Sloten houden springruiters van podium

Na de eerste omloop gingen de Nederlandse springruiters nog voor het zilver. Ze werden vierde. De sloot vormde voor het grootste struikelblok.

Na de eerste manche had Nederland nog alle kans op een medaille, maar de ploeg liet die kans in de tweede manche glippen, waardoor Amerika en Zweden in een barrage om zilver en brons mochten strijden. Duitsland won goud, Nederland werd vierde.

Belangrijkste struikelblok voor de Nederlandse ruiters vormde de ooit als eenvoudige afscheiding tussen akkers en weilanden bedoelde sloot. Nu bezorgt de sloot die in de springparcoursen is opgenomen de bondscoach van de springruiters Bert Romp hoofdbrekens. Steeds maar weer stapt een Nederlands paard met zijn hoeven in de sloot of landt net niet ver genoeg achter het witte kleitablet, dat als markering dient. In de eerste ronde stapte Monaco met Gerco Schröder in het water en in de tweede ronde kregen Gert Jan Bruggink, Wim Schröder en Leopold van Asten daar een fout.

In Nederland zijn sloten genoeg, waardoor het oefenen van het springen van hindernissen geen enkel probleem zou hoeven te zijn. Het tegendeel is waar. ,,De sloot is altijd al een probleem geweest'', vertelt Bert Romp, die voorbeelden kent van paarden die óf nooit over een sloot wilden springen, óf er altijd midden in plonsden. ,,Als één en dezelfde sloot dan ook nog eens een aantal malen gesprongen moet worden, dan komen paarden gemakkelijk in de verleiding erin in plaats van erover te springen'', aldus Romp. Omdat paarden van nature graag voor een sloot willen weigeren, gaan ruiters hun paarden vaak extra aansporen toch te springen, en daar doet dan de parcoursbouwer weer zijn voordeel mee door kort voor of na de sloot nog een hindernis te bouwen. Zo wordt een sloot een kwelgeest voor ruiters en supporters.

Bij de Nederlandse ruiters kwam het missen van een medaille keihard aan. ,,Hier zijn we niet voor gegaan. We hadden zilver en zakten terug naar de waardeloze vierde plek'', gromde Leopold van Asten, die in Fleche Rouge het duurste springpaard van Nederland berijdt. Van Asten had met reden recht om te grommen, want zijn miljoenen kostende viervoeter sprong tot tweemaal toe ook de allerlaatste hindernis fout. Niet dat het arme dier daar alles aan kon doen, ruiter Van Asten zelf ging in beide gevallen niet vrijuit. En datzelfde gold ook voor de gebroeders Schröder. De enige Nederlander die zichzelf geen verwijt hoeft te maken in deze landenwedstrijd was Gert Jan Bruggink met de door zijn vader gefokte Joel. Bruggink dacht zo zeker te zijn dat hij geen fout op de sloot had gemaakt, dat hij, na door te finish te zijn gereden, naar het jurylid bij de sloot terugreed om te vragen of het echt wel een fout was geweest. Gerco Schröder, wiens paard al in de eerste manche natte voeten haalde, reed in de tweede ronde extra energiek naar het water. Hij haalde foutloos de overkant, maar daar stonden ook weer hindernissen en een van die sprongen ging plat, waardoor de sloot ook daar weer de springfout inluidde.

Bij elkaar opgeteld wisten de Nederlandse paarden met hun fouten op de sloot zoveel strafpunten te vergaren dat – als die niet waren gemaakt – ze in een barrage met Duitsland om het goud hadden kunnen strijden. De komende tijd moeten de ruiters besteden aan het trainen van hun paarden op het springen van sloten.