Het alleenrecht op opa

Een nieuw kinderboek van Martha Heesen (1948), dat betekent: je verheugen op de kennismaking met een eigenzinnig, fantasierijk, wezensvreemd kind van een jaar of tien. Maar ook: je schrap zetten voor de ernst van het personage. Het tienjarige meisje Loor uit De IJzeren Hemel is fantasierijk, zeker. Maar eigenzinnig? Nee. Gaat ze gebukt onder ernst? Integendeel. Het is alsof Martha Heesen, na het prachtige, maar loodzware Toen Faas niet thuiskwam van vorig jaar (bekroond met een Gouden Uil), zin had in iets luchthartigers.

Het is een ongecompliceerde, innige vriendschap die het meisje Loor heeft met haar opa, Marie-Laure noemt hij haar. Elke dag na school drinkt ze met hem thee in zijn werkplaats achter het huis dat vol staat met merkwaardige uitvindingen van ijzer. `Loor mocht bij opa nooit meteen beginnen met vertellen. Eerst jas uitdoen, zoen geven, thee zetten, Moene aaien, lekkers kiezen; thee, lekkers, Moene en opa mee naar de werkplaats nemen en wachten tot opa zei: ,,De belevenissen van Marie-Laure, aflevering drieduizend negenhonderdeenentwintig'', of zoiets.' Het is een opa die nooit zegt `Niks van aantrekken' als er iets akeligs is, een die een machine bedenkt om speelgoed van de grond op te ruimen en een groot stalen schip voor zijn kleindochter bouwt waar hij worstjes en chips en dikke bruine boterhammen met veel zoute boter brengt, `echt piratenvoer'.

Loor wil niet zien dat haar opa opeens springerig is gaan lopen en dat zijn ogen zijn gaan blinken en dat dat misschien te maken heeft met de vrouw die in zijn leven is gekomen en die hem met haar vanillegeur heeft bedwelmd, waardoor hij niet meer helder nadenken kan. Loor wil onvoorwaardelijke aandacht voor `de zaak-Simoon': haar vriendin Simoon heeft haar na zes jaar vriendschap als een baksteen laten vallen voor een nieuw meisje in de klas. `Er waren nu al zeker vijftien afleveringen geweest die over de zaak-Simoon gingen. Loor kon na school over niet anders meer praten.' Dus moet die vrouw weg; Loor eist het alleenrecht op haar opa.

Maar hoe zit het eigenlijk met de vader van Loor? Niet één woord over hem. In het hele boek niet. Heesen laat de lezer wel vaker in het ongewisse. In Mijn zusje is een monster (2000, bekroond met een Zilveren Griffel) bijvoorbeeld blijft onduidelijk wat er met het onstuimige meisje Neeltje aan de hand is. ADHD, zal de volwassen lezer denken. Maar het is mooi dat Heesen nergens expliceert wat de oorzaak van het grenzeloze gedrag van Neeltje is. In De IJzeren Hemel is het Heesen minder gelukt om door het onbenoemde te spelen met suggestie. De verzwegen vader onderstreept de innige band tussen Loor en haar opa, maar levert geen voedsel voor gedachten.

Maar wat ook weer in De IJzeren Hemel opvalt is Heesens onnadrukkelijke, stijlvolle manier van schrijven: met weinig woorden een situatie trefzeker neerzetten. Dit laat ze de vriendin van opa zeggen, tijdens een eerste bezoek aan het huis van Loor: `Een leuke kamer hoor, Jan. Hier wordt geleefd, dat zie ik wel.' En de lezer voelt Loors afkeer. En als Loor aan haar moeder vraagt hoe laat haar broer vannacht is thuisgekomen (er is niets waarmee ze haar moeder zo goed kan pesten als met die vraag), dan schrijft Heesen: `Mam zuchtte, zette haar koffiebeker neer en sloeg met twee vuisten tegelijk zachtjes op de tafel. ,,Hálf dríe.''' In die twee vuisten die zachtjes op tafels slaan, daarin zit berusting, vertrouwen, bezorgdheid, liefde. Mooi is dat.

En wat kan Heesen zich goed verplaatsen in de bijtende spot van een tienjarige. `Opa had mama's zegen, want opa moest maar niet langer alleen blijven. Opa was wel érg alleen geweest. Vijf jaar lang had hij vijf middagen per week Loor op bezoek gehad. Dat was níks natuurlijk.' Al zijn Loors observaties van haar verliefde opa soms wel typisch observaties van een volwassene, bijvoorbeeld: `Het mens was verliefd op opa, nee nee dat dacht ze maar, ze was verliefd op die man die alleen vanwege háár die gekke geblokte overhemden aantrok en zijn wenkbrauwen alle kanten op liet groeien, want dat hoorde zo voor een kunstenaar.'

De IJzeren Hemel komt niet, in tegenstelling tot haar vorige boek, binnen als een mokerslag. Dat komt omdat het personage Loor een heel gewoon meisje is. Heel on-Heesen eigenlijk. Net als het boek zelf. Niet indringend of verpletterend mooi, maar gewoon. Gewoon mooi.

Martha Heesen: De IJzeren Hemel. Querido, 96 blz. €12,50

</RE>