`Verzelfstandiging niet terugdraaien'

Zelfstandige bestuursorganen opnieuw onder de ministeriële verantwoordelijkheid brengen is ,,onwenselijk''. Dat vinden de secretarissen-generaal, de hoogste ambtenaren van de departementen. Ze keren zich daarmee tegen de conclusie van het rapport van de commissie-Kohnstamm over deze zogenoemde zbo's, dat eind juni verscheen.

De opstelling van de topambtenaren blijkt uit notulen van een zogeheten sg-beraad van voor de zomer en uit een conceptbrief die de secretarissen-generaal vanavond tijdens hun beraad zouden behandelen. De brief is geschreven door de ambtelijke top van de ministeries van Algemene Zaken, Verkeer en Waterstaat, Justitie en Volkshuisvesting. Beide stukken zijn in bezit van deze krant.

De conceptbrief is gericht aan de ministers De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing, D66) en Zalm (Financiën, VVD). Zij hadden oud-senator Kohnstamm (D66) gevraagd de relatie tussen de zbo's en de departementen te onderzoeken.

Het rapport van Kohnstamm, Een herkenbare staat: investeren in de overheid, is voor de zomer zonder kabinetsreactie naar de Kamer gestuurd. De secretarissen-generaal noemen het in hun brief ,,niet overtuigend onderbouwd''. Bovendien zou het rapport ,,breedte en diepgang'' missen. Kohnstamm wil niet reageren op de kritiek.

Kohnstamms belangrijkste conclusie is dat er spanning of onduidelijkheid bestaat tussen de parlementaire controle en de ministeriële verantwoordelijkheid voor zelfstandige bestuursorganen, zoals Staatsbosbeheer, De Nederlandsche Bank en UWV. Daarom zouden zbo's onder de departementen moeten terugkeren.

De topambtenaren stellen dat het probleem ,,niet zo maar opgelost [wordt] door de ministeriële verantwoordelijkheid voor (nu verzelfstandigde) organisatie over de gehele linie volledig te maken (...)'' Ze merken ook op dat het terughalen van de zbo's ,,grote transitiekosten en overgangsproblemen'' met zich meebrengt. Het rapport staat volgens de sg's ook haaks op het streven van dit kabinet ,,meer ruimte voor de uitvoeringsorganisaties en de burgers'' te laten. Het kan daarom wenselijk zijn sommige zbo's ,,niet terug naar de Staat maar dóór naar de maatschappij'' te sturen.

De topambtenaren bepleiten een ,,alternatieve benadering'' van het probleem met de zelfstandige bestuursorganen. Eerst willen zij ,,via analyse'' bepalen welke zbo's wel terug moeten keren naar een ministerie.

[vervolg ZBO: pagina 2]

ZBO'S

Instellingen bezorgd over discussie

[Vervolg van pagina 1] Daarnaast stellen zij voor de Kaderwet zbo's, die nu op verzoek van het kabinet is aangehouden en bij de Eerste kamer wacht op behandeling, aan te passen zodat er ,,een aanscherping [komt] van regels m.b.t. de relatie ministerie - zbo'' en er strengere bepalingen worden opgenomen over salarissen, vermogens en beheer van zbo's. Ten slotte willen de sg's per zbo ,,op moment van evaluatie'' bekijken ,,welke aanpassing van de status gewenst is: terug naar de rijksdienst, privatiseren, democratiseren of zo laten.''

Minister Zalm zei al eerder te verwachten dat het rapport van Kohnstamm veel verzet zou oproepen. Niet alleen de zbo's zelf zouden zich verweren tegen het weer onder de ministeriële verantwoordelijkheid brengen van hun organisaties, ook ambtelijk rekende de minister op weerstand. Hij sprak de hoop uit dat de Tweede Kamer ,,de rug recht zou houden'' in het aanstaande debat over het mogelijk terugdraaien van een groot aantal van de 431 zbo's.

Al voor de zomer spraken de sg's over het rapport van Kohnstamm. Uit de notulen van die bijeenkomst blijkt dat de sg's toen al pleitten onderscheid te maken tussen zbo's met een formele instellingswet en zbo's zonder een dergelijke basis.

De discussie over het terughalen van de zelfstandige bestuursorganen naar het rijk heeft volgens de sg's voor de ,,nodige onrust'' gezorgd bij de zelfstandige bestuursorganen.