`Ik wil geen wegwerpkunst'

Beeldhouwer Ruud Kuijer krijgt als eerste de Fentener van Vlissingen Cultuurprijs. Het bijbehorende metalen beeldje ontwierp hij zelf. Kuijer maakte onder meer betonnen sculpturen langs het Amsterdam- Rijnkanaal bij Utrecht.

Het regent pijpenstelen in het troosteloze industrie- en havengebied Lage Weide bij Utrecht. Vaag in de de verte zie je de Domtoren. ,,Daar komt de naam van dit project vandaan: dit is het einde van de stad,'' zegt Kuijer. Hij houdt van deze plek. ,,De weidsheid, het industriële karakter en de dynamiek van de schepen. Je moet er dingen plaatsten die de omgeving aankunnen.''

Met het project Sculpture at Land's End doet Kuijer een poging. Hij zette al twee betonnen sculpturen met hoogtes van zes en zeven meter in het gras langs het kanaal, Waterwerken I (2001) en Waterwerken II (2002). Waterwerk III is in de maak. Als hij klaar is zullen er zeven of acht sculpturen staan. Alle beelden verwijzen naar water en vloeibaarheid. Kuijper stapelt kleine zwembadjes, roeibootjes en watertanks op elkaar, verbindt ze en giet ze vol met beton. Als het beton is uitgehard pelt hij de schil eraf. Wat overblijft is een sculptuur uit één stuk.

Kuijer krijgt de nieuwe Fentener van Vlissingen Cultuurprijs voor ,,de hoge kwaliteit van zijn beeldhouwwerken en voor de manier waarop hij zijn kunstenaarsschap vormgeeft. Kuijer is een cultureel ondernemer pur sang,'' schrijft het Fentener van Vlissingen Fonds in haar beoordeling. Het fonds is al sinds 1961 actief in Utrecht en omgeving. De nieuwe Cultuurprijs gaat afwisselend naar makers van beeldende kunst, muziek en theater. De volgorde is willekeurig. ,,In Utrecht was nog behoefte aan prijzen voor deze drie genres'', zegt Ton Hartsuiker, voorzitter van het fonds.

Wat de jury met `ondernemerschap' bedoelt, wordt duidelijk als Kuijer Waterwerk III laat zien. In een enorme fabriekshal waar vroeger treinen gerepareerd werden, zijn de contouren ervan al te zien. De basis is een houten koker die als mal gebruikt werd voor een pijler van de spoorbrug bij Tiel. ,,Ik zag het liggen langs de Betuwelijn en heb Ballast Nedam ervan weten te overtuigen dat het van mij is,'' zegt Kuijer. Nu ligt een stuk van de mal als een aardappelschil op de grond. Een ander deel staat rechtop en draagt een zwart, plastic vijvertje. Op de bodem staat een blauw badje en een derde stuk van de koker hangt tegen het staande stuk aan. Straks zal het volgestort worden met beton. De mal is negen meter hoog en het is onmogelijk om de losse objecten eigenhandig op elkaar te plaatsen. Kuijer verzamelde op eigen houtje een handvol bedrijven om zich heen. Hij krijgt beton van de betonfabriek verderop, krijgt advies van een betonexpert en belt regelmatig hijskraanspecialist Mammoet voor ,,een hijsje''.

,,Kuijer wacht niet af tot het weinige geld dat er is toch niet komt'', zegt Hartsuiker. Kuijer: ,,Vroeger wilde ik zo min mogelijk ambachtelijk ingrijpen. Nu realiseer ik me dat het gewoon goed moet zijn wat ik maak. Het moet stevig genoeg zijn om in de buitenlucht te staan. Ik houd niet van wegwerpkunst.'' Hijsbedrijf Mammoet zal net als bij de eerste twee Waterwerken zorgen voor het verplaatsen van de veertig ton wegende sculptuur door een twaalf meter hoge deur in de wand, naar het vrachtschip achter de hal. Daarvandaan wordt de kolos onder begeleiding van Rijkswaterstaat naar de plaats van bestemming gebracht. ,,Dat is altijd een spannend moment'', zegt Kuijer. ,,Zou het goed gaan? Zou het niet breken?''

Van de fabriekshal leidt een fietspad langs het Amsterdam-Rijnkanaal naar de landtong waar Kuijer van staal een nieuw atelier bouwde. Onderweg passeren we slechts een paar andere fietsers. Hier komen geen drommen dagtoeristen Kuijers sculpturen bewonderen. ,,Ach, zo moeten mensen er wat meer moeite voor doen,'' vindt Kuijper. ,,Bovendien zijn mijn werken hier niet onderhevig aan gemeentelijke bestemmingsplannen en graffiti, zoals in het centrum.'' Vanuit de trein tussen Utrecht en Amsterdam zijn de Waterwerken eigenlijk nog het beste te zien.

In zijn nieuwe atelier werkt Kuijer aan kleinere sculpturen zoals de 'draadeindsculpturen' van dik metaaldraad en roestkleurig metaal. Hij maakt ze in opdracht van het fonds. De beeldjes vormen, samen met 10.000 euro, de beloning voor toekomstige prijswinnaars. Kuijer zelf krijgt naast het geldbedrag een publicatie. De prijs wordt op 1 september uitgereikt.