Geen rem meer op het verkeer

Mobiliteit draagt bij aan economische voorspoed en welzijn, stelt het kabinet. De groei van het verkeer moet niet worden gestopt, maar in goede banen geleid.

Het mobiliteitsbeleid van het kabinet-Balkenende moet een bijdrage leveren aan het versterken van de economie en de internationale concurrentiepositie van Nederland. Dat is het uitgangspunt van de nog vertrouwelijke Nota Mobiliteit, waarover de meestbetrokken bewindslieden het vorige week op hoofdlijnen eens zijn geworden en die deze week naar de regionale overheden en maatschappelijke organisaties is verstuurd. Over ruim vijf weken zal naar verwachting het kabinet de nota naar de Tweede Kamer sturen.

Het accent op economie klinkt vertrouwd; eerder dit jaar stelde het kabinet-Balkenende in de Nota Ruimte ook al dat de inrichting van Nederland de komende vijftien jaar vooral in dienst moet staan van de economie. De mobiliteitsnota van minister Peijs (Verkeer en Waterstaat) is van deze Nota Ruimte een nadere uitwerking.

Het verkeer zal de komende vijftien jaar ,,sterk groeien'', zo stelt het kabinet. Verschillende scenario's van het Centraal Planbureau (CPB) tonen aan dat het personenverkeer over weg en spoor tussen 2000 en 2020 met in totaal ongeveer 20 procent toeneemt, en afhankelijk van internationale en economische ontwikkelingen varieert de voorspelde groei van het goederenverkeer tussen de 15 en 80 procent.

Het tegengaan van mobiliteit is volgens de betrokken ministers geen optie. ,,Mobiliteit is niet alleen een drager van de economische groei, maar ook een maatschappelijke behoefte'', schrijft het kabinet. ,,Mobiliteit is een verworvenheid, die mensen de kans biedt zich te ontplooien en te ontspannen. Bestrijden van mobiliteit zou dan ook betekenen: bestrijden van maatschappelijke behoeften. Dat is gewenst noch effectief. Daarom kiest het kabinet ervoor om de mobiliteitsgroei in goede banen te leiden.''

Vooral het wegverkeer baart zorgen. Dat zal in 2020 met 40 procent zijn gegroeid en zonder maatregelen zal dit leiden tot economische schade en een langere, onbetrouwbare reistijd. Het aantal personenauto's groeit in deze periode bijvoorbeeld van 6,3 miljoen naar 8,8 miljoen. Er zijn vele kabinetten geweest die hebben geprobeerd het autoverkeer af te remmen door te wijzen op alternatieven zoals trein en fiets. Dit kabinet kiest een andere invalshoek. ,,De aanleg van extra spoorinfrastructuur lokt mensen niet uit de auto, minder file op de weg leidt niet tot minder vervoer over water. Iedere modaliteit heeft zijn sterke kanten. Deze eigen marktkansen moeten juist beter worden benut. De weg is sterk in kriskrasbewegingen en in de verplaatsing van deur tot deur. Openbaar vervoer kan veel mensen tegelijk vervoeren met een beperkt ruimtebeslag. De binnenvaart vervoert 40 procent van de goederen; goedkoop en veilig. En de fiets vervult een cruciale rol op de korte afstand. Daarom voert het kabinet ook geen generiek beleid gericht op de verandering van vervoerwijze: de bus is niet per definitie beter dan de auto.''

Minister Peijs heeft eerder gezegd dat wat haar betreft niet het bestrijden van files haar belangrijkste prioriteit is, maar het garanderen van een aanvaardbare reistijd, zowel op de weg als het spoor. Op de belangrijke autosnelwegen, het zogenoemde hoofdwegennet, stelt het kabinet als ,,streefwaarde'' dat de gemiddelde reistijd in de spits maximaal anderhalf keer zo lang mag zijn als de reistijd buiten de spits. Uitgaande van een snelheid van 100 kilometer per uur mag over een afstand van 50 kilometer dus maximaal 45 minuten worden gereden. Op stedelijke ringwegen mag de gemiddelde reistijd in de spits maximaal twee keer zo lang zijn als de resitijd buiten de spits. Dat betekent 10 kilometer in maximaal 12 minuten.

Ook de treinen moeten op tijd rijden. Vorig jaar reed 17 procent van de personentreinen niet op tijd door mankementen aan de infrastructuur of het materieel of door logistieke problemen. vanaf 2010 mag dit nog maar 9 procent zijn. Voor de autowegen heeft het kabinet 38,8 miljard euro over, het totaalpakket voor het spoor komt op 16,9 miljard euro.