Intelligence

Als ik vader zou zijn van een van de 1.300 Nederlandse militairen die in Irak gelegerd zijn, en ik had gistermiddag plaatsgenomen op de publieke tribune van de Tweede Kamer, zou ik dan enigszins gerustgesteld zijn door de vertoning aldaar?

Ik vrees van niet.

Het was best gezellig, daar niet van. De klas was terug van vakantie.

Femke, gebruind en gehuld in een kek truitje, kwam pas binnen toen iedereen al zat en ze riep nog net niet ,,Joehoe!'' naar de andere jongens en meisjes. Wel vroeg ze de bode meteen een briefje naar minister Kamp te brengen, misschien wel over een leuke reiservaring. Daarna riep ze nog iets guitigs naar Mat Herben voordat ze weer uit het zicht verdween.

Herben deed de hele middag alsof zijn partij nog steeds bestond. Ook hij kwam wat later binnen, maar hij vergoedde veel met de achteloosheid waarmee hij zijn militaire kennis demonstreerde. Met `de escalatie-dominantie' van het Nederlandse leger zat het goed, zei hij, maar hij vroeg zich wel af of het onbemande verkenningsvliegtuig Sperwer niet moest worden ingezet. Daar zou die Al-Sadr wel even lelijk van opkijken.

Bakker van D66 had een goedkopere suggestie. Toen hij vorige week in een radio-uitzending zat, had een luisteraar het gebruik van nachtkijkers aangeraden. Vond de minister dat niks?

De CDA'er Ormel schrok ervan. Nou ja, zomaar nachtkijkers, snoof hij bijna verontwaardigd, moeten we dat niet aan de uitvoerende macht ter plekke overlaten? Ik geef maar een signaal door, suste Bakker meteen, en daarna zakte hij in zijn bankje weer weg in een diepe sluimer.

Geert Wilders was er natuurlijk ook. Ik zat schuin achter hem op de tribune, en wat me daardoor voor het eerst opviel is dat zijn coiffure ook aan de achterzijde van zijn hoofd van een verbluffende elegantie is. Zij oogt daar als een echte slagroomtaart, ietwat opgeblazen weliswaar, maar zeker niet onsmakelijk.

In verbaal opzicht was Wilders minder op dreef. Hij had niet veel zin om in te gaan op dat pacifistische gezeur van de SP en GroenLinks. Wees een vent, riep hij nog even naar Van Bommel, en dat is iets wat hij ook graag het hele Nederlandse volk zou toeroepen: geen gezeur, kop dicht, van een beetje pijn gaat niemand dood.

Alle Kamerleden hadden tijdens de vakantie goed geoefend op het woord `intelligence'. Het kwam er prima uit, al blijft `informatie' beter Nederlands. Hoe komt het dat de Nederlandse regering niet eerder wist dat er iets schortte aan de intelligence, vroeg Wilders zich af. Het antwoord leek me eenvoudig: omdat er iets schortte aan de intelligence.

Maar daarbij wilde minister Kamp het niet laten. Hij legde omstandig uit dat er weliswaar goede intelligence was geweest, maar dat je daarmee niet alle aanslagen kunt voorkomen. Toen zei hij iets waar, merkwaardig genoeg, niemand op inging: ,,Wij hebben een heleboel aanvallen kunnen voorkomen door onze samenwerking met de Iraakse autoriteiten.''

En wij maar steeds denken dat het zo rustig was in Al-Muthanna.