Meltemi laat zeilers ditmaal in de steek

Alleen voor een gouden medaille kwamen Mitch Booth en Herbert Dercksen naar Athene. Gisteren vervloog de droom van de Tornado-zeilers.

Het door en door gebruinde lichaam hangt nonchalant over de reling. Vrolijk kijkt Herbert Dercksen vandaag niet, zo vlak na afloop van de tiende en voorlaatste race in de Tornado-klasse, eerder gelaten. Hij trekt het vel van zijn door blaren geteisterde rechterhand. Galgenhumor houdt hem op de been. ,,Peking? Daar schijnen ze helemaal geen wind te hebben.''

Een droom is zojuist in duigen gevallen, maar Dercksen (31) houdt zich groot. Het noodlot is moeilijk te accepteren, maar hij zal wel moeten. Met nog één race te varen maken stuurman Mitch Booth en hij nog slechts kans op een bronzen medaille, en dat was niet de kleur waarvoor het hyperambitieuze duo vorige maand op het vliegtuig naar Athene stapte. Maar van wijken willen ze niet weten, het Nederlandse tweetal in de olympische catamaran dat nu de vijfde plaats in het tussenklassement bezet. Het wordt zaterdag ,,alles of niks'', maar overtuigend klinkt het niet.

Veel sporters zouden in hun geval vervallen in hartgrondig zelfbeklag. Zo niet Dercksen. Het noodlot is hen overkomen, en het is welbeschouwd al een klein wonder dat ze het podium überhaupt nog in zicht hebben. Het is geen excuus, maar een constatering en een waar hij zelf niet vrolijk van wordt: ,,We zijn in lichte omstandigheden gewoon niet goed genoeg, punt uit. In stevige wind zijn we op ons best, in middelmatige wind zijn we goed en in lichte wind zijn we redelijk. Helaas hebben we hier geen allround-weertype gehad. Dat heeft ons opgebroken.''

Ook Booth (41), de kleine en gedrongen Australiër die vorig jaar in het bezit kwam van een Nederlands paspoort, houdt de moed erin. Herby en hij hebben niet gefaald, beweert de wandelende zeilbijbel die voor zijn vaderland al twee olympische medailles (brons in 1992, zilver in 1996) won. ,,Als we laatste hadden gestaan, dan hadden gefaald. We hebben hier ons doel niet gehaald. Daarover zijn we zwaar teleurgesteld, maar we varen beslist niet slecht.''

Nee, het tweetal dat eerder dit jaar de Europese titel won, kan en wil zichzelf niets kwalijk nemen. Hoe verleidelijk dat ook is. Maar het is de vermaledijde wind, die de roeiers in Schinias begin vorige week tot wanhoop dreef, maar die hen in de steek heeft gelaten in de Golf van Saronikos, en dat nu al zes dagen op rij. Het is om gek van te worden. ,,Het is hier aan de kust in augustus nog nooit zoveel dagen achtereen zo rustig geweest'', weet Booth, en hij spreekt uit ervaring.

In de voorbereiding streken ze drie keer neer nabij het Agios Kosmas zeilcentrum in Glyfada, een voorstadje van Athene, om alvast kennis te maken met wat in hun geval `de omstandigheden' wordt genoemd. ,,We hebben hier in de maand augustus altijd uitstekend kunnen varen. Maar de Meltemi (straffe en droge landwind vanuit Griekse binnenlanden, red.) laat ons ditmaal in de steek. Daar is niets aan te doen.''

Aan alles dachten ze in hun voorbereiding, geen detail kon en werd over het hoofd gezien in de zo vaak als 'complex' omschreven Tornado. Het materiaal? Dat was dik in orde. Veel beter dan dat van de concurrenten, zo vermoedden ze. Het kon ook bijna niet anders. Ze sloten een exclusieve deal met een firma, die hen voorzag van een 35 procent lichter zeil. Dat doek kwam tot stand na intensieve testen in Italiaanse windtunnels (kosten per dag 10.000 euro), en moest het duo in Athene de voorsprong geven op de zestien andere olympische boten. Als de wind zou meewerken uiteraard.

Al zes jaar werken de twee nauwgezet aan hun olympische project, en begin april, bij de start van de laatste etappe op weg naar `Athene', klonken beiden nog uiterst strijdvaardig. Over de kleur van de medaille kon geen discussie bestaan: goud. ,,Voor minder doen we het niet.'' Dercksen zei het, maar Booth knikte instemmend. Zo was het en niet anders.

Het was ook eigenlijk te gek voor woorden, hield Dercksen zijn gehoor voor in de catacomben van het het Olympisch Stadion in Amsterdam. Plankzeiler Stefan van den Berg (goud bij de Spelen van 1984) buiten beschouwing gelaten was het inmiddels al weer 68 jaar geleden dat Nederland voor het laatst een gouden zeilmedaille won. Daan Kagchelland deed het in Berlijn (1936), en zou in Athene (2004) gezelschap krijgen.

Maar voorlopig treedt niemand in de voetsporen van Daan Kagchelland.

Het optreden van Booth en Dercksen past in het teleurstellende varen van de Nederlandse zeilequipe in Griekenland, waar het vorige week protesten regende waarna technisch directeur Joop Alberda van sportkoepel NOC*NSF zich geroepen voelde de zeilploeg vermanend toe te spreken.

Grootste dissonant was Europe-zeiler Carolijn Brouwer. De tweevoudig wereldkampioene in de eenmansboot schaamde zich zo voor haar ontluisterende presteren voor de kust van Athene dat ze zondag, op de slotdag van haar toernooi, besloot haar excuses aan te bieden. ,,Het ligt volledig aan mij. De boot is snel genoeg, het materiaal is prima. Zelf ben ik echter niet scherp'', aldus Brouwer.

Dat laatste zijn Herbert Dercksen en Mitch Booth nu juist wel. Konden ze het maar bewijzen. En dus: ging het maar waaien.