`Het haaienmodel is slecht voor de bedrijfsprestaties'

Mensen presteren meer als ze het vertrouwen van hun bedrijf genieten. De obsessie met bonussen en met aandeelhoudersrendement is een doodlopende weg, betoogt Donald Kalff in zijn boek Onafhankelijkheid voor Europa. Europese ondernemingsmodellen gebaseerd op vertrouwen en samenwerking leveren een betere kasstroom op en meer continuïteit. Een vraaggesprek.

Het Amerikaanse ondernemingsmodel, met zijn fixatie op aandeelhoudersrendement en kortetermijnbelangen, heeft afgedaan. Amerikaanse bedrijven blijken in de jaren negentig abominabel te hebben gepresteerd, en vormen dan ook helemaal geen voorbeeld dat Europa moet willen navolgen. Europa moet, en kan, eigen ondernemingsmodellen ontwikkelen die veel dichter bij Europese normen en waarden staan, en die beter zullen renderen dan het snoeiharde en kortzichtige Angelsaksische model. Sterker nog, Europa kan met een zakencultuur die gebaseerd is op vertrouwen en samenwerking niet alleen zijn eigen weg gaan, maar ook de Amerikaanse hegemonie in de wereldeconomie doorbreken.

Dat is kort samengevat de strekking van het betoog van de Nederlandse schrijver en ondernemer Donald Kalff in zijn boek Onafhankelijkheid voor Europa. Het einde van het Amerikaanse ondernemingsmodel.

Kalff (54) kent de Amerikaanse zakenmoraal van nabij. In de jaren zeventig woonde hij een paar jaar in Philadelphia terwijl hij aan de Wharton School of Finance promoveerde. Daarna werkte hij tot 2000 bij twee van Nederlands grote internationale bedrijven, bij Shell in verscheidene functies in binnen- en buitenland, onder andere in Engeland tijdens het bewind van Thatcher (tot 1990) en bij KLM als hoofd corporate development (tot 2000). Nadat hij wegens een verschil van mening over de toekomst van KLM uit de corporate wereld was gestapt, is hij aan een nieuwe loopbaan begonnen als schrijver, gasthoogleraar aan de Leiden University School of Management en ondernemer in de biotechnologie. Zijn `startup'-bedrijf Immpact werkt in een joint venture met het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam aan de ontwikkeling van humane antilichamen die het immuunsysteem kunnen helpen bij het afweren van infectieziekten.

Wat is er mis met het Amerikaanse ondernemingsmodel?

Geleidelijk, zegt Kalff, is daarin aandeelhouderswaarde synoniem geworden met aandeelhoudersrendement. ,,Maar een shareholder is niet noodzakelijk een stakeholder. Het belang van de shareholder ligt in rendement op de korte termijn, niet in continuïteit en het toevoegen van waarde aan het bedrijf op de lange termijn.'' Bedrijven laten zich volgens hem tot trucs verleiden die slecht zijn voor de toekomstige kasstroom, zoals het opkopen van eigen aandelen en het uitstellen van investeringen, in de hoop dat analisten en investeerders ze daarvoor belonen en de koers opvoeren. Winst per aandeel is immers de heilige koe van dit model. ,,Analisten hanteren boekhoudkundige criteria. Dat betekent dat ze altijd naar het verleden kijken – terwijl het bedrijf zelf juist vooruit moet kijken, nieuwe strategieën uitzetten, nieuwe producten bedenken. Het resultaat is dat bedrijven die van de beurs afhankelijk zijn, kwetsbaar worden en risico's gaan mijden.'' Met ontsteltenis ziet hij dat belangrijke delen van de publieke sector in Europa zoals de energievoorziening, openbaar vervoer, zelfs onderwijs en gezondheidszorg dit voorbeeld overnemen.

Zowel KLM als Shell, zegt hij, heeft hij onder deze zakencultuur zien lijden. ,,KLM en Northwest hadden samen dankzij het luchtvaartverdrag met de VS een voorsprong op de concurrenten. Die zijn we kwijtgeraakt door de verschillen in visie op waarde. Bij Northwest was alles gericht op de kwartaalcijfers en op het binnenhalen van de individuele bonussen. Alles was geoorloofd om het contract te optimaliseren, terwijl KLM het contract meer zag als een opstap naar intensievere samenwerking.''

Waar die mentaliteit toe leidt, blijkt volgens Kalff uit de lotgevallen van zijn oude werkgever Shell. ,,Ook Shell heeft zich blootgesteld aan de overspannen verwachtingen van analisten en bankiers. Zo heeft de toenmalige CEO Herkströter de afdeling Exploratie en Productie verkleind, die essentieel is voor de toekomst van een bedrijf dat gas en olie produceert, en een groot aantal Amerikaanse managers op topposities benoemd om de Shell-cultuur te ontmantelen.'' Het chagrijn, zegt hij, zit 'm in het feit dat Shell dat niet had hoeven doen. ,,Ja er was in 1995 een ingewikkelde organisatiestructuur, ja er waren besparingen nodig, maar de problemen hadden kunnen worden opgelost tegen een fractie van de kosten, ook in menselijk opzicht. Het personeelsbeleid waar Shell zo goed om bekendstond, is ingeruild voor een interne arbeidsmarkt zonder betrokkenheid. Veel mensen raakten vervreemd van het bedrijf. Je zou heel Shell dan ook makkelijk kunnen managen met de mensen die er niet meer werken.''

Mensen werken toch beter als ze beloond worden?

,,Ik ben een hartstochtelijke pleitbezorger van het kapitalisme en een groot voorstander van beloning. Maar dan omdat er iets gepresteerd is, en niet omdat het boekjaar wordt afgesloten.''

Waaruit blijkt dat het Amerikaanse bedrijfsleven het zo veel slechter heeft gedaan dan we dachten?

,,In de jaren negentig leken de bomen tot in de hemel te groeien, maar sinds een paar jaar openbaren zich de onbedoelde gevolgen en de niet in kaart gebrachte kosten. De boekhoudschandalen, te beginnen met Enron, zijn het duidelijkste voorbeeld. Nog veel erger zijn de structurele problemen die aan de basis liggen van dit model. Zelfs op de top van de hoogconjunctuur is de winst per aandeel niet langer gestegen – ondanks het inkopen op grote schaal met geleend geld. Nu moeten die winsten met terugwerkende kracht naar beneden worden bijgesteld met 15 tot 30 procent. Schadevergoedingen voor misleiding lopen in de vele miljarden. De prestaties van grote Amerikaanse ondernemingen na 2000 zijn volledig vertekend doordat de overheid met een scherpe stijging van de overheidsuitgaven en belastingverlagingen, en de Fed met een rentedaling van in totaal 5,5 procent, een economische opleving domweg hebben gekocht.''

Veel verwacht hij niet van het zelfreinigende vermogen van de zakenwereld, zelfs niet van wetgeving als de Sarbanes Oxley Act: ,,Aan de ideologie verandert er daarmee niets. Zelfs de grootste schandalen hebben niet geleid tot fundamentele vernieuwing of serieuze zelfkritiek onder managers en politici.'' De CEO was de held van de jaren negentig, maar ten onrechte, naar is gebleken. ,,CEO's gaan zich in een soort sterrencultuur vooral met elkaar meten. Door tijdgebrek, en doordat hun beloning voor twee derde gekoppeld is aan het aandeelhoudersrendement, leggen ze zich toe op inkoop van aandelen, fusies en saneringen – beleid dat economische waarde vernietigt.''

Europa heeft het in dezelfde periode juist relatief goed gedaan, zegt Kalff. ,,Net zo goed als Amerika, ondanks het feit dat we nog geen gemeenschappelijke munt hadden, ondanks het feit dat er nog geen gemeenschappelijke markt was voor diensten en arbeid, ondanks vijftien verschillende talen en elf juridische stelsels.''

Wat houden die Europese ondernemingsmodellen in?

,,Het gaat uit van een andere doelstelling, namelijk economische waarde boven winst. Hoe creëer je waarde? Niet met bonussen, maar met de ideeën en de betrokkenheid van de mensen die bij het bedrijf werken. Ondernemingen zijn mensen, de rest is bijzaak. Sociale innovatie staat centraal, want technologie en geld zijn er in overvloed. Groei is niet meer afhankelijk van de beschikbaarheid van risicodragend kapitaal en nieuwe technologie, investeerders zijn voortdurend op jacht naar goede bedrijven. Het Europese model moet het hebben van de kwaliteiten van de managers, de specialisten en het verguisde middenkader, en hun samenwerking.'' Ook dat ziet hij als een kwestie van vertrouwen: ,,Mensen zijn productiever als ze niet tegen elkaar worden opgezet en als ze niet doorlopend bang zijn hun bonus of zelfs hun baan te verliezen. Goede omgangsvormen brengen economisch succes.''

Dat samenwerken voert Kalff tamelijk letterlijk door in zijn voorstellen voor het ondernemingsbestuur. Bedrijven worden geleid door een CEO, maar samen met een managementteam van drie leden, en hij kan pas beslissingen nemen nadat hij hun advies heeft ingewonnen. Iemand wordt CEO op grond van zijn gezag en kennis van zaken, niet omdat hij de financiële resultaten van een business unit heeft weten te verbeteren. Nieuwe toezichthouders worden benoemd door een commissie van het middenkader en specialisten, zonder tussenkomst van de topman en zijn team. Niet de aandeelhouders zijn eigenaar van het bedrijf, zoals bij beursgenoteerde bedrijven in de VS het geval is, maar degenen die het idee hebben ontwikkeld. Zij onderhandelen vervolgens met hun financiers over zeggenschap, toezicht, bestuur en strategie en creëren zo op maat gemaakte ondernemingsmodellen. Voorzitterschap van de raad van toezicht ziet hij als een volledige dagtaak, waarbij de raad een eigen budget heeft om zo nodig onafhankelijk onderzoek te laten verrichten. Enkele leden ervan zijn voormalige managers van het bedrijf. Het is de top van het bedrijf verboden te handelen in eigen aandelen, maar ook in die van leveranciers, klanten, partners of concurrenten, laat staan overnamekandidaten.

Dat klinkt heel optimistisch, om niet te zeggen utopisch. De Europese economie als geheel loopt nogal achter bij de Amerikaanse, en Nederland zakt ook nog steeds verder weg op de ranglijst van economieën binnen Europa.

,,Juist omdat de vooruitzichten voor Europa op de middellange termijn weinig rooskleurig zijn denk ik dat we een ander model nodig hebben. Europa is niet heiliger of beter dan de VS. Ik waarschuw ook dat als je werkt op basis van vertrouwen, je het risico loopt dat dat vertrouwen wordt geschaad, en dat kan tot diepe persoonlijke conflicten leiden. Dit model is niet soft, het is juist economisch gedreven. De komende jaren gaat blijken dat bedrijven die niet hun oren naar de analisten en de investeerders laten hangen, maar op basis van vertrouwen en samenwerking werken, het domweg beter doen. Ik heb een groot vertrouwen in de markt: het haaienmodel is slecht voor de bedrijfsprestaties.''

Is het nu werkelijk denkbaar dat grote ondernemingen zich van het dominante systeem los kunnen maken?

,,De grote beursgenoteerde ondernemingen, ook in Nederland, zitten gevangen in het web van verwachtingen van de financiële markten en kunnen moeilijk op hun schreden terugkeren. In de VS komt driekwart van de kapitaalsbehoefte van de beurs. Europa heeft relatief veel grote ondernemingen die niet aan de beurs genoteerd zijn en dus vrij zijn hun eigen weg te gaan. Europa is veel flexibeler: er zijn veel meer familiebedrijven en coöperaties, en slechts een kwart van de kapitaalsbehoefte komt van de beurs. Er is dus een sterke basis voor langdurige relaties tussen ondernemingen en banken en verschaffers van privé-kapitaal. Private ondernemingen die geen aandelen uitgeven, zijn bijzonder bedreven in het aantrekken van fondsen in geld en natura door allianties.''

Allianties: dat is een van Kalffs sleutelbegrippen. Bedrijven zullen een nieuwe rol zoeken, als coproducent van diensten samen met hun klanten, of als bemiddelaar. ,,Neem de Rabobank. Die experimenteert nu met het bij elkaar brengen van vragers en private equity. De bank wordt behalve financier, ook bemiddelaar.'' Als voorbeeld van een coproducent van nieuwe diensten noemt hij JCDecaux, een Frans bedrijf dat ook in Nederland actief is in de exploitatie van reclameruimte op tram- en busabri's. ,,JCDecaux komt op een innovatieve manier tegemoet aan de behoefte van adverteerders aan aantrekkelijke locaties voor hun reclame, van gemeenten en vervoersmaatschappijen aan klanten en van passagiers aan veilige haltes.''

Is uw pleidooi een uiting van een nieuw Europees isolationisme?

,,Absoluut niet. Hooguit zullen Amerikanen dat gevoel hebben. Maar de vrijhandel en het vrij investeren gaan gewoon door, en als Europa het dankzij dit ondernemingsmodel nog beter gaat doen, dan zullen de buitenlandse investeringen in Europa – ook van Amerika, ook van Japan – alleen maar toenemen.

,,Voor Europa zou het 't beste zijn als Bush wordt herkozen. Politiek gezien is er al veel weerstand tegen de VS. Als Bush het wordt, zal Europa een grotere vuist maken tegen Amerika. Daarmee zal de onafhankelijkheid van Europa, waarvan de eigen economische modellen een afgeleide zijn, in een versnelling komen.''

Donald Kalff: Onafhankelijkheid voor Europa. Het einde van het Amerikaanse ondernemingsmodel, uitg. Business Contact, 2004, ISBN 90 254 1607 1, 224 blz, €27,50.

In deze krant van afgelopen zaterdag in de bijlage Opinie & Debat zette Kalff zijn kritiek op het Amerikaanse model uiteen.