Slippers

Voor slipperfetisjisten is Athene een feest en een hel tegelijk. En wel om dezelfde reden: er zijn er overweldigend veel, in alle mogelijke soorten en maten.

De geur van het leer is onweerstaanbaar, bij elke zaak of zaakje wil je naar binnen, kijken en het liefst nóg een paar kopen. Maar gelukkig herinner ik mij op tijd de schoenengekte waarmee Imelda Marcos behept was, en op haar wil geen normaal mens lijken. Normaal – dit epitheton slaat even niet op Athene. Het is, in positieve zin, ongekend wat zich 's avonds en 's nachts op straat afspeelt. Hier een jazzband, daar prachtige lichtobjecten, even verderop een zangeres die Griekse volksliederen ten gehore brengt. Er wordt geflaneerd op de, sinds kort, autovrije weg rond de Akropolis, er wordt luid geapplaudisseerd, menigtes verspreiden zich zonder dat één wanklank valt. Je zou denken dat het overal raak is, maar dat is schijn. Inderdaad, Monastiraki is een vrolijk gekkenhuis, maar loop rechtdoor Atthinasstraat in, en weg is het olympische gevoel. Loop je door naar de centrale vlees- en vismarkt, waar twee taverna's 24 uur open zijn en het verschil met tien minuten geleden is om elf uur 's avonds niet voor te stellen. De kok staat te roeren in grote gamellen, hij gooit nog wat moten vis in zijn al overdadige vissoep en prijst zijn – inderdaad heerlijke – lamsschotel aan. Een paar Griekse mannen eten, zachtjes pratend, hun maaltijd. Waar overdag kooplui met stemverheffing hun waar aanprijzen, word je nu overvallen door een weldadige rust. Na middernacht wurm ik mij door de massa naar huis. Op slippers.