Voor vervoer 86 miljard euro nodig

Om de betrouwbaarheid en voorspelbaarheid van de reistijd op de weg, het spoor en het water te vergroten, is tot 2020 een bedrag van in totaal ongeveer 86 miljard euro nodig.

Dat staat volgens bronnen in Den Haag in de nog vertrouwelijke Nota Mobiliteit van het kabinet. Minister Peijs (Verkeer en Waterstaat) zal de definitieve plannen uiterlijk half oktober naar de Tweede Kamer sturen. Betrokken ministers hebben vorige week overeenstemming bereikt over de hoofdlijnen.

Het kabinet denkt voor uitvoering van plannen voor het wegverkeer de komende vijftien jaar in totaal 38,3 miljard euro nodig te hebben. Daar zitten ook de bestaande budgetten voor onderhoud bij. Voor verbetering, uitbreiding en vooral onderhoud van het spoor moet 16,9 miljard euro beschikbaar komen. De vaarwegen vergen volgens de plannen een investering van 11 miljard euro.

Daarnaast wil het kabinet een deel van mobiliteitsbeleid decentraliseren. Regionale overheden krijgen in totaal 20 miljard euro, een bedrag dat tot voor kort moest worden besteed aan specifieke doelen volgens bepaalde voorschriften, maar dat de regionale overheden nu naar eigen inzicht kunnen besteden. Wel moeten zij hun plannen afstemmen op de uitgangspunten van het rijk in de Nota Mobiliteit. Als lokale maatregelen een bijdrage leveren aan de oplossing van knelpunten op bijvoorbeeld rijkswegen en als deze goedkoper zijn, dan krijgen de lokale maatregelen de voorkeur.

Minister Peijs heeft eerder in de Tweede Kamer gezegd dat zij wat betreft wegverkeer niet zozeer files wil bestrijden, als wel een acceptabele reistijd wil kunnen garanderen, ook tijdens de spits. De Nota Mobiliteit stelt daar normen voor. Op stedelijke ringwegen is voor de CDA-minister een reistijd tijdens de spits die twee keer zo lang is als buiten de spits nog aanvaardbaar, op snelwegen mag de reistijd maximaal 1,5 keer zo groot zijn als buiten de spits. Waar deze normen niet worden gehaald, moeten deze knelpunten worden aangepakt.

Ook voor het treinverkeer stelt de Nota Mobiliteit normen voor punctualiteit. Peijs streeft naar een grotere punctualiteit, met name in de Randstad moeten meer treinen worden ingezet waarvan meer dan 90 procent op tijd moet rijden.