Sistani kon niet langer zwijgen

Groot-ayatollah Ali Sistani keerde gisteren onverwachts terug in Irak om door middel van een mars op Najaf de crisis rond Muqtada Sadr op te lossen. Sistani's lange zwijgen begon zich tegen hem te keren.

Groot-ayatollah Ali Sistani ontwikkelde zich vorig jaar tot een bijzonder lastig obstakel voor de toenmalige Amerikaanse bezettingsautoriteiten in Irak. De allergezaghebbendste geestelijk leider van de Iraakse shi'itische meerderheid blokkeerde eerst het grondwetgevend proces zoals de Amerikanen dat in gedachten hadden. Toen zij in november besloten dan maar versneld de soevereiniteit aan een interim-bewind over te dragen, eiste hij snelle verkiezingen en zorgde hij zo voor nieuwe grote problemen. De Verenigde Naties moesten eraan te pas komen om hem duidelijk te maken dat dit onmogelijk was en om het overdrachtsproces te helpen redden.

Ayatollah Sistani had daarbij geen islamitische republiek à la Iran op het oog of een andere vorm van directe vorm van religieuze invloed op het landsbestuur, maar kwam op deze manier op voor het welbevinden van zijn volgelingen, zoals het een shi'itische geestelijk leider betaamt. Hij wilde alleen al om die reden tot gisteren niets te maken hebben met de opstandige jonge geestelijke Muqtada Sadr, telg uit een geslacht dat directe politieke invloed voor de geestelijkheid eist, ook al werd die door de Amerikanen belaagd.

Bovendien, voor de gevestigde religieuze orde die Sistani (73) vertegenwoordigt, is Muqtada Sadr (30) een parvenu, een geestelijke van niks die veel van zijn gezag ontleent aan dat van zijn door Saddam Hussein vermoorde en alom gerespecteerde vader. Een leider van paupers en straatvechters die het gezag van de oude ayatollahs aanvecht. Een man die ook nog officieel wordt beschuldigd van medeplichtigheid aan de moord op de zoon van Sistani's leraar, groot-ayatollah Abdel-Qassem al-Khoei, Abdel-Majid al-Khoei. Deze werd in april 2003 door aanhangers van Sadr in het heiligdom van Imam Ali in Najaf doodgehakt, een week nadat hij door de Amerikanen uit ballingschap in Londen naar Irak was teruggebracht om te helpen het vacuüm in Irak na de val van het Ba'athregime op te vullen.

Daarom hield groot-ayatollah Sistani zich heel erg op de vlakte sinds Muqtada Sadr in een gewapende confrontatie met de Amerikanen terechtkwam. Sistani heeft ook niets met de Amerikanen: hij heeft nooit Amerikaanse afgezanten willen spreken sinds Washington het voor het zeggen kreeg in Irak. Maar toen Sadr in april en deze maand weer door de Amerikanen werd aangevallen, beperkte hij zich tot een enkele ongeïnspireerde oproep tot kalmte via medewerkers.

Zijn zwijgen – dat zo schril afstak tegen zijn eerdere uitdagingen van de Amerikanen – begon zich echter tegen hem te keren. Waarschijnlijk de meeste Iraakse shi'ieten moeten net als de groot-ayatollah niet veel hebben van Muqtada Sadr, en zeker niet van diens Leger van de Mahdi. De inwoners van Najaf missen de inkomsten van de pelgrims die het geweld in de stad mijden, en klagen over intimidatie door Sadrs strijders. En uit diverse peilingen blijkt dat er heel weinig steun bestaat voor het idee van directe religieuze invloed op het bewind.

Maar de Amerikanen hebben het bij de Iraakse bevolking volstrekt verkorven en hun geweld in de heilige stad is voor de shi'ieten onverteerbaar.

Toen de confrontatie in Najaf zich toespitste en Amerikaanse troepen in de heilige stad zich samentrokken rond het heiligste heiligdom kon Sistani zich niet meer afzijdig houden. De Iraakse interim-regering heeft aangekondigd dat niet de Amerikanen maar het Iraakse leger Sadrs strijders in het mausoleum van Imam Ali zou wegvagen. Een bloedbad in het heiligdom is hoe dan ook echter uit den boze. En het zou vermoedelijk geen einde maken aan Sadrs opstand, maar zijn positie juist versterken ten koste van de gevestigde ayatollahs.

Dat is de achtergrond van groot-ayatollah Sistani's onverwachte terugkeer gisteren uit Londen waar hij officieel aan hartproblemen werd behandeld, maar volgens critici in werkelijkheid de andere kant uitkeek terwijl het probleem-Sadr voor hem zou worden geregeld. Zijn mars op Najaf moet uitmonden op een vreedzame oplossing van de crisis – Amerikanen en andere buitenlanders weg uit de buurt, Sadr ontwapend – die ieders gezicht redt en zijn eigen gezag herstelt.

De Italiaanse regering heeft al aangekondigd dat zij bereid is haar troepen uit Najaf terug te trekken als de Iraakse interim-regering dat vraagt. Maar laat Muqtada Sadr zich zo makkelijk oplossen?