Bos: zilveren medaille, gouden toekomst

Waren het de wegvloeiende krachten of de toenemende druk die Theo Bos van de olympische titel op de sprint afhielden? Waarschijnlijk een combinatie van beide, want de veelzijdige wielrenner komt bij de Spelen elke dag van het baantoernooi in actie. En er wordt mentaal veel gevraagd van een jongen die twee dagen voor zijn eerste olympische sprintfinale pas 21 jaar is geworden. Eigenlijk leverde de jongere broer van schaatser Jan Bos een meesterwerk door in Athene de zilver medaille te winnen. Het goud was voor de Australiër Ryan Bayley.

Het was veelzeggend dat bondscoach Peter Pieters en Bos de nederlaag vanuit verschillende percepties verklaarden. Pieters had bij de renner lichte vermoeidheidsverschijnselen waargenomen en als oud-renner weet hij dat op de Olympische Spelen de geringste afname in kracht het verschil tussen goud en zilver kunnen bepalen. Volgens Pieters was de derde en beslissende race fysiek net iets te veel gevraagd voor Bos.

De renner zelf zag dat anders. Hij had zich topfit gevoeld. ,,Zelfs beter dan bij de wereldkampioenschappen in Melbourne waar ik Bayley in de finale versloeg. Maar hij was vandaag simpelweg iets sterker.''. Bos wilde zijn nederlaag derhalve niet toeschrijven aan afname van kracht, maar aan de voorsprong in kracht en de betere tactiek van zijn Australische rivaal. ,,Ik probeerde hem steeds kort op mijn achterwiel te krijgen om te voorkomen dat hij zijn jump kon plaatsen. Maar dat lukte me alleen in de eerste race. In die andere twee had hij zijn lesje geleerd en hield hij voldoende afstand, zodat hij kon profiteren van mijn snelheid.''

Bos realiseerde zich dat hij op waardige wijze was verslagen. Daarin toonde hij zich een voorbeeldig verliezer, maar vooral een realist. Bos had goed aangevoeld dat Bayley sterker was dan in Melbourne en hij zijn voordeel uit de strategie moest halen. Maar Bayley had zijn lesje geleerd en was bovendien zo hongerig als een wolf. Bos komt evenwel de eer toe zijn tegenstander in de finale, die beiden overigens `met de vingers in de neus' hadden bereikt, tot ultieme krachtsinspanningen te hebben gedwongen. Nadat de Nederlander de eerste race slim had gewonnen, werd hij in de tweede door een laatste, bijna wanhopige jump van Bayley verslagen. En daarmee was de finale in wezen beslist, want in de noodzakelijke derde race buitte de Australiër zijn mentale voorsprong ten volle uit. Bos deed wat hij kon, maar hij bleef enkele decimeters verwijderd van de gouden medaille.

De teleurstelling over de gemiste olympische titel maakte bij de jonge Veluwenaar snel plaats voor euforie; hij besefte maar al te goed dat op zijn leeftijd een olympische medaille winnen hoe dan ook een respectabele prestatie is. Bos: ,,Dit resultaat is super. De races in de finale waren zwaar, omdat we aan elkaar gewaagd zijn. Ik heb bewust geprobeerd hem vanaf de koppositie op snelheid te verslaan, omdat ik de jump mis die nodig is de laatste meters over hem heen te komen. Het was helaas niet genoeg. Bayley was vandaag beter en daarom moet ik tevreden zijn met de zilveren medaille.''

In Athene demonstreerde Bos voor het grote publiek zijn bijzondere kwaliteiten als baanrenner. Gelet op zijn postuur is hij een witte raaf onder de specialisten op de explosieve nummers als sprint, kilometer en keirin. Waar zijn tegenstanders veelal kunnen vertrouwen op spieren als touwkabels, moet de ranke Nederlander het van de finesses hebben. Bos is een mooie esthetisch coureur zonder de schokschouderende bonkigheid die exemplarisch is voor de meeste sprinters.

Dankzij die natuurlijke voorsprong kan Bos het komende decennium uitgroeien tot een dominante baanrenner. Het probleem is evenwel dat op de piste geen droog brood is te verdienen. Bos is om die reden van plan over te stappen naar de weg, waar hij als sprinter roem en fortuin hoopt te vergaren. Uit loyaliteit tegenover de wielerunie en met name bondscoach Pieters gaat Bos minimaal een jaar door. Pas als in 2008 de Olympische Spelen van Peking in beeld komen, wil Bos terugkeren naar de baan. Want in Athene ervoer hij hoe inspirerend de Spelen zijn; en genoot hij van de belangstelling die voor baanwedstrijden doorgaans minimaal is.

Voor baancoach Pieters is een vertrek van Bos niet alleen uit sportieve overwegingen pijnlijk, ook uit het oogpunt van continuïteit van de nationale baanselectie. Met veel geduld heeft Pieters het baanrennen in Nederland teruggebracht op internationaal niveau en dan wil uitgerekend zijn beste renner vertrekken. Het is de tragiek van een discipline waarvan de schoonheid – althans in Nederland – onbeloond blijft.