Had Pim dit gewild?

Er is één belangrijke passage uit het gedachtegoed van Pim Fortuyn die al zelden werd geciteerd en de laatste tijd nooit meer. Kort voordat hij werd vermoord, heeft hij tegen Harry Mens, een goede vriend, en Albert de Booij, zijn uitgever, gezegd dat hij ermee op wilde houden.

De stagnatie van Paars was doorbroken, de massa's waren in beweging en nu moesten degenen die hij had gemobiliseerd, het verder zelf doen. Eerst had hij minister-president willen worden. Toen de vervulling van die wens snel naderbij leek te komen, overwoog hij zich uit de strijd terug te trekken. Strikt theoretisch gesproken is het geen tegenstelling: het premierschap als bekroning van een omwenteling die hij zelf had veroorzaakt. Maar had hij het nog gewild? Jammer genoeg zijn er geen nadere bijzonderheden over zijn laatste plannen.

Wat waren toen zijn overwegingen? Het kan zijn dat hij eenvoudig geschrokken was van wat hij teweeg had gebracht, louter van de omvang. Een mens kan terugdeinzen bij de aanblik van zijn eigen succes. Ik had het hem niet kwalijk genomen.

Een andere mogelijkheid is dat hij nog duidelijk gezien heeft wat voor ongelijksoortig gevolg hij had gemobiliseerd. Een grote massa die zich op een of andere manier achtergesteld, door het heersend systeem verdrukt voelde. En een kleiner gezelschap van boze opportunisten, betweters, profeten, miskende visionairen, profiteurs die in zijn aangekondigde totale vernieuwing hun kans zagen. Het kan zijn dat hij van dit ongeregeld gezelschap, zijn toekomstig kader, zodanig is geschrokken, dat hij er bij voorbaat al voor had gekozen, de filosoof op de achtergrond te blijven.

Dat zullen we nooit weten. Evenmin als wat er was gebeurd in het geval dat hij werkelijk regeringsleider was geworden. We kunnen veronderstellen dat de periode die dan was gevolgd, een nog groter tumult te zien had gegeven dan wat we in de zomer en het najaar van 2002 hebben beleefd. Raadpleeg daarvoor het gedachtegoed, met de denkbeelden over opheffing van het leger, radicaal verweer tegen de islam, doorbreking van de gevestigde bureaucratische orde, weerzin tegen Europese integratie, volstrekt respect voor de vrije ondernemers. En dit alles in een land waar de democratische orde bestaat dankzij het besef dat er, hoe dan ook, altijd een coalitie moet worden gevormd om de bestuurbaarheid te bewaren. Een kabinet met Fortuyn als minister-president zou ook een opmerkelijke fase in de vaderlandse geschiedenis zijn geweest. Door daarover systematisch te speculeren, zou je een spannend boek, een mooie film kunnen maken.

Nu zijn we toeschouwer bij de voortgezette ontbinding van de partij die twee jaar en drie maanden geleden 1,6 miljoen stemmen kreeg. Hoe is het mogelijk dat de leiding, met dit politiek kapitaal in handen en met het programma van het gedachtegoed, waarover iedereen daar het in grote trekken eens was, zijn toekomst zo hardnekkig en voor iedereen zichtbaar heeft verkwanseld? En nu met ongebroken ijver aan de laatste resten bezig is? Kennelijk is daar niemand met een persoonlijkheid die sterk genoeg is, en met een politiek inzicht van voldoende overtuigingskracht om de partijgenoten in het minimum van een doelmatig gareel te houden. De voortgezette neergang van de LPF is een demonstratie van politieke nontalent. Daarover zal de grondlegger zijn bange vermoedens hebben gehad.

En hoe komt het dat in ieder geval een groot deel van die 1,6 miljoen dit niet bijtijds heeft begrepen? Dat in het land van de compromissen en de coalities een revolutie van politieke amateurs niet mogelijk is? Over het antwoord kun je alleen je vermoedens hebben. Feit is dat de acht jaar Paars samenviel met een voortgezette algemene depolitisering. Het einde van de Koude Oorlog liet het Westen achter zonder een groot conflict. Halverwege de jaren '90 beleefden we een nieuwe groei van de welvaart. In de economie veranderde het begrip arbeid van karakter. Entertainment verdrong de politiek en wat er van de politiek overbleef, deed zijn best om zoveel mogelijk op entertainment te lijken. Binnen het verband van de Nederlandse coalitie werden politiek en bestuur ook steeds ondoorzichtiger.

De grote fout van Paars is dat het zelf niet scherp heeft gezien hoe onder zijn leiding de maatschappij stagneerde. Of dat misschien wel heeft gezien, maar niet de overtuiging en de middelen heeft gehad om daar iets aan te doen. Na de luxe van de jaren '90 kwamen de aanval van 11september en de economische neergang. De kiezers herkenden een nieuwe politieke werkelijkheid, waarin het aan een overtuigende leiding ontbrak. Paars was verbruikt.

In die situatie verscheen Pim Fortuyn, als de revolutionaire politicus met een eenvoudige oplossing voor alle problemen, én als slagvaardig entertainer. Onder de omstandigheden van een jaar of tweeëneenhalf geleden hebben die 1,6 miljoen waarschijnlijk het gevoel gehad dat de zon opging. Ze waren de politiek ontwend, ze hadden zich vergist.

De ongewilde nalatenschap van Fortuyn bestaat uit twee delen. Een partij die zich in ruzies decimeert, waarna de rest zich bereidwillig in een centrumrechtse coalitie schaart. En de emancipatie van een soort rauw rechts, dat probeert de toon van het openbare debat te zetten en daar vaak in slaagt. ,,Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg'', zei de voorman. Het gebrek van zijn volgelingen is, dat ze niet veel bijzonders denken.