In Congo dreigt een oorlog

Een oorlog staat op uitbreken in Congo. Waarschuwingen in overvloed. Elk incident kan de vonk in het kruitvat zijn.

Er dreigt een oorlog in Congo waarbij de vorige, die drie miljoen levens heeft geëist, zal verbleken. Daarvoor waarschuwt Jean Marie Guéhenne, hoofd vredesoperaties van de Verenigde Naties. Dat schrijft ook de International Crisis Group (ICG), een gezaghebbende denktank, in een deze week verschenen rapport.

Aan alarmsignalen heeft het de afgelopen maanden niet ontbroken. Twee pogingen tot een staatsgreep in Kinshasa, de bezetting van Bukavu door dissidente militairen begin juni, de slachting van zeker 163 Congolese Tutsi's in een Burundees vluchtelingenkamp bij Gatumba half augustus, het zijn allemaal waarschuwingen dat een oorlog op uitbreken staat.

Eigenlijk is de oorlog nooit weggeweest sinds de genocide in Rwanda tien jaar geleden honderdduizenden Rwandese vluchtelingen naar het buurland Congo joeg. Onder hen waren ook de Hutu's van het Rwandese regeringsleger en van de Interhamwe-militie die bij de massamoord op de Tutsi's een hoofdrol hadden gespeeld. Een bloedbad werd geëxporteerd. Vetgemest door hulporganisaties in de Congolese vluchtelingenkampen waar ze waren opgegaan in de massa, konden de slachters zich hergroeperen om zich tegen het nieuwe Tutsi-bewind in Rwanda te keren.

Om de rebellen in Oost-Congo voorgoed onschadelijk te maken, viel de dwerg Rwanda in 1996 het reusachtige buurland binnen. Rwanda maakte die invasie internationaal acceptabel door de oude Congolese rebellenleider Laurent Kabila naar voren te schuiven. Zo leek het of het Congolese rebellen waren die oprukten naar Kinshasa om president Mobutu te verjagen, door Rwanda gesteund.

Eenmaal aan de macht bleek Kabila toch niet de marionet die Rwanda in hem had gezien. Hij begon een hetze tegen Tutsi's. De Hutu-rebellen in Oost-Congo liet hij ongemoeid. Wel zette hij zijn Rwandese adviseurs aan de kant.

Opnieuw viel Rwanda in 1998 Congo binnen. Opnieuw onder het mom van zelfverdediging. Opnieuw verschool Rwanda zich achter een Congolese rebellenbeweging – de RCD – die alleen bij de gratie van het kleine buurland bestond. Oeganda volgde dat voorbeeld. Oeganda had ook last van rebellen die vanuit Oost-Congo opereerden. Oeganda steunde de Congolese rebellenbeweging MLC. Het bewind in Kinshasa zou zijn gevallen als Angola, Zimbabwe en Namibië papa Kabila niet te hulp waren gestormd. Zo ontstond een oorlog waarbij minimaal zes Afrikaanse landen waren betrokken.

In 1999 werd een eerste vredesakkoord gesloten. Er zouden er nog vele volgen voordat de buitenlandse troepen zich één voor één terugtrokken en de Congolese partijen in april vorig jaar een akkoord over machtsdeling sloten. De oorlog werd voorbij verklaard.

Intussen ging het vechten, plunderen en verkrachten in Oost-Congo gewoon door, al was het op kleinere schaal. Rwanda en Oeganda hadden allerlei milities bewapend om hun economische belangen in het buurland veilig te stellen. Sommige bevolkingsgroepen richtten ter zelfverdediging hun eigen strijdgroep op. Ook trokken er nog altijd 8.000 tot 12.000 Rwandese Hutu-rebellen rond.

De vorig jaar juli geïnstalleerde overgangsregering waarin ook de rebellenorganisaties zijn vertegenwoordigd, heeft het afgelopen jaar verzuimd de smeulende oorlog definitief te doven. De partijen die kort tevoren nog tegenover elkaar stonden, hadden het te druk met elkaar beloeren en de eigen invloed uit te breiden. Ze kwamen niet toe aan de netelige politieke kwesties die om daadkracht schreeuwden. De vorming van een nieuw nationaal leger waarin alle strijdende partijen zouden worden geïntegreerd, werd wel begonnen maar nooit volledig doorgevoerd. De regering breidde haar gezag wel uit, maar nooit over het hele land. Met een amnestiewet en het toekennen van het Congolese staatsburgerschap aan Congolese Tutsi's had ze de stabiliteit in het land aanzienlijk vergroot.

Ook de vredesmissie van de Verenigde Naties, Monuc, trad niet overtuigend op. Ze begon wel met een ontwapeningsprogramma, maar alleen op vrijwillige basis. Bij gevechten kwam ze altijd te laat. Of ze koos voor niks doen omdat ze `zich niet wilde mengen in een interne Congolese aangelegenheid'. VN-troepen constateerden het afgelopen halfjaar herhaaldelijk dat Rwandese soldaten toch weer Congo waren binnengedrongen en VN-deskundigen rapporteerden dat Rwanda de Congolese strijdgroepen toch met geld en wapens steunde, in strijd met een VN-verbod van vorig jaar. Maar de vredesmacht deed geen enkele poging om de stroom wapens en strijders te stoppen bij de grens.

Doordat regering en vredesmacht de vrede niet afdwongen, kregen de tegenstanders van vrede weer een kans. En dat zijn er veel in Congo en de regio. Ze zijn in alle kampen te vinden. In Kinshasa, waar de oude Mobutisten azen op de macht en de vroegere kompanen van Kabila senior zich beklagen over hun verlies aan invloed onder Kabila junior en sommige leden van de oude regering dromen van de tijd voordat ze de macht met rebellen moesten delen. Maar vooral in het oosten, waar de getergde rebellenorganisatie RCD haar zeggenschap niet zomaar wil opgeven en waar gewapende milities vechten voor hun lucratieve plunderend bestaan. En ook in het overbevolkte naar Lebensraum smachtende Rwanda, dat zijn invloedssfeer graag uitgebreid zou zien tot het eventueel afgescheiden oosten van Congo.

De International Crisis Group zegt in haar deze week verschenen rapport dat de internationale gemeenschap het afgelopen jaar niet genoeg militaire en politieke steun heeft gegeven aan de pogingen om vrede en veiligheid te brengen in Congo. Ze roept op tot snelle actie omdat het vredesproces op instorten staat. Ze steunt de recente oproep van VN-secretaris-generaal Kofi Annan om de vredesmissie in Congo uit te breiden van 10.800 naar 23.900 man, en die meer bevoegdheden te geven en meer materiaal. De formatie van een snelle reactie-eenheid zou de saboteurs van het vredesproces moeten afschrikken. Landen die Rwanda met ontwikkelingsgeld steunen, zouden meer druk moeten uitoefenen op de regering om zich niet meer te bemoeien met Congo.

De rebellenorganisatie RCD heeft zich deze week teruggetrokken uit de overgangsregering. RCD-strijders hergroeperen zich bij Uvira, met Rwandese steun. Dat gebeurt kort nadat president Joseph Kabila 13.000 soldaten naar het oosten heeft gestuurd om `orde op zaken te stellen'. Een confrontatie zou het einde betekenen van het moeizame vredesproces.