Opmerkelijk besluit over bouw op Jordaanoever

NRC Handelsblad van 23 augustus meldt dat de Israëlische regering heeft ingestemd met de bouw van nog eens 533 nieuwe huizen en appartementen in nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever. Hoewel hierbij naar de Routekaart, het internationale stappenplan naar een vredesregeling met de Palestijnen, werd verwezen, ontbrak een vermelding van de historische uitspraak van 9 juli j.l. van het Internationaal Gerechtshof, het hoogste VN-tribunaal, gezeteld in het Vredespaleis in Den Haag.

Die uitspraak, aangevraagd door de Algemene Vergadering van de VN n.a.v. de omheining die Israël thans voor 99 procent bouwt op de Jordaanoever, behelsde de eerste keer dat een internationaal juridisch orgaan heeft bepaald dat de Israëlische nederzettingen op de Jordaanoever het internationaal recht schenden en dat geen omheining die onrechtmatigheid kan beschermen. De `politieke' organen van de VN zijn de afgelopen decennia herhaaldelijk, en soms zelfs unaniem, tot die conclusie gekomen, maar zonder enig effect.

De bouw van honderden nieuwe huizen in wat het Gerechtshof als bezet gebied heeft bestempeld, spoort niet met een land dat zich ,,de enige het recht respecterende'' democratie in het Midden-Oosten noemt. Dat recht behelst óók voor Israël bindende volkenrechtelijke verplichtingen onder de Geneefse Verdragen en gewoonterecht, zoals vermeld in het advies van het Internationaal Gerechtshof. Dat advies is misschien niet bindend, maar die verplichtingen zijn dat ontegenzeggelijk. Het recente besluit van de regering-Sharon is opmerkelijk, aangezien het Israëlische Hooggerechtshof de regering op 19 augustus gelastte aan te geven wat het Internationaal Gerechtshof in de ogen van de regering heeft bepaald op 9 juli.