel allemaal over het onbegrip waar de ik-figuur na de oorlog mee is geconfronteerd. Het schokkendst zijn in dit opzicht `Door het land' en het titelverhaal `Storing' (verschenen in Tirade, 1994). `Door het land' speelt in de jaren zestig, toen Marga Minco Nederland doorkruiste om lezingen te geven over Het bittere kruid. Daar werd ze geconfronteerd met vragen als: `Hoe voelt u zich in een christelijk gezelschap?', `Schrijft u voor een goed doel?', `Had u voor de oorlog ook Nederlandse vrienden?', `Heeft u er spijt van dat u als jodin geboren bent?', `Hoe is het eigenlijk met uw familie gegaan? Leven ze nog?'

De schrijfster, die in Het bittere kruid indringend het tragische lot van haar ouders, zusje en broer had beschreven, kreeg dit soort botte vragen vooral in kleine plaatsen in de provincie voorgeschoteld.

,,Het publiek daar bleek volkomen vreemd te staan tegenover iemand die volgens hen zo anders was: een joodse vrouw, een jodin! Zoals er nu mensen zijn die vreemd aankijken tegen islamitische vrouwen. In mijn eigen omgeving in Amsterdam heb ik daar nooit last van gehad. Natuurlijk was ik verbijsterd over zulke opmerkingen, maar ik liet nooit iets merken. Ik gaf gewoon uitleg, probeerde duidelijk te maken dat ik ook maar een gewoon mens ben. Het was geen antisemitisme, denk ik, ze vonden me gewoon vreemd, terwijl ik toch het idee had dat ik heel normaal overkwam. Vooral op bijeenkomsten van de Vereniging van plattelandsvrouwen merkte ik dat ze niets gewend waren en nauwelijks iets gelezen hadden, zelfs geen kranten. Die vragen getuigden van een verschrikkelijk onbegrip, maar ik was gehard, 't kaatste op mijn huid af.''

Taboe

In het titelverhaal `Storing' praat een voormalige onderduikster, een schrijfster, voor de radio met de vrouw die haar als veertienjarige onderdak verschafte. De vrouw verlangt na 25 jaar dankbaarheid van haar. Maar de schrijfster mijmert: ,,Ik ben niemand dankbaar''. Gaandeweg wordt duidelijk waarom. Het ondergedoken meisje is door haar `weldoenster' uitgebuit, ze moest dag in dag uit in een benauwd kamertje bonen doppen, kleren verstellen, naaien en strijken en voelde zich bovendien bedreigd door de heer des huizes, die haar seksueel intimideerde.

Op de haar eigen onderkoelde, schijnbaar emotieloze manier stelt Minco hiermee een groot taboe aan de orde. ,,Al zijn het niet exact mijn eigen ervaringen, ze zijn niet verzonnen. Het is gebeurd, ik heb daar genoeg over gehoord. Misbruik van onderduikers kwam voor en nog wel erger dan in dit verhaal. Het waren niet allemaal lieverdjes, de mensen die joden in huis namen. Overigens is de opmerking van mijn personage, `Ik ben niemand dankbaar', wél op mijzelf van toepassing.''

Voor wie Minco's werk en geschiedenis kent, is dat geen verrassing, ze heeft niet veel reden tot dankbaarheid. Vandaar dat ik verbaasd was over haar inspanningen eerder dit jaar om voor Sieger Postuma, een ambtenaar die in de oorlog joden aan persoonsbewijzen hielp, de Yad Vashem-onderscheiding van de staat Israël in de wacht te slepen.

,,Eerlijk gezegd zit me dat ook niet lekker'', schiet ze uit. ,,Postuma heeft voor mij een persoonsbewijs verzorgd toen ik op een onderduikadres in Heemstede zat, maar ik heb het nooit hoeven gebruiken. Ik heb me er wel veilig mee gevoeld. Hij vond dat hij mij gered had, ik voelde dat niet zo. Ik heb mezelf gered. Misschien is dat een beetje onredelijk van mij, maar hij werkte bij de Burgerlijke Stand en het was zijn plicht om te doen wat hij gedaan heeft. Hij was daarvoor geridderd en wilde toen ook nog wel de Yad Vashem onderscheiding hebben: een plak erbij. Hij heeft mij gevraagd om dat in orde te maken en dat is gelukt. Nog net op tijd, want deze zomer is hij overleden. Tenzij het om mensen gaat die er echt veel voor gedaan hebben, zeggen zulke eerbewijzen mij weinig.''

Cursiefjes

Eén van de vragen die aan Minco gesteld werden tijdens haar lezingen in de jaren zestig was: als er geen oorlog was geweest, zou u dan ook schrijver zijn geworden? Het antwoord daarop was altijd een volmondig `ja' en ze herhaalt het nu nog maar eens een keer. ,,Ik wist op mijn twaalfde dat ik wilde schrijven en vond dat heel gewoon. Zoals mijn zusje al heel vroeg wist dat ze wilde schilderen. Het zat in me. Ik erger me wel eens aan mensen die op latere leeftijd ineens denken, kom ik ga een boek schrijven, ik word schrijver. Je wordt geen schrijver, dat bén je.''

Maar stel dat de oorlog er niet geweest was, dat ze niet op jonge leeftijd haar hele familie had verloren, wat zouden dan haar thema's zijn geweest? ,,Al mijn hele leven denk ik na over de vraag hoe ik mij als schrijfster ontwikkeld zou hebben zonder de oorlog. Eind jaren dertig heb ik bij de Bredasche Courant gewerkt, waarin ik ook af en toe cursiefjes schreef. Die gingen meestal over dingen die mij opvielen in de stad, vreemde situaties. Ik observeerde graag mensen in hun doen en laten. In die tijd schreef ik al korte verhalen en een kinderboek, nota bene over kikkers die, als ze niet de zin van Koning Kikker deden, in een soort concentratiekamp terechtkwamen. Daar was ik toen dus al mee bezig. Al sinds de opkomst van Hitler speelde dat een rol in mijn denken. Daarvóór, als bakvis, schreef ik vooral romantische en sprookjesachtige verhalen. Na de oorlog heb ik aan het tijdschrift Mandril meegewerkt, daar schreef ik bijdragen die helemaal niet over de oorlog gingen. Misschien zou dat – als er geen bezetting en jodenvervolging waren geweest – mijn stijl geworden zijn: absurdistisch proza. Eigenlijk is Het bittere kruid ook een absurd verhaal, maar met een tragische achtergrond.''

Wordt het verdriet erger naarmate je ouder wordt, zoals zoveel overlevenden hebben ervaren? Bij haar niet. ,,Nee, het is een deel van mezelf geworden, al heel vroeg. Ik wil niet zeggen dat ik ermee heb leren leven, maar het is een gegeven dat ik in de loop der jaren geaccepteerd heb, omdat het niet anders kan. Ik heb altijd de neiging gehad om niet bij de pakken neer te zitten. Aan het eind van mijn leven besef ik heel goed dat het ook anders had kunnen lopen. Maar ik geloof dat zoveel mensen dat kunnen zeggen. Natuurlijk had mijn leven er anders uit kunnen zien. In een verhaal dat niet in deze bundel terecht is gekomen, waar ik nog aan bezig ben, roep ik Yona uit Een leeg huis terug. `Je bent dus toch naar Israël gegaan', zegt de ik-figuur tegen haar als ze in Jeruzalem loopt. Ik vind het wel grappig om figuren die ik eerder beschreven heb nog eens eventjes te laten terugkomen.''

Vittorini

De inhoud van haar boeken heeft er nog al eens toe geleid dat Marga Minco als typisch joodse schrijfster is bestempeld, de Anne Frank die het overleefde. Zelf wil ze niet op die manier benaderd worden. Het dagboek van Anne Frank kent ze natuurlijk, maar het heeft geen invloed op haar werk uitgeoefend. ,,Totaal niet zelfs, ik had mijn eigen ervaringen, mijn eigen onderwerp. Wat me wel beïnvloed heeft is Bij mijn moeder op Sicilië van Elio Vittorini. Dat heb ik eind jaren vijftig gelezen. De stijl van Vittorini, zijn opvattingen, de manier waarop hij alles beschreef, inspireerde me geweldig. Maar omdat ik aanvankelijk vooral korte verhalen wilde schrijven liet ik me ook inspireren door de verhalen van Hemingway, Katherine Mansfield, Dorothy Parker en door Tsjechov. Ik was niet zo gespitst op joodse schrijvers of verhalen met een treurige achtergrond. Daar had ik zo mijn eigen ideeën over.''

Marga Minco heeft ook nooit de behoefte gehad aansluiting te zoeken bij lotgenoten binnen de joodse gemeenschap. In een autobiografisch getint verhaal in Storing blijkt dat ze als kind al niet religieus was. ,,Nee, ik geloofde niet aan God. Ik ging wel mee naar de sjoel en op zaterdag mochten we niet naar school – daar deed ik allemaal aan mee. Dat was zo de gewoonte, we waren een traditioneel joods gezin met alle gebruiken die daarbij hoorden. Vanzelfsprekend is dat ook in mijn werk terechtgekomen, ik heb daar dierbare herinneringen aan. Maar daarmee voel ik me nog geen joodse schrijver. In Een leeg huis laat ik één van de personages, Yona, over het geloof opmerken dat het een belemmering voor iemands persoonlijkheid vormt en zo denk ik er nog altijd over.''

De roman Een leeg huis (1966) beschouwt Minco als behorend tot haar beste werk. ,,In dat boek heb ik, achteraf gezien, mijn vorm pas gevonden. Toen ontdekte ik: op deze manier wil ik schrijven.''

Herlezen

Het toeval wil dat haar vorige uitgever, bij wie haar oude titels blijven berusten, komende maand de romans Het bittere kruid, Een leeg huis en De val (1983) opnieuw uitbrengt. Dat gaf Marga Minco, die in verband met de omzetting in de nieuwe spelling de proeven moest corrigeren, aanleiding tot herlezing van haar eigen werk. Gek genoeg had ze met het onverslijtbare kassucces Het bittere kruid de meeste moeite. ,,Ik zou dat boek nu heel anders hebben geschreven, terwijl ik het met Een leeg huis nog helemaal eens ben. Dat vind ik nog altijd prima. Ik durf het bijna niet te zeggen: aan Het bittere kruid had ik graag het een en ander willen veranderen, maar je moet er natuurlijk van afblijven.''

Twaalf jaar geleden overleed op 74-jarige leeftijd Marga Minco's echtgenoot, de schrijver/vertaler Bert Voeten, vader van haar twee dochters Bettie en Jessica. Zijn dood heeft haar leven ingrijpend veranderd, vooral omdat ze ineens besefte hoe oud ze werd. ,,Maar je doet het één of het ander: óf je sukkelt in, óf je wilt verder en als je verder wilt moet je zorgen dat je dat goed doet.''

Ze doet het verbazend goed. Haar nieuwe bundel laat een duidelijke ontwikkeling zien in haar schrijverschap. Zonder moeite springt ze in haar verhalen heen en weer in de tijd, haalt experimenten uit, zoekt nieuwe invalshoeken en schuwt geen enkel onderwerp. Het lijkt alsof ze meer durft. Dat vindt ze zelf ook. ,,Hoe gek dat ook klinkt, want meestal is het niet zo dat je werk nog groeit als je zo oud bent. Ik heb deze verhalen op een makkelijker manier kunnen schrijven dan voorheen. Bovendien heb ik mezelf als schrijver opgevoerd, Blijkbaar is dat onontkoombaar. Vooral in `Door het land' en in `Storing' heb ik onder woorden gebracht wat de bedoeling van mijn boeken is, hoe ik te werk ga en hoe ik omspring met werkelijkheid en fictie.''

De verhalen van Minco zijn niet puur autobiografisch, haar personages zijn vaak afsplitsingen van haarzelf of anderszins samengestelde figuren, die lang niet altijd hetzelfde karakter of dezelfde intenties hebben als de schrijfster. Neem het verhaal `Omtrent Helena' in Storing. Daarin wordt een vrouw opgevoerd die om de pijn van haar oorlogstrauma te verdrijven een blauwe maandag bij een psychiater is geweest en vervolgens haar heil heeft gezocht bij een handoplegster. ,,Zelf heb ik nooit therapieën geprobeerd'', zegt ze. ,,Dat is een stokpaardje van mij, omdat ik ervan overtuigd ben dat het niet helpt. Je moet juist blij zijn met je eigenaardigheden, er iets mee doen, verhalen schrijven bijvoorbeeld. Dat roeren in je ziel – daar zie ik niets in. Het eigenlijke thema van `Omtrent Helena' is trouwens dat mensen zomaar kunnen verdwijnen. Je ziet ze niet meer of ze verdwijnen uit je hoofd, dat moet je aanvaarden.''

Het verdwijnen van mensen is wat Minco's leven heeft getekend en haar werk heeft bepaald. Ze wilde haar dierbaren die zijn weggevoerd en niet terugkwamen in haar boeken tot leven wekken. Vanaf Het bittere kruid was dat haar missie. ,,Het zusje van de ik-figuur komt in bijna alle verhalen in Storing voor'', zegt ze. ,,Daar heb ik me op toegespitst. De verhalen houden ook op andere manieren verband met elkaar, doordat ik regelmatig teruggrijp naar details die ik al eerder gebruikt heb. Bijvoorbeeld in het verhaal `December Blues'. Daarin loopt de hoofdpersoon de trap af, schopt tegen een kerstbal en trekt dan `de deur zacht achter zich dicht'. Dat verwijst naar het tuinpoortje in Het bittere kruid.''

Het is het poortje, zoals de honderdduizenden lezers van dat boek weten, waardoor Marga Minco's alter ego wegvluchtte voor de nazi's die haar familie kwamen ophalen. We staren even haar in volle bloei staande Amsterdamse stadstuin in. Dan vertelt ze, achteloos bijna, ,,zoals in Storing mijn zusje in vrijwel elk verhaal aanwezig is, krijgt in mijn volgende boek, als het lukt, mijn broer alle aandacht.''

Het verhaal van de 84-jarige is onuitputtelijk. Er komt nóg een boek!

Marga Minco: Storing; Uitg. De Bezige Bij; prijs €15,-. Het boek is gisteren verschenen.

</RE>