Recencent niet zakelijk, maar denigrerend

In NRC Handelsblad van 23 augustus las ik de eerste bijdrage van Victor Deconinck als gast-tv-recensent van de rubriek `Zomerkijkers'.

Nu heeft columnist Frits Abrahams onlangs degelijk geargumenteerd de staf gebroken over journalisten, die goed betaalde pr-diensten verlenen aan personen en instanties, die zij op andere momenten geacht worden vanuit hun hoofdfunctie objectief en kritisch te ondervragen. Het was voor de betrokken journalisten, onder wie de naam van Deconinck niet het minst opviel, nogal onthullend en pijnlijk.

Nu heb ik Deconinck leren kennen als een zeer bekwaam presentator en het verwondert mij dus niet, dat hij voor dergelijke schnabbels wordt ingehuurd. Daar is ook niet zoveel tegen, mits ook maar de geringste schijn van belangenverstrengeling daarbij wordt vermeden. Helaas kan dit van de door Abrahams gesignaleerde gevallen niet worden gezegd.

Je zou dus denken, dat Deconinck er de voorkeur aan zou geven er vooral zelf zo min mogelijk de aandacht op te vestigen. In plaats daarvan gebruikt hij echter de eerste de beste aflevering van zijn gastcolumn om zowel in de eerste als in de laatste alinea zich niet zakelijk maar wel hoogst denigrerend over Abrahams en diens column uit te laten, hoewel dit met de door hem te bespreken tv-programma's niets van doen heeft. Daarmee zijn zijn sneren naar Abrahams een schoolvoorbeeld van waar een in zijn vak groot mens klein kan zijn. Misschien had de redactie hem ervoor moeten behoeden.

Maar misschien heeft zij dit wel bewust nagelaten. Wie zichzelf zo ten koste van een collega uit een penibele situatie wil redden, moet daarin dan ook maar niet gehinderd worden.