Aandacht voor de dood

De Zwitsers-Amerikaanse psychiater Elisabeth Kübler-Ross stierf eergisteren op 78-jarige leeftijd in haar huis in Scottsdale, Arizona, omringd door haar vrienden en familie. Het was een dood zoals zij zelf altijd verkondigd had: niet gemedicaliseerd en geïsoleerd, maar `midden in het leven'.

Haar boek On Death and Dying sloeg in 1969 in als een bom. Haar boodschap dat het sterven een belangrijk onderdeel van het leven was, werd in de jaren zestig en zeventig ervaren als de doorbreking van een groot taboe. De moderne vooruitgangsmaatschappij had eigenlijk geen plaats voor de dood. Een stervende werd gezien als verzameling ziekten en in feite als een nederlaag voor iedereen.

De huidige aandacht voor een beter sterfproces, met een groeiend aantal hospices waar zieken vredig kunnen sterven, is dan ook voor een belangrijk deel te danken aan de activiteiten van Kübler-Ross. Weekblad Time riep haar in 1999 uit tot een van de 100 belangrijkste denkers van de 20ste eeuw.

Elisabeth Kübler-Ross was al lang ziek, sinds een aantal beroertes in 1995. Gemakkelijk was het ziekbed niet. Na de beroertes die haar afhankelijk maakten van hulp, liet ze zich bitter uit over het feit dat ze nog steeds in leven was. Dat was een sensatie die veel kranten zich natuurlijk niet lieten ontgaan: de goeroe van de goede dood kan zelf niet vredig sterven!

Maar in de Los Angeles Times van vandaag meldt een naaste vriend dat zij ,,stierf met aanvaarding op haar gezicht''. De website van de Stichting Dr. Elisabeth Kübler-Ross Nederland meldt zelfs: ,,Ze heeft in alle rust haar `Transition' gemaakt naar het licht. Elisabeth verlangde al langer naar dit moment en ze is nu zoals ze het zelf noemde `in a good place'.''

Kübler-Ross' onderzoek van het stervensproces begon toen ze begin jaren zestig medische colleges gaf aan de University of Colorado en een onderwerp zocht waarmee ze de aandacht van de studenten zou kunnen vasthouden. In het ziekenhuis kwam ze vervolgens in contact met een 16-jarige meisje dat stervende was aan leukemie en woedend was over het onvermogen van haar familie om met die komende dood om te gaan. Het contrast met de dood te midden van familie, zoals Kübler-Ross die op het platteland in Zwitserland had meegemaakt, was groot. Ze nam het meisje mee in de collegezaal en liet haar haar verhaal vertellen aan de studenten.

,,Een stervende roept om rust, vrede en waardigheid, maar wat hij krijgt zijn transfusies, een hartlongmachine en een tracheotomie. Er is aandacht voor zijn hartslag en zijn longfunctie, maar niet voor hem als mens'', zo schreef Kübler-Ross over de toestand in de ziekenhuizen. Ze onderscheidde bij emoties rond het sterfproces vijf fasen, zowel bij de omstanders als bij de stervenden zelf: ontkenning, woede, marchanderen, depressie en acceptatie. Artsen blijven meestal steken in ontkenning, was haar treurige conclusie.

In de jaren tachtig vroeg Kübler-Ross aandacht voor de bijna-doodervaringen: de verhalen van stervenden of net-niet-stervenden (die weer beter werden) over uittredingen uit het lichaam, een tunnel van licht en een vredige bestemming. Kübler-Ross zag daarin bewijzen van het werkelijk bestaan van een hiernamaals.