Indonesië partner in bestrijding terreur

Nederland en Indonesië gaan nauwer samenwerken bij de bestrijding van internationale terreur. Minister Bot (Buitenlandse Zaken) heeft tijdens zijn driedaagse bezoek aan Jakarta, dat vandaag werd afgesloten, de Indonesische regering in dit verband 5 miljoen euro toegezegd. Het bedrag is bestemd voor het Jakarta Centre for Law Enforcement Cooperation (JCLEC), waarin Indonesië samenwerkt met andere landen, waaronder Nederland, bij het aanpakken van terreur. Aan de Nederlandse ambassade in Jakarta wordt een terrorisme-expert van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) toegevoegd.

Hoewel Nederland voorzitter is van de EU, was het bezoek van minister Bot louter bilateraal. Slechts een deel van de besprekingen met Bots Indonesische ambtgenoot Hasan Wirajuda werd bijgewoond door een EU-diplomaat.

Een belangrijk deel van het gesprek met Wirajuda ging over de voor oktober geagendeerde Aziatisch-Europese Ontmoeting (ASEM). Die dreigt te stranden op de kwestie-Myanmar (Birma). Enkele EU-leden willen de bijeenkomst afblazen als Myanmar eraan deelneemt, gezien de rechtsschendingen in dat land. Minister Bot zei dat Nederland dit standpunt niet deelt en vindt dat de ASEM hoe dan ook moet doorgaan.

Bot, die gisteren een beleefdheidsbezoek bracht aan president Megawati Soekarnoputri, heeft bij herhaling gezegd dat Nederland veel belang hecht aan volledige uitvoering van de uit 2001 daterende Wet op Bijzondere Autonomie voor de provincie Papoea. Die wet voorziet in een Papoea Volksraad (MRP), die de belangen van de autochtone bevolking moet behartigen. Instelling van de MRP wordt opgehouden in Jakarta. De Indonesische regering vreest dat dit een 'superlichaam' wordt en de deur opent naar afscheiding.

In het gesprek met Wirajuda ging Bot ook in op het zogenoemde Drooglever-onderzoek. De historicus P. Drooglever kreeg in 2000 van toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen opdracht de toedracht te onderzoeken van de volksraadpleging in 1969, toen zo'n duizend Papoeagedelegeerden unaniem stemden voor aansluiting bij Indonesië. Bot noemde dit onderzoek een ,,academische exercitie'' en zei dat de regering zich niet gebonden acht aan de conclusies.