Gelukkig zonder dak

Behalve dertien romans zijn in de afgelopen veertig jaar een stuk of honderddertig verhalen van William Trevor verschenen, waarvan er twaalf staan in zijn nieuwste bundel A Bit on the Side. Wie iets van zijn werk kent zal benieuwd zijn of hij nog steeds in staat is om in alledaags levende personen zoveel bijzonders te ontdekken dat wij onze ogen niet van ze af kunnen houden. In The Story of Lucy Gault, twee jaar geleden verschenen, deed hij het op zijn best en het zou kunnen dat hij nu toch begint te klinken als altijd-weer-diezelfde-Trevor.

Daar is in zijn nieuwe bundel geen sprake van. Hij is dezelfde, alleen in de zin dat hij als altijd in zijn afgemeten verteltrant ook de eentonigste levens onvoorzienbaar kan dramatiseren. Op sommige ogenblikken doet hij nog meer: dan schiet er een lichtflits door het verhaal waarbij de lezer verbluft staat van het samenvattend inzicht in een persoon die zelf niets ongewoons beleeft.

Dat gebeurt bijvoorbeeld in `The Dancing-Master's Music', niet eens een van de sterkste verhalen doordat het te kampen heeft met de moeilijkheid om muzikale ervaringen in woorden te vertolken en daar niet helemaal uitkomt. Een Iers boerenmeisje krijgt werk in de keuken bij een aanzienlijke familie in de oude tijd van rangen en standen. Zij komt niet boven in de woonkamer, tot een keer wanneer de familie als aardigheid de Italiaanse dansleraar piano laat spelen voor het personeel. Zoiets heeft zij nooit beleefd, en al breidt haar muzikale ervaring zich iets uit in de volgende vijftig jaar, de herinnering aan die piano duurt voort in haar verbeelding wanneer zij als oud vrouwtje nog in het huis werkt dat nu verarmd en verveloos is: en zij stelt zich voor dat die muziek er nog zal zijn na haar dood, `the marvel in her life, a ghost of the place.' Die laatste regel is een `marvel' in het verhaal: een wonder van inzicht en meeleven.

Meer dan de dansleraar geeft `Solitude' blijk van Trevors wonderbaarlijke vermogen. Dat gaat over een Engelse vrouw die in een oud hotel in Bordighera is gaan wonen na vanaf haar kindertijd altijd door Europa gereisd te hebben met haar ouders, die nu dood zijn. Zij was een kind-alleen, en zij is een volwassene-alleen geworden. De mensen die zij wel eens spreekt hebben haar altijd een vreemd type gevonden als zij vertelde over het goede leven met haar ouders; en dan komt zij op het strand een Engelsman tegen die net zo'n levensgevoel heeft als zij. Zij maken een lange wandeling en nemen welgemoed afscheid. De mensen vergissen zich als zij verwachten dat ik mij tenslotte eenzaam ga voelen, denkt zij aan haar eten in het hotel: ik zal nooit eenzaam zijn – ik ben alleen, dat is heel wat anders. Zo naverteld lijkt het maar een droge constatering; aan het slot van het verhaal is het alsof wij in het allerintiemste van haar karakter kijken.

In sommige van de andere tien verhalen zijn er soortgelijke momenten waar de lezer het boek even van zich af moet leggen om het inzicht te verwerken. Daar gaat het niet alleen om. De verhalen komen ook tot leven als ze alleen een gezinsverhouding, een liefdesverhouding of een arbeidsverhouding oproepen. De personen zelf denken vaak dat er niets bijzonders is aan hun bestaan, dat zij maar figuranten zijn in de wereldgeschiedenis. De lezer weet beter: die wordt hun belevingen gewaar zoals een onderzoeker het leven ontdekt in een waterdruppel onder de microscoop.

Trevors werk behoudt altijd iets van de geur van Ierland, zijn land van herkomst, hoewel hij even goed over Engelsen kan vertellen. Trevors Ieren zijn gewoonlijk mensen met kleine inkomens, niet zelden in boerendorpen, al weet hij ook de weg in Dublin; zijn Engelsen zijn meestal middle-class, netjes aangeklede drinkers van aperitieven. Wie de realiteit nog eens wil zien waar Trevor ze in bedacht heeft zou een dagtochtje moeten maken door het landschap ten zuiden van Dublin, en in Londen een wandeling door de buurt van Baker Street.

Wie Trevors begrip van eenzaamheid en zijn combinatie van Iers en Engels in een ander verband wil zien, en zijn roman Felicia's Journey van 1994 niet allang gelezen heeft, kan ze ook ontdekken in de pas verschenen Nederlandse vertaling daarvan. Felicia's Reis vertelt van een Iers meisje dat zwanger is na een korte vrijage met een dorpsgenoot die geen adres heeft achtergelaten toen hij naar Engeland vertrok om een baan te zoeken. Zij reist achter hem aan naar de Midlands, waar zij meent te weten in welke soort industrie hij zou gaan werken. Zij komt een verdacht vriendelijke man tegen die haar gaat helpen. Hij neemt haar mee naar fabrieksuitgangen in verscheidene industriestadjes, regelt een abortus en verleent haar onderdak bij zich thuis. Van de dorpsgenoot geen spoor.

De helper wordt meneer Hilditch genoemd, het hele boek door. Zijn voornaam leren wij niet kennen. In dit geval past het bij de afstand waarop Trevor de figuur houdt van de lezer: terwijl wij vernemen wat hij mijmert over vorige meisjes die hij even vriendelijk behandeld heeft komen wij nooit van hem te weten wanneer en hoe zij weggegaan zijn. Waarschijnlijk heeft hij de afloop van die relaties uit zijn gedachten gezet; en waarschijnlijk is dat omdat hij zijn eigen rol erbij niet kan verwerken. Tegen het eind van de roman wordt hij opgehangen aangetroffen in zijn stille vrijgezellenhuis.

Felicia intussen is zo ongedurig van hem geworden dat zij zich uit de voeten heeft gemaakt voordat het wel eens te laat had kunnen zijn. Niet dat zij terugkeert naar Ierland. Zij wordt een dakloze vrouw met tassen. `Bij het ochtendgloren is ze gelukkig in haar eenzaamheid' – net als de vrouw in het hotel in Bordighera tien jaar later.

Trevors weldadige zorgvuldigheid in het vertellen brengt ook hier de lezer in een stemming om geen woord over te slaan. Dat die stemming minder vast is dan bij de verhalen komt voor een deel door een iets te uitvoerige uitbeelding van de twee hoofdpersonen. Voor een ander deel komt het doordat in de vertaling de Ierse en Engelse maatschappij en omgangsvormen en spreekwijzen te buitenlands blijven klinken, zodat veel lezers er zich als beleefde onnozele toeristen bij zullen voelen.

Voor Trevorianen, die de smaak van zijn werk al beet hebben, is het toch onmisbare leesstof.

William Trevor: A Bit on the Side. Viking, 245 blz., €30,35

William Trevor: Felicia's Reis (Felicia's Journey). Uit het Engels vertaald door Miebeth van Horn. Meulenhoff, 239 blz. €17.50

</RE>