Vier generaties Haarlemse schilders

De Haarlemse schilder Vincent Jansz. van der Vinne (1736-1811) maakte omstreeks 1785 zijn zelfportret. Tegen die tijd moet de ongeveer vijftigjarige kunstenaar een gearriveerde en geziene figuur zijn geweest in de culturele wereld van zijn woonplaats. Behalve schilder was hij ook kunsthandelaar en de eerste die de positie van `kastelein', conservator, bekleedde bij het Haarlemse Teylers Museum. Met deze werkzaamheden sloot hij aan bij een eerbiedwaardige familietraditie. Als om die te benadrukken heeft de kunstenaar, op de achterwand van het vertrek waarin hij zittend voor zijn schildersezel poseert, portretten geschilderd van zijn schilderende voorzaten.

In een kleine tentoonstelling presenteert het Haarlemse Frans Halsmuseum zo'n twintig werken van de Van der Vinnes, die sinds het midden van de zeventiende eeuw schilderijen hebben geproduceerd. De vroegste en tegelijk de bekendste kunstenaar uit het geslacht was Vincent Laurensz. van der Vinne (1629-1702). Van zijn hand is er een fraai vanitasstilleven, met muziekinstrumenten, een foliant en de onvermijdelijke schedel en een vel papier met het portret van de schilder dat weer is gekopieerd naar een tekening van de Haarlemse meester Leendert van der Cooghen. De stijl waarin Vincent een ander schilderij, een zelfportret, schilderde verraadt in de losse penseelvoering de invloed van zijn leermeester Frans Hals.

Zijn zoon Laurens (1658-1729) bekwaamde zich ook in de schilderkunst, en boekte een behoorlijk resultaat in een kleurig bovendeurstuk van een bloemstilleven.

De zoon uit de volgende generatie heette weer Vincent (1686-1742). Hij zou zich specialiseren in de topografische schilderkunst, waarin hij de accurate weergave van gebouwen combineert met nogal plompe figuren. Zijn Binnenplaats van het Proveniershuis te Haarlem (circa 1735) toont de lommerrijke hof van de nauwkeurig geschilderde liefdadigheidsinstelling. Op de voorgrond staat een tuinman met kruiwagen. Een meid is in gesprek met een heer, mogelijk een van de regenten die zetelden in de kamer waar het schilderij ooit hing.

Met de Teylerskastelein Vincent III, schilder van landschappen, fruitstillevens en aardige portretmedaillons, komt de kunstenaarsdynastie Van der Vinne tot een einde. Grote kunstenaars waren het zeker niet allemaal, maar in alle mediocriteit geeft de expositie een instructief, zij het wel heel beknopt beeld van de artistieke activiteit van vier generaties Haarlemse schilders. Dat er in Haarlem toch ook rekening moet worden gehouden met een zekere overschatting van het genie van de familie Van der Vinne, blijkt uit de vergezochtheid die een van de geëxposeerde objecten aankleeft. Een recentelijk aan het museum geschonken achttiende-eeuwse merklap toont eenvoudige motieven in verschillende borduursteken en een monogram. De enige relatie met de Van der Vinnes is dat het werkje is gemaakt door de grootmoeder van de vrouw die veel later, in 1815, zou trouwen met Hendrik van der Vinne – niet eens een kunstenaar.

Tentoonstelling: De Haarlemse schildersfamilie Van der Vinne. T/m 7 nov in het Frans Hals Museum, Groot Heiligland 62, Haarlem. Di t/m za 11-17u, zo 12-17u. Inl: 023-5115775