Mentale kracht bezorgt hockeysters finaleplaats

Via strafballen drongen de Nederlandse hockeysters gisteren door tot de finale van het olympisch toernooi, waarin de ploeg morgen Duitsland treft.

En ineens was duidelijk waarom de hockeysters het laatste oefenduel op eigen bodem besloten met een strafballenserie. Gniffelend herinnerden Janneke Schopman en Ageeth Boomgaardt gisteren, na het bereiken van de olympische finale ten koste van Argentinië, aan dat toen wat wonderlijke en zinloos ogende slotakkoord tegen Nieuw Zeeland in Den Bosch. Met een knipoog: ,,Dat was dus niet voor niets.''

Strafballen nemen stond tot voor kort niet te boek als een specialiteit van het Nederlandse tophockey. Een strafcorner pushen of slaan, akkoord. Maar helemaal alleen, oog in oog met een gehelmde doelman, het hoofd koel houden? Het was de keeper (Ronald Jansen) of de keepster (Jacqueline Toxopeus), die het vuile werk mocht opknappen.

Maar vier jaar nadat de mannen in Sydney (halve finale én finale op strafballen gewonnen) al braken met die naargeestige traditie, met dank toen aan de Engelse sportpsycholoog Jon Syer, volgden de vrouwen gisteren dat voorbeeld. Wereldkampioen Argentinië was het slachtoffer. Nadat beide teams de reguliere speeltijd op 2-2 hadden afgesloten, na een late en discutabele gelijkmaker van Argentinië (te hoog geslagen strafcorner), en in de daaropvolgende verlenging niet werd gescoord, volgde de onvermijdelijke reeks vanaf zes meter veertig.

Die kwam als geroepen. De hockeysters hadden immers nog wat recht te zetten tegen de ploeg, die hen twee jaar geleden in de WK-finale aftroefde op uitgerekend strafballen. Met dat trauma rekende het elftal af, met dank aan vier van de vijf aangewezen speelsters van zevenvoudig landskampioen Den Bosch: Schopman, Boomgaardt, Donners en Van Kessel. Zelfverzekerd en zonder enige aarzeling pushte het viertal raak. Verdedigster Booij hoefde, na een redding van de van een armbreuk herstelde keepster Sinnige, niet eens meer aan te treden: 4-2.

Het doortastende optreden vertelde veel over de mentale (veer)kracht van de selectie, die het professioneel denken en handelen onder bondscoach Marc Lammers tot norm heeft verheven. Was wankelmoedigheid nog niet zo lang geleden troef, nu wordt tegenslag zoals gisteren de omstreden gelijkmaker bijna lachend geïncasseerd. In de wetenschap dat de ploeg niet alleen alle wapens aan boord heeft om zich te herpakken, maar inmiddels ook de kunst verstaat om die wapens op de juiste momenten effectief in te zetten.

In de finale stuit de ploeg morgen op Duitsland, dat gisteravond eveneens via strafballen won van China en eerder al titelverdediger Australië een loer had gedraaid. Het onderlinge groepsduel tussen de buurlanden eindigde vorige week in een overtuigende 4-1 overwinning voor Nederland, dat vijf jaar geleden (Champions Trophy in Brisbane) voor het laatst tijdens een titeltoernooi verloor van het herboren Duitsland.

Lammers prees na afloop vooral de inbreng van assistent-coach Alyson Annan, de tweevoudig olympisch kampioen uit Australië, onder wiens leiding zijn ploeg de afgelopen twee jaar eindeloos oefende op ,,de kunst van het strafballen nemen''. Want dat is het volgens de 35-jarige Brabander: geen zoals zo vaak verondersteld loterij, maar ,,een gave die heel goed trainbaar is''. Vrijwel elke training werd besloten met één of meer pushes op doel. ,,Net zolang totdat we de beweging konden dromen'', vertelde aanvoerster Mijn Donners gisteren. ,,Als die deugt, dan komt de rest vanzelf.''

`Niet focussen op het eindresultaat, maar op de uitvoering', luidt niet voor niets het parool binnen de selectie. Het is een van de wijze lessen van mental coach Bill Gillissen, sinds twee jaar verbonden aan de ploeg en vreemd genoeg in Athene de enige bij Nederland aanwezige sportpsycholoog. Twijfelen aan een goede afloop deed de oud-topjudoka niet, want: ,,Ik wist dat het goed zat.''

In Athene heeft Gillissen (55) tot dusver opvallend veel Nederlandse topsporters zien rondlopen die mentaal onvoldoende in evenwicht zijn en (dus) niet berekend zijn op hun taak: het maximale uit zichzelf halen. Velen zouden een voorbeeld kunnen nemen aan de hockeysters, meent de oud-politieman. ,,Deze meiden hebben de durf om het gevecht met zichzelf aan te gaan. Ze zijn afgedaald tot het diepst van hun ziel en in staat om bij zichzelf een gedragsverandering teweeg te brengen waardoor ze op cruciale momenten in staat zijn de onvermijdelijke stress in hun lichaam te kanaliseren en dus te controleren.''

De strafballenserie volgde op een duel, waarin Nederland onthutsend zwak uit de startblokken schoot. Witheet was Lammers dan ook tijdens de onderbreking (0-1), en dat was hij twee jaar niet meer geweest. ,,Ik heb ze in de rust voor de keuze gesteld: of zo doorgaan en we pakken onze koffers of we gooien alle remmen los en spelen naar onze mogelijkheden. We zijn hier niet naartoe gekomen om angstig te spelen.''

Na rust dirigeerde Lammers verdedigster Maartje Scheepstra, het grootste talent van het Nederlandse vrouwenhockey, naar de voorste linie, die daardoor ineens uit vier spitsen bestond. Prompt werd de achterstand omgebogen in een voorsprong: 2-1. Het was blufpoker, erkende Lammers. ,,Maar we moesten wat forceren. Gelukkig lukte dat.''

Het was toch al een bijzondere dag voor Lammers. Op de dag af één jaar geleden overleed zijn moeder na een lang ziekbed. Ook dat verklaarde de diepe emoties, die zich na afloop meester van hem maakten.