`Asterix hebben we aan Canada verkocht' (Gerectificeerd)

Ondanks populaire tentoonstellingen en hoge bezoekcijfers zit het Leidse Rijksmuseum van Oudheden in geldnood. ,,De kosten hebben zich sluipenderwijs opgestapeld.'

Mummies. Dat is de eerste associatie die het Rijksmuseum van Oudheden oproept bij de generaties Nederlanders die het ooit op een schoolreisje bezochten. Het museum bestaat sinds 1818 en heeft een vaste collectie van 80.000 objecten, afkomstig uit het oude Egypte, het Nabije Oosten en het vroege Nederland. Daarnaast trekt het de laatste jaren de aandacht met grote, commerciële tentoonstellingen, over onder meer Asterix en de Farao's. Het prachtige pand aan het Rapenburg is verbouwd en sinds 2001 voorzien van een statige entreehal. Het museum oogt frisser, moderner. Er komen gemiddeld meer dan 100.000 mensen per jaar.

Tot zover lijkt alles in orde. Achter de glanzende façade blijken echter grote problemen schuil te gaan. Het museum zit in geldnood, en zit dat al jaren. Begin deze maand publiceerde het Leidsch Dagblad fragmenten uit een anonieme brief van ,,een aantal verontruste medewerkers' van Oudheden, waarin werd gesproken van een tekort van 542.000 euro over 2003. Directeur Renée Magendans werd van financieel wanbeleid beticht, en van het onnodig opvoeren van de werkdruk.

Op het brief-incident wil Magendans op geen enkele wijze ingaan, maar dat haar museum financiële problemen heeft, erkent ze ruiterlijk. Ze wil ook best uitleggen waarom. Maar dat is niet makkelijk. 2003 was, vreemd genoeg, behalve een rampjaar ook een succesvol jaar, met een recordaantal bezoekers van 141.000. Boosdoener en oorzaak van het succes was Bronnen van inspiratie uit het oude Syrië, een uit de VS aangekochte expositie.

Hoe kan een tentoonstelling die 85.000 mensen trekt toch verliesgevend zijn?

,,Dat is een samenloop van factoren. Bij Syrië deden we veel aan bezoekersacties, met de ANWB en met kranten. Dat leverde wel veel mensen op, maar die betaalden minder voor hun kaartje. De inkomsten waren dus lager dan voorzien. De tentoonstelling bestond uit 640 bruiklenen van de Syrische staat. Door de oorlog in Irak gingen de verzekeringspremies omhoog, en omdat er tijdelijk geen vliegverkeer met Syrië mogelijk was, konden we ze niet op de afgesproken datum teruggeven. Ze moesten worden opgeslagen in Zwitserland. Als we een gezond bedrijf waren, zouden we dit soort tegenslagen kunnen opvangen. Maar we hebben geen reserves.'

In eerdere interviews verwees u steeds naar de verzelfstandiging van uw museum als oorzaak van de geldproblemen. Die dateert van juli 1995, ruim negen jaar geleden.

,,De kosten hebben zich sluipenderwijs opgestapeld. In de eerste jaren kon ik nog niet zo precies de rekening presenteren, maar we eindigden wel elke keer in de min. Als stichting heb je juridische lasten, bijvoorbeeld. En we doen nu ons eigen personeelsbeleid. Vroeger had je daar een afdeling voor op het ministerie. We moesten ook moderniseren en publieksvriendelijker worden, dat was de opdracht die ik kreeg bij mijn aanstelling in 1995. De verzelfstandiging ging dus gelijk op met een cultuuromslag. We doen nu meer aan PR, we hebben een website, we doen projecten met scholen. Dat kost geld. Daarnaast zijn de vaste lasten, het personeel en het beheer van gebouwen en collectie, flink gestegen. Daar hebben alle rijksmusea last van.'

Waarom trok u niet bij het ministerie aan de bel?

,,Dat heb ik gedaan. Het ministerie is vanaf het begin op de hoogte geweest. Sinds 1995 staan onze jaarverslagen op het internet. Er vindt overleg plaats, waarbij resultaatafspraken worden gemaakt. Tot nu toe kon ik die min of meer nakomen, maar dit jaar lukt het me niet.'

Dit voorjaar adviseerde de Raad voor Cultuur om de hele museumsector in de periode 2005-2008 jaarlijks met 2,5 procent te korten. De Raad oordeelde positief over de prestaties van Oudheden, dat in 2001-2004 5,3 miljoen euro van het rijk ontving op een begroting van ruim 7 miljoen. Maar de gevraagde verhoging van de subsidie werd afgewezen. Een ,,tempering van de ambities' werd passender geacht. De Vereniging van Voormalige Rijksmusea, waarvan Oudheden een van de 26 leden is, tekende onlangs in een brief aan Medy van der Laan protest aan tegen het Raadsadvies, en beklaagde zich over de financiële situatie van haar leden. Magendans klinkt bijna gelaten als ze erover spreekt. ,,Ik vind het logisch dat de overheid wat meer afstand neemt. Maar men wil niet inzien dat dat bij de rijksmusea elke keer anders uitpakt. We dringen al jaren aan op een objectief meetinstrument hiervoor.

,,Bij ons is de nieuwe aard van het museum nooit vertaald naar passende subsidiebedragen. We zijn al veel commerciëler gaan opereren. De winkel is een echte winkel geworden, we verhuren de hal. Exposities ontwikkelen we nu soms speciaal voor de verkoop. De Asterix-tentoonstelling hebben we onder meer aan Canada doorverkocht. We hebben een paar keer met grote sponsors gewerkt, Shell en ABN Amro, maar men is nu terughoudender dan een paar jaar geleden. Daarbij blijven wij een middelgroot museum. We liggen niet in Amsterdam en we komen niet heel vaak in de publiciteit. Dat heeft allemaal invloed op de aanloop. Wij moeten er harder aan trekken.'

Hoe ziet de nabije toekomst van Oudheden eruit?

,,Ik heb de mensen hier gezegd: als dat advies wordt aangenomen, zullen we de tering naar de nering moeten zetten. We hebben bezuinigd waar we konden. Er is al een vacaturestop, maar we zullen moeten kijken naar verdere maatregelen op personeel gebied.'

,,In maart 2005 hopen we te komen met een grote mummie-tentoonstelling. Die had er dit najaar al moeten zijn, maar is uitgesteld omdat een van onze partners zich om financiële redenen terugtrok. Het wordt een populair-wetenschappelijke kijk op de mummies, met behulp van de nieuwste technieken. Ze zijn al allemaal gescand bij het AMC. En ze gaan ook naar het buitenland.'

Rectificatie

Rijksmusea

In het artikel `Asterix hebben we aan Canada verkocht' (25 augustus, pagina 9) staat dat het Museum van Oudheden aangesloten is bij de Vereniging van Voormalige Rijksmusea. Dit moet zijn de Vereniging van Rijksgesubsidieerde Musea.