Een hekel aan het eigen speelgoed

,,Ik denk vanuit de clown, en Freek is voor mij de clown'', zei Hella de Jonge, vrouw-van en kledingontwerper-voor de cabaretier Freek de Jonge vorige week in deze krant. Dat die clown méér wil zijn, blijkt niet alleen al jaren uit zijn theatervoorstellingen, maar ook uit zijn uitstapjes naar de literatuur: in 1987 verscheen Zaansch Veem, later gevolgd door Neerlands bloed (1991) en Opa's wijsvinger (1993).

Zijn hang naar iets hogers en serieuzers heeft De Jonge gemeen met de hoofdpersoon van zijn nieuwste, ambitieuze roman, Door de knieën. Die zegt op de eerste pagina: `Ik speel al mijn halve leven met woorden en begin een hekel aan mijn speelgoed te krijgen.' Het is niet het enige dat deze verteller met zijn schepper gemeen heeft: hij is een domineeszoon, een succesvolle komiek met een verlangen naar verdieping, zo beroemd dat zijn naam een merk is geworden. Jaren eerder heeft hij een drie maanden jong zoontje verloren. Sommige details over de voorstellingen van de naamloze komiek hebben bovendien veel met het werk van De Jonge gemeen.

Door de knieën is geen vrolijk boek. Het beschrijft hoe de hoofdpersoon, ongelukkig en uitgegrapt, steeds weer op zoek is naar iets of iemand die waarachtiger is dan hijzelf. Want zelf laat hij zich steeds weer leiden door wat zijn omgeving van hem verlangt: grappen. En de druk van de publiciteit maakt dat hij alle mensen altijd op een afstand houdt. Zijn waarachtige vriend meent hij eerst te vinden bij een buitenissige conceptueel kunstenaar in Zeeland, maar die blijkt een leugenaar. De komiek probeert daar nog iets mooiers van te maken door na de ontmaskering van de man erover te zeggen dat we `ons uit de ellende willen fantaseren', maar hij vindt geen gehoor: `Leugens fantasie noemen. Da's een goeie!'

Met evenveel verlangen naar zuiverheid stort de hoofdpersoon zich op een andere `vriend', Victor. Dat is een achtjarige autistische jongen die ook nog zonder armen en benen is geboren. Wel is zijn hoofd van grote schoonheid en doet hij soms uitspraken van orakelachtige allure (`Ik kan gelukkig niet gekruisigd worden'). Hij zal het middelpunt worden van een waanzinnige processie in Lourdes. Die krijgt een akelige ontknoping die wel erg plastisch wordt beschreven.

Het grote onderliggende thema van de roman is het verdriet om het overleden zoontje. De komiek wilde van rouw niets weten en stond binnen de kortste keren weer moppen te tappen op het podium; zijn vrouw lijkt in het reine te zijn gekomen met dat verlies, ze zegt er een beter mens door geworden te zijn. Hij is voornamelijk op de vlucht en houdt iedereen altijd op afstand. De interesse van de komiek voor de mismaakte Victor heeft uiteraard alles te maken heeft met de dood van zijn eigen kind, al is het maar door de wijze waarop hij de jongen, zonder armen en benen immers, aan zijn borst drukt: als een baby. Eenmaal zelfs met de woorden: `mijn kleine jongen, je leeft nog!' Dat is een zeldzaam moment van openheid voor een man die van zijn vrouw te horen krijgt: `Zolang je simpele overgave als waanzin ziet, kom je nooit bij je gevoel'.

De aandacht die er in Door de knieën wordt besteed aan de verschillende wijzen waarop man en vrouw omgaan met de dood van hun baby doen sterk denken aan P.F. Thoméses Schaduwkind, over de dood van een zes weken oud meisje en dan vooral aan iets wat Thomése over dat boek zei in een interview met Vrij Nederland, namelijk dat hij het had geschreven om zijn vrouw `te redden' – ,,Schrijvend kon ik dingen verwoorden die ik niet kon zeggen'', aldus Thomése. ,,Alleen via een omweg konden we het over haar hebben''. Het boek van De Jonge vormt daar het spiegelbeeld van: het toont een rouwende vader die zijn verdriet eerst te snel af denkt te zijn, er vervolgens door wordt ingehaald. Daarna komt het met zijn andere frustraties samen tot een grote massa zelfverwijt, die Door de knieën tot een deprimerende roman maakt.

Gemakkelijk heeft De Jonge het zich met die loodzware thema's (en een voor een beroepskomiek zeer gering aantal grappen) niet gemaakt. Het verlangen om serieus te zijn wordt overtuigend beschreven en de roman bevat een aantal sterke scènes. Er zijn er echter ook enkele die te bizar zijn om te overtuigen, zoals die over een mislukte voorstelling met de mismaakte Victor op het podium. Ook duiken er plotseling stukken beschouwing over de wereld op (`Er is geen cultuur in de geschiedenis van de mensheid die zo weinig denkkracht inzet voor de grote levensvragen als de onze') die, mild gezegd, weinig nieuws bevatten.

Door de knieën is een wisselvallige roman, waarvan de belangrijkste gebreken te verklaren zijn uit een teveel aan theater: te veel expliciete uitspraken, te zwaar aangezette scènes, te veel bombast. Dat wekt bij een schrijvende theatermaker niet veel verwondering, maar ook enige hoop. Want De Jonge moet zijn verlangen naar ernst die verder gaat dan de spreekwoordelijke traan van de clown, in een mooie voorstelling voor het voetlicht kunnen brengen.

Freek de Jonge: Door de knieën. Augustus, 160 blz. €16,– (geb) €11,– (pbk). Ook verschenen als luisterboek op 4 cd`s, Rubinstein, €16,95

</RE>