Al eeuwen onze buren

Twaalf Nederlandse toneelstukken over het Spaanse Córdoba, waar moslims, christenen en joden ooit vreedzaam samenleefden. Twaalf toneelschrijvers lieten zich ter plaatse inspireren. ,,In mijn stuk misbruik ik Córdoba.''

Achter de bruid staat de moeder van de bruid. Ze maakt de haakjes van haar lijfje vast. De moeder vertelt een verhaal over een bedrogen prinses: ,,Ze kent de strelingen van haar prins. De liefde is de zachtste slavernij.'' Nee, de Moorse prins aan wie de dochter wordt uitgehuwelijkt is niet knap. Hij is boven de veertig en ruikt dus niet fris uit de mond. Tijdens de huwelijksnacht, luidt moeders advies, moet ze proberen niet door de neus te ademen.

Een week voor het nieuwe theaterseizoen aanbreekt, staat bij de meeste toneelgroepen de vakantieboodschap nog op het antwoordapparaat, maar bij jeugdtheatergroep Max. te Delft wordt net voor het eerst weer gerepeteerd. ,,We zijn nog aan het lezen, hoor'', zegt artistiek leider Moniek Merkx verontschuldigend. Haar twee actrices gaan toch even de speelvloer op, om een scène te oefenen uit Goud, een toneelstuk dat onderdeel uitmaakt van het Córdoba-project. Het toneel is nog leeg, de spelers hebben het tekstboek voor zich, het lijfje is het enige rekwisiet. Toch werkt de scène meteen, doordat het zo'n ontroerend beeld is: de moeder die de dochter aankleedt vlak voor het huwelijk.

Cordoba! is een groots toneelproject bedacht door regisseur Matthijs Rümke: veertien schrijvers en zeven theatergroepen maken twaalf toneelstukken over één onderwerp, de Zuid-Spaanse stad Córdoba die onder Arabisch bewind rondom het jaar 1000 een gouden eeuw beleefde, met een ongekende groei van kunst, chirurgie, wijsbegeerte, mode en kookkunst. De theaterkaravaan reist vanaf 12 oktober door het land.

Rümke kreeg het idee voor de reeks na een gesprek met een Arabische kennis die zich altijd ergert als het over de `donkere Middeleeuwen' gaat. Rümke: ,,Voor West-Europa was dat weliswaar een tijd van stilstand en achteruitgang, maar voor de Arabische wereld juist een tijd van ongekende bloei. Laatst las ik een stuk van Europees commissaris Frits Bolkestein die betoogde dat `wij' de verlichting hadden gekend, en die achterlijke moslims niet. Terwijl de Córdobase renaissance de basis heeft gelegd voor onze Renaissance. In Córdoba werden alle oude Grieken vertaald. Zonder de tussenkomst der Arabieren hadden we nooit toegang tot de klassieken gekregen.''

Excursie

Rümke wil met Cordoba! politiek theater maken. Córdoba dient hierbij als spiegel van onze westerse samenleving die worstelt met angst en haat jegens de islam. Rümke: ,,Als je wilt samenleven met een nieuwe cultuur die de stad binnenkomt, dan moet je op zijn minst weten dat we een gemeenschappelijke geschiedenis hebben. We hebben geschiedenis nodig om ons te verhouden tot – en te verzoenen met een voortdurend veranderende wereld.''

Córdoba is in dit verband vooral aantrekkelijk door de `conviventia': het vreedzame samenleven in de middeleeuwse stad van moslims, joden en christenen. Rümke: ,,In Moors Córdoba heerste de helaas zeldzame opvatting dat je een vreemde cultuur niet meteen moet vernietigen, maar dat je de goede elementen eruit moet overnemen, om je te verrijken.''

De twaalf toneelstukken zijn alle zeer verschillend geworden. In den beginne had Rümke een meer geleid plan: hij wilde een poule van vijftig historische karakters maken, waaruit de schrijvers konden kiezen, zodat een samenhangend geheel van stukken zou ontstaan. Maar de schrijvers lieten zich niets voorschrijven; het idee dat het over `Córdoba' moest gaan was hun al moeilijk genoeg. In deze lossere opzet is ruimte voor uiteenlopende voorstellingen als een kookshow, een liederenprogramma met werk van Córdobase vrouwen, en het relaas over een varken dat door de joden en moslims wordt verstoten en door de christenen wordt opgegeten.

Om in de stemming te komen, brachten dertig betrokkenen vorig jaar een week door in Córdoba. De week begon met een gezamenlijke excursie en sloot af met een gezamenlijk maal. Daartussenin verspreidde de groep zich over de stad. De meesten bezochten de Moorse bouwwerken, of doken in de bibliotheek om zich te documenteren. Gerardjan Rijnders en Rieks Swarte liepen als twee Kijk-jongens rond met passer en meetlint. Koos Terpstra liep door de buitenwijken en langs de rivierbedding. En Moniek Merkx liep door de straten om ondnaks de dichte luiken een glimp van het huiselijk leven op te vangen.

Merkx: ,,Aan tafel waren de meeste deelnemers vooral bezig om elkaar te overtreffen met historische weetjes over Córdoba. De mannen? Ik wilde het niet zeggen, maar dat waren inderdaad de mannen. Ik kan niets met geschiedenis. Als ik een historisch verhaal neem, heb ik het gevoel dat ik historisch en cultureel correct moet zijn. Dat werkt verstikkend. Ik vertel altijd mijn eigen, particuliere verhaal. Als ik aan Córdoba denk, zie ik niet de oude Moorse stad voor me, maar gewoon het Spaanse Córdoba, met de van hitte zinderende binnenplaatsen en de huizen eromheen naar binnen gekeerd, met de luiken dicht, en eten 's avonds laat.''

Haar toneelstuk Goud is een harem-verhaal waarin sprookjeswereld en werkelijkheid langs elkaar schuren, waarbij de werkelijkheid is samengesteld uit verschillende landen en tijden. Merkx: ,,De moeder is een Slavische slavin in een harem van Córdoba. Aan de vooravond van het huwelijk van haar dochter spiegelt zij haar een fantasiewereld voor, om het gekooide bestaan zoeter te maken. Ze propageert in die romantische verhalen de veiligheid en bescherming van het harembestaan, terwijl de dochter juist over de muur wil. Ik wil niet de slechte behandeling van vrouwen in moslimlanden hekelen. Ik heb het over de neiging van mannen om vrouwen als bezit te behandelen. Dat is van alle tijden en culturen.''

Rieks Swarte en Gerardjan Rijnders, die samen het toneelstuk Woord maken, gingen in Córdoba de synagoge opmeten. Waarom? Swarte: ,,Wij hebben in Córdoba een meetkundige ontdekking gedaan. In de hele wereld wordt gebouwd volgens de gulden snede; vaste verhoudingen waaraan gebouwen moeten voldoen. Maar in Córdoba hanteerden ze een eigen gulden snede, waardoor alle gebouwen daar uit verhouding zijn. Nee, dat levert geen unieke schoonheid op. Integendeel, de dakhellingen zijn steiler, het ziet er lomp uit. Je hebt daar in de mozaïeken wel prachtige geometrische figuren. Moslims tekenen geen poppetjes zoals de katholieken doen, ze maken ingewikkelde patronen om het goddelijke uit te drukken.''

Maar hoe kan Swarte's architectonische `ontdekking' tot een toneelstuk leiden? ,,Dit geometrische verhaal ga ik vertellen op het podium, in een college-voorstelling. Heb ik wel vaker gedaan. Zie het als een vorm van aanschouwelijk onderwijs. Gerardjan Rijnders heeft mij geïnterviewd in een park en heeft dat interview tot toneelstuk bewerkt. Ik kan zelf slecht tekst onthouden, dus heeft hij mijn tekst uitgesplitst over verschillende personages. Hij was een boek over Mozes aan het lezen dus dat heeft hij er ook in verwerkt. Mozes is de vader van de drie wereldgodsdiensten. In die zin raakt hij aan het uitgangspunt van dit project: de conviventia en het zoeken naar een gemeenschappelijk verleden. Verder komt er een secretaresse genaamd Lia in voor. Zij vertegenwoordigt de scepsis.''

Mythisch oord

Regisseur/schrijver Koos Terpstra van het Noord Nederlands Toneel had niet zo'n zin in het toeristisch gedoe in Córdoba. ,,Van Koos kreeg je geen hoogte'', zeggen de anderen. Hij liep liever alleen langs de bedding van de rivier om zilverreigers en kwaks te spotten: ,,Ik ga geen toneelstuk over vroeger schrijven; geschiedenis interesseert me geen zak. Al die paleizen zijn toch maar gebouwd door dictators uit machtsvertoon. En dat gebeurt nog steeds. Ik zag bij een school in Córdoba een betonnen ornament van twintig meter staan. Oerlelijk. Dat is er ook alleen maar neergezet om die kinderen te intimideren.

,,In mijn stuk misbruik ik Córdoba meer als mythisch oord om iets over de hedendaagse politiek te zeggen. De politiek haalt me het bloed onder de nagels vandaan; al die mensen die denken dat ze goed doen. Goedbedoeld gaat president Bush naar Irak. Goedbedoeld zegt premier Balkenende: `Die Irakezen moeten nu maar eens inzien dat wij de goeien zijn.' Die verbazing als de Irakezen zich tegen ons keren: `Wij zijn toch goed? Hoe kan dat nou?' Doodeng, zo'n naïeve houding. Mijn boodschap is: ga zelf eens nadenken. In mijn toneelstuk geeft een kalief die zich verveelt omdat het te goed gaat in zijn land, de macht over aan een onbenul. Dan loopt alles uit de hand.''

Cordoba! is gelieerd aan Fata Morgana, een tentoonstelling in het Noordbrabants Museum in Den Bosch over het oriëntalisme: een 19de-eeuwse westerse kunststroming die een romantisch, onherkenbaar vertekend beeld van de Arabische wereld gaf. De Moor werd `gedemoniseerd, geërotiseerd, geromantiseerd'. Zijn de deelnemers van het Córdoba-project beducht voor modern oriëntalisme? Van de veertien schrijvers hebben slechts drie Arabische wortels. De overwegend blanke deelnemers werken voor een overwegend blank publiek. Gaan niet wederom de westerlingen aan de haal met het Arabische verleden?

Matthijs Rümke is zich bewust van dat gevaar: ,,Ik wil geen Postbus 51 boodschap uitdragen: `Samenleven: Zo kan het ook'. Ach, hoeveel leert een mens? Als ik politiek theater zeg, dan bedoel ik theater dat de complexiteit van de waarheid laat zien, en die dus ook verschillende waarheden laat botsen, zonder openlijk partij te kiezen. Ik zeg niet: leer van Córdoba. Dit is meer bedoeld als relativering van de heersende verachting voor de islam. Toen Parijs duizend jaar geleden nog een open riool was, hadden ze in Córdoba al riolering en straatverlichting.''

Merkx: ,,De remedie tegen romantisering is: de clichés schaamteloos gebruiken en ze tegelijkertijd becommentariëren. In Goud gebruik ik ook de romantiek van de Verhalen van duizend-en-één nacht.''

Rümke's uitgangspunt van Cordoba!, dat de conviventia van moslims, joden en christenen ons ten voorbeeld kan strekken, wordt slechts door een deel van de deelnemers onderschreven. Swarte: ,,Ik ben optimist, ik denk dat het kan, vreedzaam samenwonen met de moslims. Als we maar zoeken naar het gemeenschappelijke, in plaats van de verschillen te benadrukken.'' De titel van Koos Terpsta's toneelstuk, In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst, geeft al aan hoe hij over de multiculturele idylle van Córdoba denkt: ,,Daar geloof ik geen pest van. Het is daar ongetwijfeld heel erg geweest vroeger.''

Regisseur Gerrit Timmers van het Onafhankelijk Toneel: ,,Córdoba is onvergelijkbaar met onze samenleving. Die conviventia wordt te rooskleurig voorgesteld. Zij bestond bij de gratie van het zwaard, en kon slechts bestaan door de onbetwistbare heerschappij van de islam, die ervan overtuigd was het enige juiste geloof te zijn. Wij hebben een open, tolerante samenleving. Wij relativeren zelf onze cultuur en zijn daarom onzekerder. De seculiere samenleving kan zich moeilijk dominant opstellen. Tolerantie kun je niet organiseren.''

Bitter

Timmers is onder de blanke deelnemers degene met de meeste ervaring met Arabisch-Nederlands theater. Sinds 1992 maakt hij in Rotterdam voorstellingen met Marokkanen, zoals een Othello over een blanke generaal in de Arabische wereld, en een Arabische Nora; Ibsens 19de-eeuws feministische drama bleek onder Arabische vrouwen zeer actueel te zijn. Het is bitter dat hij vooral bekend werd met een stuk dat nooit werd opgevoerd: Aïsha, een opera over de vrouw van profeet Mohammed, die hij moest afblazen nadat zijn Marokkaanse componist en zangers waren geïntimideerd door fundamentalistische landgenoten.

Dit keer maakt Timmers Al-Tasrif, samen met de Marokkaanse schrijver Ali Smaii, over een ontmoeting tussen de beroemde Córdobase arts Abulcassis en een Italiaanse arts. Naar aanleiding van de christelijke martelaren in Córdoba, die Allah en de Profeet beledigden om te kunnen sterven voor het geloof, discussiëren zij over medische ethiek en kwesties van leven en dood. De voorstelling is deels in het Arabisch en deels in het Nederlands.

Timmers: ,,Dit is de laatste keer dat ik een Marokkaans toneelstuk maak. Anders dan je zou verwachten is de animo voor mijn Marokkaanse werk na 11 september 2002 sterk afgenomen. Vooral het Nederlandse publiek haakt af. Er is alleen belangstelling voor Marokkkanen als probleemgroep, niemand wil meer iets weten over hun cultuur. In Rotterdam stemt dertig procent op anti-moslimpartij Leefbaar Rotterdam, de tolerantie hier is ernstig verslechterd. Ik zeg: kijk naar de geschiedenis, ze zijn al eeuwen onze buren. En die houden we. Daar kun je beter aan wennen.''

`Cordoba!' van 12 okt t/m 4 dec in Den Bosch, Rotterdam, Groningen, Amsterdam, Brussel, Haarlem en Leeuwarden. Inl. 073-6123223 of www.cordoba.nl.