Laster over Kerry verziekt politiek

In de aanloop naar de Amerikaanse presidents- verkiezingen laat de Opiniepagina Amerikaanse commentatoren van verschillende signatuur aan het woord.

In het eerste artikel van deze serie betoogt E.J. Dionne dat de leugens die nu over Kerry worden verspreid, niet meer passen in het normale politieke spel.

Je zou verwacht hebben dat John Kerry sterk in het voordeel zou zijn als op dit moment in de presidentscampagne plotseling alle aandacht uit zou gaan naar de Vietnam-oorlog en wie daarin zijn leven heeft gewaagd. Het staat tenslotte buiten kijf dat Kerry op het Vietnamese slagveld heeft gediend en dat president Bush en vice-president Cheney zich allebei aan die oorlog hebben onttrokken.

Bush diende thuis bij de Nationale Garde (het is nog altijd niet precies duidelijk hoeveel van zijn diensttijd hij heeft gespijbeld) en Cheney ontliep het leger helemaal. De havik naast Bush heeft monter verklaard: ,,Ik had in de jaren '60 andere prioriteiten dan de militaire dienst.''

Toen Bill Clinton het opnam tegen

George Bush senior en oud-senator Bob Dole, allebei oorlogsveteranen, beklemtoonden de Republikeinen dat militaire dienst een belangrijk criterium was voor het leiderschap. Maar de Republikeinse aanvalsvirtuozen hechten helemaal niet zo'n belang aan militaire dienst – het gaat hun om het bezit en het behoud van de macht. Dus opent de aanhang van Bush door middel van een mantelgroepering nu de aanval op de oorlogsveteraan, min of meer zoals ze vier jaar geleden tijdens de Republikeinse voorverkiezingen Vietnam-held John McCain aanviel toen die het tegen Bush durfde op te nemen.

Deze episode is een belangrijke toetssteen voor de werking van de politiek in ons land. Ten eerste is het een toetssteen voor George W. Bush. Hij beweert dat zijn hoogste prioriteit is het land te verenigen in de oorlog tegen het terrorisme. Een president die wil verenigen in plaats van verdelen, weet dat politiek goedkoop scoren ons land alleen maar verder kan verscheuren en zijn eigen leiderschap verzwakt.

Maandag kwam Bush met iets wat we een genuanceerde reactie zouden kunnen noemen op de controverse over de tegen Kerry gerichte reclames. Hij prees Kerry om zijn militaire dienst en sprak alleen een algemene veroordeling uit over alle reclame door groepen van buiten. Maar eigenlijk behoort Bush de Swift Boat Veterans for Truth (een groep Amerikaanse Vietnam-veteranen die beweren dat Kerry liegt over zijn Vietnam-verleden, red.) te zeggen dat ze moeten ophouden de militaire reputatie van Kerry te bezoedelen en dient hij zijn grote geldschieters op te roepen hun verdraaiingen niet langer te bekostigen.

Dit is ook een toetssteen voor de media. We zien hier een boeiende en verwerpelijke ontwikkeling in de vernietigingspolitiek. Een zogenaamde groep van buiten werft geld van trouwe aanhangers van Bush, bemant zichzelf met politieke figuren die dicht bij Bush en de Republikeinen staan, en zendt voor een paar honderdduizend dollar televisiereclame uit. Dat is, zoals een oudgediende uit de Republikeinse campagnes het noemde, ,,een huurmoord''. Vragen over Kerry's diensttijd die maanden geleden al werden gesteld en beantwoord, zijn opeens weer groot nieuws.

Het siert een aantal nieuwsorganisaties – onder meer The New York Times, Chicago Tribune en The Washington Post – dat ze de verdraaiingen, tegenstrijdigheden en verzinsels van de anti-Kerry-beweging aan de kaak hebben gesteld, en ook de banden tussen die beweging en het apparaat van Bush hebben blootgelegd. Maar dat heeft geen eind gemaakt aan de stroom van onbewezen verdachtmakingen. Zelfs eerbiedwaardige Republikeinen hebben zich erbij aangesloten. ,,Er zal best iets van die beschuldigingen waar zijn'', zei Dole, een echte oorlogsheld, op CNN.

Helaas is dit het klassieke verloop van een lastercampagne. Een groepje smijt met beschuldigingen die bij nauwkeurige beschouwing vol gaten blijken te zitten. Sympathisanten van de campagne zeggen: ,,Goed, die beschuldigingen zijn misschien niet houdbaar, maar waar rook is, is vuur. We blijven gewoon aanvallen.''

De media moeten meer doen dan te rapporteren ,,de een zegt dit'' en ,,de ander zegt dat''. Als de beschuldigingen niet kloppen, kloppen ze niet. En, nu John Kerry's leven toen hij in de twintig was, amper twee maanden voor de dag van de verkiezingen centraal is gesteld in deze campagne, zijn de media het land een soortgelijk overzicht verschuldigd van wat Bush indertijd en op diezelfde leeftijd deed.

Als alle verhalen over Kerry's doen en laten in Vietnam niet worden gecompenseerd door een serieuze beschouwing van Bush' Vietnam-jaren, dan capituleren de media voor een rechtse lastercampagne. Maar de redacteuren en producenten in ons land willen toch niet het signaal afgeven dat je alleen maar een half miljoen dollar aan televisiereclame hoeft uit te geven om de agenda van de media te bepalen.

Dit is ook een toetssteen voor John McCain. Toen hij het vier jaar geleden tegen Bush opnam, werd McCain genadeloos door het slijk gehaald. Toen McCain in een van hun debatten tijdens de voorverkiezingen van 2000 bij Bush bezwaar maakte tegen deze aanvallen, scheepte Bush hem af. ,,John'', zei Bush, ,,het is politiek.''

Bits antwoordde McCain: ,,George, niet alles is politiek.'' McCain had gelijk, en als hij deze week terugkomt naar de Verenigde Staten van een reis naar Europa, zou hij voor dat principe moeten opkomen door zijn steun aan de herverkiezing van Bush op te schorten, totdat er een eind komt aan de laster over Kerry's staat van dienst in Vietnam. Meer dan wie ook is McCain de aangewezen persoon om uit te dragen dat dit moment in onze geschiedenis wel heel erg ongeschikt is voor een campagne waarin geprobeerd wordt de tegenstander af te slachten.

E.J. Dionne jr. is columnist van The Washington Post (© Washington Post Writers Group)