Het is tijd voor een ministerie van Veiligheid

Wat als een terroristische aanslag in Nederland slaagt als gevolg van een gebrekkige samenwerking tussen overheidsdiensten? Alles wat de nationale veiligheid dient, moet onder de supervisie van één minister komen, meent Joost Eerdmans.

Minister Donner van Justitie bepleitte onlangs de samenvoeging van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie. Hoewel hij vond dat de samenwerking met zijn collega Remkes prima was, stelde Donner ook vast dat politie en justitie op een aantal terreinen elkaar overlappen. Zijn uitlatingen waren verrassend, want na de historische verkiezingen van 2002 zag informateur Piet Hein Donner nog helemaal niets in een fusie tussen de beide veiligheidsdepartementen. Toen ik als justitiespecialist namens mijn fractie mocht aanschuiven aan de onderhandelingstafel om de komst van een integraal ministerie van Veiligheid te bepleiten, was de reactie van de informateur ronduit afwijzend. Samen met formateur Balkenende vond Donner de uitwerking van dat idee verspilde moeite. Het zou de aandacht maar afleiden, energie kosten in plaats van opleveren en bureaucratie bevorderen.

Zolang de beide departementen bestaan, is er tussen Justitie en Binnenlandse Zaken sprake van overlap, verkokering en afschuifgedrag. Dat is ook niet zo verwonderlijk, omdat in de Politiewet is geregeld dat de 25 politiekorpsen beheersmatig onder Binnenlandse Zaken vallen, maar gezagsmatig onder Justitie. Twee bazen over dezelfde politie dus, de een met het gezag en de ander met het geld als sturingsinstrument. Een schip met twee kapiteins staat doorgaans garant voor een moeizame vaart en inderdaad laait de onderlinge stammenstrijd tussen beide ministeries regelmatig op, met als uitschieter de IRT-affaire, die midden jaren '90 zelfs tot een parlementaire enquête leidde.

Als twee afzonderlijke ambtelijke organisaties veel overlappend werk doen, zitten daar de potentiële conflicten natuurlijk ingebakken. Hoe tijdrovend en kostbaar de onderlinge competentiestrijd over het te voeren veiligheidsbeleid tussen beide ministeries werkelijk is, valt nauwelijks in te schatten. Feit is dat op beide departementen ambtenaren over vrijwel dezelfde facetten van het politiebeleid de eigen minister verschillend adviseren. Onderlinge conflicten vinden hun trage weg van afdelingsniveau tot aan het hoogste ambtelijke niveau van de secretaris-generaal en niet zelden moeten de beide politieministers hoogopgelopen ruzies en meningsverschillen persoonlijk beslechten. De conclusie dat deze ambtelijke hokjesgeest zeer slecht is voor de effectiviteit van het optreden van politie en justitie, lijkt zonneklaar.

Ook het lokale niveau ontbeert een duidelijke baas over het te voeren veiligheidsbeleid. Enerzijds hebben de burgemeester en hoofdcommissaris het geld in handen, anderzijds is het de hoofdofficier van justitie die de prioriteiten van het politieoptreden bepaalt. Deze situatie staat een eenduidig lokaal veiligheidsbeleid in de weg. Ook op lokaal niveau moet er daarom één eindverantwoordelijke voor het veiligheidsbeleid komen. Het ligt voor de hand dat de (gekozen) burgemeester niet alleen het beheer, maar ook het gezag over de politie krijgt en dus gaat optreden als de lokale veiligheidschef.

Concentratie van politie en justitie in Nederland is dringend gewenst. Voormalig minister van Justitie Hirsch Ballin (CDA) gaf nog niet zo lang geleden aan, dat de grote problemen in de justitiële keten voornamelijk te wijten zijn aan gebrekkige samenwerking tussen de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie. Maar de belangrijkste reden tot zorg is de acute dreiging van terrorisme. Terwijl het terreuralarm in ons land onverminderd van kracht is, ligt relevante informatie over dreigingen op verschillende departementen opgeslagen. Het zou zonder twijfel wrang maar niet denkbeeldig zijn, dat een onverhoopte terroristische aanslag in Nederland slaagt als gevolg van een gebrekkige samenwerking tussen overheidsdiensten. Daarom pleit ik ervoor dat op korte termijn alle noodzakelijke onderdelen, diensten en databases die de nationale veiligheid dienen, worden ondergebracht in één commandocentrum dat onder de supervisie valt van één minister. Dit centrum kan opgaan in het later op te zetten ministerie van Veiligheid.

De Amerikaanse onderzoekscommissie die de aanslagen van 11 september heeft onderzocht, stelde vast dat de zorg voor veiligheid in de VS is versnipperd over een groot aantal langs elkaar heen werkende diensten. Direct na 9/11 is daarom een speciale Patriot Act ingevoerd waarmee in het kader van terrorismebestrijding bevoegdheden van de geheime diensten fors werden uitgebreid. De regering-Bush besloot vervolgens ook tot de oprichting van een Homeland Security Department, het ministerie van Nationale Veiligheid. En vorige week stelde president Bush een nationale veiligheidsdirecteur aan die de supervisie krijgt over alle vijftien inlichtingendiensten van de VS.

In Nederland wordt helaas veel minder doortastend opgetreden. Waar minister Remkes (Binnenlandse Zaken) naast de AIVD en de militaire MIVD een nieuwe dienst, de Nationale Sigint Organisatie (NSO), lijkt te gaan creëren, zou hij er juist goed aan doen om de verantwoordelijkheden te bundelen. Met een minister van Veiligheid krijgt Nederland een bewindspersoon die kan worden afgerekend op 's lands nationale veiligheid. Eindelijk kan daarmee een streep worden gezet door het verfoeide Hollandse adagium `gedeelde schuld is geen schuld'. De ongeschreven regel dat als het misgaat in Nederland, iedereen een beetje schuld heeft, moet rap tot het verleden gaan behoren.

Minister Remkes doet er goed aan om met zijn collega Donner vaart te zetten achter de optuiging van een ministerie van Veiligheid. Een gewaarschuwd minister telt voor twee. Laten we niet wachten tot het moment waarop ook Nederland, net als Amerika en Spanje, zijn eigen wake-up call krijgt.

Joost Eerdmans is lid van de Tweede Kamer en maakt deel uit van de LPF-fractie.