De landbouwschool deed geen goede zaken

Zoals zoveel andere hogescholen zwichtte het kleine Stoas in de jaren negentig voor de verlokkingen van de markt. Het leidde tot een financiële chaos bij de agrarische lerarenopleiding.

Stichting Stoas in Wageningen is in een spagaat beland, zegt de huidige bestuursvoorzitter Bastiaan Pellikaan. Een klassieke, waardoor zo veel scholen in moeilijkheden zijn geraakt die tussen de overheid en de vrije markt.

In de jaren negentig begon de kleine hogeschool (nu bijna 800 studenten), net als vele andere scholen, enthousiast met het ontdekken van commerciële activiteiten. Maar daar is Stoas nu, in 2004, hard van teruggekomen. De lokroep van de commercie betekende bijna het einde van de stichting. Minister Veerman (Landbouw, CDA) omschrijft het zo, in een brief van 9 februari aan de Tweede Kamer: bij Stoas, dat verantwoordelijk is voor de agrarische lerarenopleidingen in Den Bosch en Dronten, is een ,,ongewenste verstrengeling tussen publieke en private activiteiten'' ontstaan.

Twee maanden na deze brief, op 20 april, ontvangt Veerman een vertrouwelijk onderzoek van accountantskantoor Ernst & Young. Hierin wordt de situatie bij Stoas tot in detail beschreven. Het is het derde onderzoek in twee jaar tijd. De conclusies liegen er niet om: een bedrag van 3,7 miljoen euro aan subsidiegeld is gelekt naar de private Stoas Holding BV. Dit geld is niet meer terug te krijgen.

Dat is volgens Ernst & Young in strijd met, onder meer, de Wet op het hoger onderwijs, die ondoelmatige besteding van overheidsgeld verbiedt. In de jaarrekeningen van 2001 en 2002 is dit echter niet terug te zien. De accountants schrijven dat de jaarrekeningen van de stichting daarom ,,op fundamentele punten'' tekortschieten. En: ,,Op diverse punten is niet aan de wet- en regelgeving voldaan.''

Stoas is altijd een kleine speler in het hoger onderwijs geweest. De Stichting tot ontwikkeling van de agrarische onderwijskunde (Stoas) wordt in 1981 opgericht. Toenmalig voorzitter Peter van der Schans wil studenten opleiden voor een baan als leraar in het agrarisch beroepsonderwijs. In de jaren daarop breidt Stoas haar taken langzaam uit: de school schoolt docenten bij, geeft organisatieadviezen aan agrarische scholen.

Dat verandert in 1992, als het rijk aankondigt te gaan snijden in de subsidies, op dat moment nog 16,8 miljoen euro per jaar. Het ministerie van Landbouw stelt Stoas voor de keuze: kleiner worden of de markt opgaan. ,,Er wordt voor het laatste gekozen'', staat in het verslag.

De overheid moedigt het hoger onderwijs dan nog aan de markt te verkennen. Bestuursvoorzitter Pellikaan: ,,De personele overbezetting moesten we opvangen door commerciële activiteiten te beginnen. Vergeet niet: als een van de kleinste hogescholen van Nederland waren we erg afhankelijk van stabiele inkomsten.''

Vanaf dan gaat het snel. Vanuit de vestiging in Wageningen koopt Stoas commerciële diensten in. In 1994 neemt het Courseware Midden-Nederland over, een bedrijf dat educatieve computerprogramma's maakt voor het bedrijfsleven. De informatiseringsafdeling van uitgeverij Malmberg en consultancybureau Agriment BV volgen. Het verslag: ,,In 1999 is een groot aantal deelnemingen verworven in binnenlandse en buitenlandse bedrijven.''

Ook wordt de internationale voedselmarkt ontdekt. Stoas neemt in 2000 het bedrijf Phaff Export Marketing over, dat adviezen geeft over de export van levensmiddelen voor de Europese markt. Deze onderneming, dat later Stoas GreenWise Export Marketing BV gaat heten, doet op dat moment veel moeite Europese supermarkten te interesseren voor een zoete uiensoort uit Chili.

Al deze commerciële activiteiten worden ondergebracht in een tweede stichting, Stoas Agri Projects. Later wordt naast ook de Stoas Holding BV opgericht. Midden jaren negentig zijn de hoogtijdagen van Stoas bereikt. Onder de holding bevinden zich tal van kleinere BV's.

Volgens cijfers van Stoas houden zich op dat moment 140 werknemers bezig met activiteiten die niets met onderwijs te maken hadden. De holding huurt daarvoor personeel van de stichting in. Stichting en holding zijn, staat in een accountantsrapport van Ernst & Young, op dat moment in feite een ,,economische eenheid''.

Stoas is niet langer alleen een school. Vestigingen in het buitenland volgen. Op een presentatie op internet staat: ,,Stoas is een internationale organisatie, actief op het brede terrein van kennisoverdracht. [..] Stoas heeft vestigingen in Wageningen, Dronten, Den Bosch, Tanzania, Chili, Indonesië, de Filippijnen en Zuid-Afrika.''

Maar de consultancymarkt stort in 2000 in. De private activiteiten, ooit bedoeld om geld mee te verdienen, worden steeds meer een kostenpost. De Holding lijdt zware verliezen tot tien miljoen euro. De stichting vangt de verliezen op. Vanaf 2000, blijkt uit accountantsoverzichten, wordt subsidiegeld van de stichting overgeheveld naar de holding. Eind 2000 gaat het nog om 353.193 euro, maar twee jaar later is dat bedrag al opgelopen tot ruim 4,3 miljoen euro.

Het ministerie van Landbouw wordt eind 2003 geïnformeerd. Op 28 november 2003 krijgt directeur Wetenschap en Kennisoverdracht Hoekstra een brief van Pellikaan. Momenteel, schrijft hij, is er ,,een bedrag aan publiek geld van 3,7 miljoen euro'' bij de private holding terechtgekomen. De balans van de holding is ,,desastreus''.

Er is wel een plan om uit de problemen te komen. Het is een unieke constructie: de holding moet blijven bestaan en het verschuldigde bedrag moet worden omgezet in aandelen in de holding. Als het ministerie dit zou tegenhouden, schrijft de stichting, dan zou dat het definitieve einde betekenen van de Stichting Stoas.

Veerman wil hier echter niets van weten. Overheidsgeld hoort niet in aandelen belegd te worden, schrijft directeur-generaal A. Oostra op 23 december 2003 terug. Zo'n constructie is volgens hem strijdig ,,met vigerende [geldende, red.] wetgeving''. Bovendien is de minister geïrriteerd omdat hij ,,bijzonder laat'' is geïnformeerd over ,,de buitengewoon ongunstige financiële situatie''.

Om orde op zaken te stellen heeft Veerman in februari interim-manager H. van Dijk op Stoas aangesteld. Inmiddels is hij voorzitter van de nieuwe Raad van Toezicht van Stoas. Ook heeft het ministerie in februari Gert Schutte getipt, voorzitter van de commissie die onderzoek doet naar fraude in het hoger en beroepsonderwijs. Schutte maakt er in zijn eindrapport in april echter geen melding van.

Inmiddels heeft Pellikaan een andere manier gevonden om een deel van de verdwenen 3,7 miljoen terug te zien. De Rabobank heeft de vordering van de stichting op de holding gekocht. De bank is van plan dit om te zetten in aandelen.

Sinds vorig jaar zijn bovendien de nauwe banden tussen de stichting en de holding doorbroken de directie van de stichting bemoeit zich niet langer met de holding. Sinds vorig jaar wordt er, na forse reorganisaties, weer lichte winst gemaakt. Volgens Pellikaan is het daarom absoluut noodzakelijk dat de schuld in aandelen wordt omgezet. ,,Dit is de enige manier waarop we nog iets terug kunnen zien van het geld.''