Hoofddoeken versus huisregels

Moslimvrouwen voelen zich gediscrimineerd door het verbod voor klanten met hoofddeksels in een Haagse horecagelegenheid. De Commissie Gelijke Behandeling boog zich gisteren over hun klacht.

Voor Nadya Akkouh (27) is het nog steeds een van de moeilijkste momenten in haar leven. Dat ze uit een restaurant in Nederland werd gezet, het land waar ze is geboren en opgegroeid, omdat ze een hoofddoek draagt. Het overkwam haar zondagmiddag 11 juni in de Haagsche Lounge, ,,een net restaurant'' in de binnenstad van Den Haag. Ze was er samen met haar verloofde heen gegaan om een cappuccino te drinken, vertelde ze gisteren voor de Commissie Gelijke Behandeling in Utrecht, waar ze een klacht had ingediend over het verbod om met een hoofddoek in het restaurant te mogen zitten.

Het probleem ontstond doordat de Haagsche Lounge sinds 1 januari de huisregels heeft aangescherpt: klanten moeten ouder zijn dan 21 jaar, ze mogen geen gymschoenen en trainingspakken dragen en ze moeten hun hoofddeksel, waaronder honkbalpetjes, mutsen en hoofddoeken, afdoen in het restaurant. Het restaurant wil zo voorkomen dat jonge, onaangepaste bezoekers de sfeer in het restaurant bederven. ,,Ik scheer met die regel iedereen over één kam'', verweerde eigenaar Paul Mulder zich gisteren op de zitting van de CGB. Mulder verbaast zich over de ontstane commotie onder de moslimvrouwen. ,,Van huis uit heb ik meegekregen'', zei hij, ,,dat je je handen wast en je pet afdoet als je aan tafel gaat. Dat zijn zo de manieren in Nederland.''

Akkouh, van Marokkaanse origine en deelgemeenteraadslid voor de PvdA in Rotterdam, is een van de tien vrouwen die bij het Haagse Bureau Discriminatiezaken aanklopten. Dat vroeg in juni aan de CGB om een oordeel of het verbod op het dragen van hoofddoeken door klanten in een horecagelegenheid in strijd is met de Algemene Wet Gelijke Behandeling, zoals het bureau meent. De andere vrouw die gisteren haar klacht zelf kwam toelichten was Siddeeqah Sharif-Schneider (25), een Amerikaanse die sinds kort in Nederland woont. Zij werd op 26 juni in de Haagsche Lounge geweigerd. ,,Sinds dit incident ben ik feller geworden wat betreft het recht van moslimsvrouwen om een hoofddoek te dragen'', legde ze uit. Ze bracht de voormalige segregatiewetten in de Verenigde Staten in herinnering. ,,Ik weiger te accepteren dat ik anders behandeld wordt om hoe ik er uit zie.''

De CGB vroeg horeca-eigenaar Mulder of hij zich niet kon voorstellen waarom de wet een uitzondering maakt voor geloofsuitingen. Moslimvrouwen kunnen hun hoofddoek immers niet zomaar even afdoen. ,,Ik heb niets tegen de islam'', sprak hij, ,,maar ik eigen me het recht toe om mijn eigen huisregels te kunnen stellen.'' Maar u houdt zich toch ook aan de andere wetten in dit land, die u voorschrijven hoe u uw onderneming moet leiden, wierp de CGB tegen. ,,Dat is al erg genoeg'', aldus Mulder.

De angst van de moslimsvrouwen is dat als het verbod voor klanten op hoofddoeken in de Haagsche Lounge wordt geaccepteerd, er straks meer horecagelegenheden in Nederland komen die hen weigeren. ,,Dat zou betekenen'', aldus Akkouh, ,,dat ik als moslimvrouw nauwelijks nog in het publieke leven kan functioneren. Ik heb ook wel eens een zakenlunch. Waar kan ik dan nog terecht?''

Horeca-eigenaar Mulder zei na afloop van de zitting wel een vermoeden te hebben wat het oordeel van de Commissie Gelijke Behandeling zal zijn: dat je klanten in een restaurant ook moet bedienen als ze een hoofddoek dragen. ,,Er zal weinig anders opzitten dan het na te leven te leven'', meende hij. ,,Anders gaat de gemeente moeilijk doen over mijn horecavergunning.'' De uitspraak van de commissie, die juridisch niet bindend is, zal binnen acht weken komen.