Hockeyers met Duits spel naar finale

Ook in het mannentoernooi drong Nederland gisteren door tot de finale van het olympisch hockeytoernooi. Met dank aan de curieuze groepsindeling. ,,We hebben vooral heel Duits gespeeld.''

Was het toeval dat uitgerekend de twee overlevenden uit de vooraf tot `groep des doods' bestempelde poule A sneuvelden in de halve finales van het olympisch hockeytoernooi? Over die vraag hoefde Maurits Hendriks, de Nederlandse trainer-coach van het geëlimineerde Spanje, gisteravond niet lang na te denken. ,,Net als Duitsland hebben wij vandaag de prijs moeten betalen'', verzuchtte de oud-doelman na de ruime nederlaag (6-3) tegen Australië.

Harde woorden had de voormalige bondscoach die Nederland vier jaar geleden naar olympisch goud leidde dan ook in petto voor de wereldhockeybond (FIH), die ,,op basis van een hopeloos gedateerde ranking tot een bespottelijke groepsindeling was gekomen''. Hendriks' slotconclusie: ,,Niets ten nadele van de Australiërs, want die hebben ons simpelweg overklast, maar de FIH vernachelt het eigen olympische toernooi.''

Twee steunpilaren van het aanvalslustige Spanje, spelverdeler Kiko Fabregas en centrale verdediger Rodrigo Garza, kwamen niet ongeschonden van het slagveld in groep A, die behalve de nummers één en twee van Europa (Duitsland en Spanje) ook de Aziatische kampioen (Zuid-Korea) en titelkandidaat (Pakistan) herbergde. Nederland en Australië, de twee finalisten die elkaar morgenavond treffen, daarentegen hielden de schade beperkt. Met dank aan een aanzienlijk eenvoudiger poule met laagvliegers als Argentinië, India en Zuid-Afrika.

Ook Duitsland verspeelde zoveel kracht en energie in de `poule des doods' dat de wereld- en Europees kampioen gisteren al snel naar adem hapte, en met 3-2 verloor van titelverdediger Nederland. Teamchef Bernhard Peters wilde zich na afloop eveneens geen slecht verliezer tonen. Maar net als Hendriks ontkwam ook hij niet aan de conclusie dat zijn Mannschaft de tol had moeten betalen voor de barre overlevingstocht in de Atheense bakoven. En dat met slechts zestien spelers, waarvan er één (spits Sascha Reinelt) gisteren geblesseerd moest toekijken. ,,Es war schwer, ganz schwer.''

En Nederland? Nederland speelde gisteravond op het voormalige vliegveld van Athene vooral heel `on-Nederlands': ingetogen en afwachtend, loerend op de counter. Elk avontuurtje was uitgebannen. ,,We hebben vooral heel Duits gespeeld'', vond verdediger Sander van der Weide, wiens fout de vroege treffer van de Duitsers inleidde.

In plaats van door te drukken nam het elftal van aanvoerder Florian Kunz echter gas terug. Amper twee minuten later kreeg de ploeg de loon van de angst: de gelijkmaker van de stick van Taeke Taekema, die een strafbal benutte. Dat was, achteraf bezien, het breekpunt in een opvallend zouteloze wedstrijd. ,,Hoe langer die Duitsers op voorsprong staan, hoe groter de kans dat ze het achterin helemaal dichttimmeren'', besefte Taekema.

Walsh speelde naderhand verstoppertje, toen hem werd gevraagd of het uitgebluste Duitsland het slachtoffer was geworden van de inspanningen in de voorronde. Maar de Australiër is dan ook een uitgekookt strateeg, ook al leek hij maandag zijn huiswerk niet gedaan te hebben. Van Nederlandse journalisten moest hij nota bene horen dat zijn ploeg niet in de tweede, maar in de eerste en gelet op het tijdstip warmere halve finale moest aantreden. Walsh was razend. Vooral op zichzelf.

Twee dagen later waren alle zorgen op slag vergeten. Voor Walsh lonkt het perspectief van een ultieme wraakactie. Op de Australische beleidmakers, die hem vier jaar geleden in Sydney ondanks het brons én de belofte dat hij zou mogen blijven alsnog buiten de deur zetten. Dat is de voormalige spits van de Aussies nog niet vergeten.

En waarom zou hij zich ook zorgen maken? Alle tegenstanders toonden in de voorronde de kwetsbaarheden aan van zijn elftal, maar geen van hen slaagde erin de onvolkomenheden af te straffen. Het was de individuele klasse én de behoudende speelstijl, die Nederland telkens aan de juiste kant van de score haden gehouden. ,,We kennen onze beperkingen en spelen zo'n beetje als enigen hier naar onze mogelijkheden'', benadrukte uitblinker Marten Eikelboom, die gisteren de tweede treffer voor zijn rekening nam en een ragfijne combinatie met sterspeler Teun de Nooijer opzette die resulteerde in de 3-1.

Maar er was vorige week in het duel met Zuid-Afrika (3-2) een Babylonische spraakverwarring voor nodig om tot heldere inzichten te komen. ,,Terry riep vanaf de kant `pressure', waaruit sommige jongens opmaakten dat we over het hele veld de press moesten spelen'', herinnerde Van der Weide zich.

Maar die avontuurlijke en gedurfde speelwijze heeft Nederland de ploeg niet (meer), weet de aanvoerder van landskampioen Amsterdam. ,,We zijn niet meer zo oppermachtig als voorheen, toen we de tegenstander over het gehele veld opjoegen en met de rug tegen de muur wisten te zetten. We moeten realistisch spelen, zeker in deze hitte.''

Compact spelen, met de linies kort op elkaar, en een gesloten defensie was dan ook de opdracht tegen de Duitsers, die in de aanloop naar `Athene' veelvuldig optraden als sparringpartner. ,,Het is wel duidelijk dat wij meer hebben geleerd van die oefenpotjes dan zij'', constateerde Eikelboom. ,,Bovendien was bij ons de wil om te winnen groter, en maakten zij een uitgebluste indruk.''

Maar of het wenselijk is dat Nederland opnieuw in de finale staat? Eén ding is zeker: driemaal op rij dezelfde kampioen komt de geloofwaardigheid van een sport niet ten goede. Niet voor niets gingen deze week stemmen op om het softbal maar weer af te voeren van het olympisch programma, nadat Amerika voor de derde opeenvolgende keer de titel had opgeëist.

Doelman Guus Vogels toonde gisteravond begrip voor de stelling van Nederland als de ongewenste kampioen. Grijnzend: ,,Maar als je het niet erg vindt, win ik morgen liever goud dan dat ik het mondiale hockey een dienst bewijs.''