Gouden droom wordt nachtmerrie

In zijn hoofd was het een warboel. Helder denken kon Marc Lammers gisteravond niet meer. En niemand die het de bondscoach van de Nederlandse hockeysters kwalijk nam na het demasqué tegen Duitsland (1-2) in de olympische finale. Maar: ,,Het zou inderdaad wel eens kunnen dat die wedstrijd tegen Argentinië zoveel mentale kracht heeft gekost dat we op dat punt vandaag te kort kwamen.''

Aloude grapjes over de aangeboren wankelmoedigheid van de hockeysters, in Athene tot gisteren het toonbeeld van evenwicht en volwassenheid, konden op de slotdag van het olympische toernooi weer uit de kast worden gehaald. Want in het zicht van de eindstreep, na een vrijwel vlekkeloze en bij vlagen indrukwekkende aanloop, verkrampte en verstarde de Europees kampioen. Tegen een tegenstander van wie al vijf jaar (Champions Trophy in Brisbane) niet meer was verloren tijdens een titeltoernooi, en die in de voorronde nog met 4-1 was weggespeeld.

Acht dagen later bleek alles anders. Drie keer kwam Duitsland in de eerste helft in de Nederlandse cirkel, twee keer was het raak. Het geklungel in de defensie deed pijn aan de ogen. Net als twee dagen eerder in de thriller tegen wereldkampioen Argentinië (gewonnen op strafballen), moest Lammers in de rust zijn stem verheffen, en koos hij na de onderbreking voor een kamikaze-strategie. Weer verliet Maartje Scheepstra de verdedigende stellingen om de aanval te assisteren, en weer leek Nederland langszij te komen na een vlotte aansluitingstreffer: 1-2.

Léék, want doordrukken? Het kwam er niet van. Duitsland wierp een muur op en de onrustig spelende hockeysters wisten zich plots geen raad meer. Het wapen dat in de aanloop en in de voorronde nog zo effectief was gebleken, de strafcorner (scoringspercentage van dertig procent), kwam niet uit de verf. Die wetenschap bezorgde Lammers hoofdpijn, zoals hij naderhand stamelend erkende.

En zo kon het gebeuren dat de ploeg die de halve-finaleplaats nota bene te danken had aan het feit dat Nederland in het laatste groepsduel zijn sportieve plicht deed (winst op titelverdediger Australië) met de eindoverwinning aan de haal ging. Een ploeg ook die het toernooi besloot met een negatief doelsaldo (-3). Het kan allemaal, in de wonderlijke wereld van het vrouwenhockey.

Niemand die het begreep, ook de Duitse meisjes zelf niet. ,,Maar wij hebben vandaag met het bloed op de knieën gespeeld'', glunderde routinier Nadine Ernsting-Krienke. Dat was een stille provocatie aan het adres van het legertje der critici in eigen land, dat het gezelschap van bondscoach Markus Weise de laatste jaren een schrijnend gebrek aan trainingsijver had verweten. Zelfs vanuit de Duitse mannenploeg weerklonk met enige regelmaat een schimpscheut: ,,Die Mädel fressen nur Chocolat.''

Ook assistent-coach Eric Verboom ontkwam gisteren niet aan de conclusie dat Nederland was afgetroefd door een ploeg, die aanzienlijk minder arbeid had verricht en die in maart ternauwernood het kwalificatietoernooi in Auckland had overleefd. ,,Wij trainen vier jaar, zij vier maanden en dat blijkt genoeg'', mokte Verboom, bij wie één woord net als bij de rest van de selectie in de mond bestorven lag nadat de gouden droom was geëindigd in een nachtmerrie: ,,Ongelooflijk!''

Dat was het ook. Maar wat Duitsland wel deed, verzuimde Nederland: boven zichzelf uitstijgen. Het bleek tot gisteren keer op keer voldoende, omdat in de cirkel in opvallende slagvaardigheid aan de dag werd gelegd. Maar het spel zelf bleef vlak, en verbleekte gisteren tot dat van de eerste de beste juniorenploeg die, geconfronteerd met tegenslag, al snel de kluts kwijt raakt.

Veterane Ageeth Boomgaardt, de 31-jarige strafcornerspecialiste die gisteren een frustrerend einde van haar lange interlandcarrière beleefde, zei na de afgang tegen de bescheiden nummer zeven van de wereldranglijst: ,,Tegen Argentinië zat het al niet goed.'' En, op cynische toon: ,,Je kan wel acht jaar trainen, maar zonder de juiste mentaliteit win je nooit grote finales.''

En iedereen dinsdag, na de zwaarbevochten zege op Argentinië, nog denken én verkondigen dat de hockeysters nu ook de laatste, mentale horde hadden genomen. Met dank vooral aan mental coach Bill Gillissen, die de ploeg had uitgerust met wat hij zelf consequent ,,instrumentuele agressie'' noemt. Maar de wijze lessen van de oud-politieman bleken gisteren op slag vergeten.

Zeven stappen terug in de tijd deden de hockeysters dan ook, en de nederlaag kwam als een mokerslag aan bij de ploeg, die zich stiekem al de nieuwe olympisch kampioen waande. Hoezeer Lammers en zijn speelsters na afloop ook hun best deden om te doen geloven dat ,,van onderschatting absoluut geen sprake was''.

Maar de deceptie, ook al betekende het zilver de beste prestatie sinds het goud uit Los Angeles (1984), mochten de hockeysters zichzelf aanrekenen. Geen van de `dragende' speelsters nam de ploeg bij de hand. Aanvoerster Mijntje Donners laakte de ,,schijterige en angstige'' speelwijze van de ploeg, maar doelde daarmee ook op zichzelf. In haar 234ste en laatste interland verzuimde Miss Den Bosch om haar elftal de weg te wijzen. Haar geploeter stond symbool voor de onmacht van het gehele elftal, waar behalve Donners en Boomgaardt ook middenveldster Macha van der Vaart met betraande ogen afscheid nam.

Over zijn eigen toekomst wilde Lammers zich gisteren niet uitlaten. Komend najaar volgt immers nog het toernooi om de Champions Trophy in Rosarío (Argentinië). Zijn contract loopt af op 1 januari. Alyson Annan, de Australische ijzervreter die sinds twee jaar fungeert als assistente, lijkt de aangewezen kandidate om Lammers af te lossen.