Well, bij nader inzien, eh...

Wat doen zij het goed, en wat doen wij het slecht. Europeanen hebben de neiging nogal afgunstig te kijken naar de prestaties van de Amerikaanse economie. Waarom lijkt het economische nieuws uit de VS altijd zo veel beter dan hier?

Daar zijn heel wat redenen voor, en sommige daarvan hebben de afgelopen tijd al geleid tot discussie. Zo is de Amerikaanse voorsprong in productiviteitsontwikkeling voor een deel terug te brengen tot een andere meetmethode. En is het verschil in reële, inflatiegecorrigeerde, toename van bijvoorbeeld consumptie en investeringen deels te danken aan een veel agressievere manier van inflatiecorrectie in de VS.

Maar er is ook nog zoiets als beeldvorming. Morgenmiddag herzien de VS de eerste lezing van hun economische groei over het tweede kwartaal. Dat is normaal. Overal ter wereld wordt de economische groei zo snel mogelijk na afloop van een kwartaal gerapporteerd, de zogenoemde flash estimate, om daarna nog een aantal malen te worden gereviseerd als er definitiever onderliggende cijfers binnen zijn.

Onderzoekers van de zakenbank Goldman Sachs vonden hierbij onlangs een opmerkelijk fenomeen. In de periode 1999-2002 was de Amerikaanse economische groei, volgens alle éérste lezingen, gemiddeld 2,8 procent. Maar de daaropvolgende herzieningen resulteerden in een daadwerkelijke economische groei die veel lager bleek: gemiddeld 2,4 procent. Het verschil tussen de eerste `flash' en de échte economische groei bedroeg gemiddeld 0,4 procentpunt.

Merkwaardig genoeg is dat voor de eurolanden precies andersom. Die rapporteerden in hun `flashes' een groei van gemiddeld 1,7 procent over 1999-2002. Bij latere revisies kwam het cijfer juist veel hoger uit, op 2,1 procent.

Amerikaanse overmoed versus Europese voorzichtigheid? De grote mond tegenover de bescheiden boodschap? Wie het weet mag het zeggen. Het effect op de beeldvorming is niet onaanzienlijk. In het nieuws wordt doorgaans de `flash' groot gebracht; het is de eerste informatie over hoe het met de economie is gegaan in het afgelopen kwartaal. Latere revisies schoppen het, tenzij ze zeer fors zijn, hooguit tot klein bericht. Zo nestelt zich in het collectieve geheugen een groeiverschil van 1,1 procentpunt tussen de VS en Europa, terwijl het in werkelijkheid slechts 0,3 procentpunt was.

Wie weet komt morgen het zoveelste bewijs. In de eerste `flash' bedroeg de Amerikaanse economische groei 3 procent. En waar gaan de meeste analisten voor morgen van uit? Inderdaad: een neerwaartse bijstelling.