Na `Najaf' moet het beter worden

Eigenlijk willen de Irakezen geen vreemde troepen in hun land, zei minister Kamp (Defensie) gisteren in de Kamer. Tijdens het debat heerste somberte over de toekomst van de Nederlandse missie.

Somberheid was gisteren troef bij het debat in de Tweede Kamer over de grootscheepse aanval op de Nederlandse troepen in Zuid-Irak van half augustus. Voor het eerst speculeerden verscheidene fracties, die de missie tot dusverre van harte hadden gesteund, nadrukkelijk over een vervroegde terugkeer van de Nederlanders uit Al Muthanna.

,,Wij houden er rekening mee dat dat zich kan voordoen'', aldus het Kamerlid Huizinga van de ChristenUnie, een partij die doorgaans het buitenlands beleid van het kabinet loyaal steunt. Ook haar collega's Koenders (PvdA), Bakker (D66) en Herben (LPF) zinspeelden erop dat de Nederlanders maar moesten vertrekken als ze hun taken niet meer kunnen uitvoeren.

Gretig noteerden de linkse oppositiepartijen GroenLinks en SP, die van meet af aan tegen de deelname van Nederlandse militairen aan de missie in Irak gekant waren, de groeiende aarzelingen bij deze fracties. Alleen CDA, VVD en SGP leken nog steeds immuun tegen iedere vorm van twijfel.

Minister Kamp (Defensie, VVD), anders altijd zo strijdbaar bij debatten over Irak, leek al evenzeer ten prooi aan pessimisme. Gelaten zette hij uiteen dat de Nederlanders nog allerminst kunnen vertrouwen op de Iraakse veiligheidsdiensten, aan wie sinds de soevereiniteitsoverdracht van 28 juni veel taken zijn overgedragen. Bij de aanval van 14 augustus op de Nederlanders, waarbij een wachtmeester om het leven kwam en vijf militairen gewond raakten, staken ze geen vinger uit ter assistentie. Kamp: ,,De kwaliteit van de Irakezen is niet te vergelijken met die van de Nederlanders en er is sprake van een gedeelde loyaliteit.''

Met dat laatste punt doelde de bewindsman kennelijk op het feit dat de Iraakse veiligheidsfunctionarissen formeel wel achter de overgangsregering staan, maar niet graag andere Irakezen al dan niet radicaal islamitisch aangeven bij buitenlanders. Kamp wees er voorts op dat veel Irakezen, inclusief veiligheidspersoneel, zich makkelijk laten intimideren door de aanhangers van de radicale geestelijke Muqtada al-Sadr.

Daardoor zijn ze minder snel geneigd belangrijke informatie door te geven aan de Nederlanders. Andersom bleken de aanvallers van 14 augustus verontrustend goed te zijn geïnformeerd over de operaties van de Nederlandse troepen. ,,Ze beschikten kennelijk over betere intelligence dan de Nederlanders'', schamperde het Kamerlid Karimi (GroenLinks).

Voor het eerst ook verklaarde de minister dat de meederheid van de Irakezen, als het er op aankomt, niets opheeft met de aanwezigheid van buitenlandse troepen in hun land. ,,Er leeft weerzin bij de bevolking tegen de buitenlandse troepen'', erkende Kamp. ,,Ze willen graag zo gauw mogelijk op eigen benen staan.''

Tegelijkertijd beseffen de meeste Irakezen volgens Kamp echter dat de buitenlanders een nuttige rol kunnen vervullen, zolang Irak nog geen nieuw evenwicht heeft hervonden na de val van de vroegere dictator Saddam Hussein. ,,De houding van de bevolking is nog steeds welwillend tegenover de Nederlanders'', stelde hij. Bovendien hebben zowel de Verenigde Naties als de Iraakse overgangsregering Nederland uitdrukkelijk gevraagd te blijven.

Kamps collega Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) meldde de Kamer voorts dat Al-Sadr maatschappelijk ,,tamelijk geïsoleerd'' is. Bij de overige religieuze leiders, met name de groot-ayatollahs, kan de radicale stokebrand volgens hem slechts op weinig sympathie rekenen.

Nadrukkelijk ontkende Kamp dat thans het moment is aangebroken waarop Nederland zijn taken niet meer kan uitvoeren in Al Muthanna. De Kamer sprak hem nauwelijks tegen. De situatie in de provincie waar de Nederlanders zijn gelegerd is ook nog altijd aanzienlijk beter dan in andere delen van Irak, vond Kamp. Onder invloed van de onrust van de afgelopen weken over de voor shi'ieten heilige stad Najaf zijn de gemoederen echter ook in Al Muthanna verhit geraakt. Maar Kamp en Bot zeiden goede hoop te hebben dat de toestand zich weer zou normaliseren, als er eenmaal een oplossing voor de crisis in Najaf is gevonden.

Zo gauw mogelijk wil Kamp weer proberen de relatie met de bevolking, in zijn ogen cruciaal voor het welslagen van de missie, te herstellen. Dat wil zeggen dat er dan niet meer consequent met pantserwagens en auto's met mitrailleurs zal worden geopereerd. ,,We zullen de bevolking zo snel mogelijk weer in vertrouwen tegemoet treden'', zei Kamp. Niet alleen omwille van de Irakezen, maar ook uit eigenbelang. ,,Als wij de vijand van de Iraakse bevolking zijn, dan wordt het erg moeilijk om onze eigen veiligheid te waarborgen.''