Vergrijzing leidt tot verschil in inkomen

. Door de vergrijzing zullen de inkomensongelijkheid en de armoede in Europa de komende 25 jaar toenemen. Deze toename is gering in vergelijking tot de omvang van de vergrijzing. Met een verdere groei van de arbeidsdeelname kan inkomensongelijkheid en armoede worden beperkt.

Dit hebben het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Center for Research on Pensions and Welfare Policies in Turijn becijferd in opdracht van de Europese Commissie. Zij publiceren de resultaten vandaag in het rapport Unequal Welfare States. Het rapport bevat een vergelijking van zes landen: Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië, Nederland en Denemarken. Deze zes landen zijn vooral gekozen omdat ze model staan voor bepaalde typen verzorgingsstaten.

Zonder nieuw beleid zou de vergrijzing in Nederland leiden tot een toename van de inkomensongelijkheid met drie procent en een toename van het percentage armen met 0,8 procentpunt, van 10,8 naar 11,6 procent.

Met enkele scenariostudies hebben de onderzoekers gekeken naar de effecten van bepaalde beleidsmaatregelen op de inkomensongelijkheid en het armoedepercentage. Ze bekeken drie soorten maatregelen: vergroting van de arbeidsdeelname, verlaging van de pensioenen en institutionele hervormingen van de verzorgingsstaat.

Vergroting van de arbeidsdeelname remt de groei van de inkomensongelijkheid en de armoede. De grootste uitdaging voor Nederland ligt hierbij in het opvoeren van het percentage werkenden tussen de 55 en de 65 jaar. Verlaging van de pensioenen vergroot de financierbaarheid van het sociale-zekerheidsstelsel, maar vergroot ook de inkomensongelijkheid en het percentage armen. Dit speelt vooral in Frankrijk en Engeland.